(Foto)update

Even een update van de afgelopen dagen. We raken steeds meer gewend aan het lopen. De dagen starten vroeg, rond 8:00, om zoveel mogelijk meters in de koele ochtend te maken. We hebben een paar dagen mist en nevel in de ochtend, wat het lopen makkelijk maakt, maar het uitzicht beperkt. Toch zijn er schitterende momenten als we over een hoge grashelling lopen en plotseling de zon een gat in de bewolking slaat. Het uitzicht is in één klap fenomenaal!

Op een van de hoogste punten staat een ‘kabouter-paddestoel’, die bij nadere inspectie een postbusje blijkt te zijn. Zoiets als waar je in de Alpen een ‘Gipfelbuch’ in aantreft, ware het niet dat hier dan een kabouter-buch in zou moeten zitten.. Er zit alleen een briefje in dat door het vocht niet meer te ontcijferen is, helaas. We stoppen er een mueslibar in, voor volgende hongerige kabouter-buch-zoekers.

Grote groepen gieren zwermen op de wind en de beginnende warmte. We kunnen ze niet meer tellen, zoveel vliegen er hier. Op zoek naar een ziek paard, een overleden koe of andere zaken die het opruimen waard zijn. De botten die we regelmatig tegenkomen zijn volledig blank en kaalgegeten.

We overnachten onder andere in een albergue, midden in de natuur, met grote groepen paarden die voor de albergue langs gedreven worden naar een koraal waar een veearts de dieren van een injectie voorziet, met een enorme spuit. Mooi gezicht, die galopperende ‘knollen’, zouden wij in Zeeland zeggen: groot, fors met prachtige dikke ‘sokken’.

We lopen deze week gemiddeld 18-19 km per dag, totaal 120 km in zeven dagen. Niet slecht voor een paar matig getrainde laaglanders. 🙂
Rond het middaguur is het inmiddels lekker warm en helemaal opengebroken. We lunchen met bocadillos in het gras, in de zon. Een paar dadels of zoute almendras onderweg. En veel water! We sjouwen minimaal 1,5 liter per persoon mee, wat in deze warmte geen overbodige luxe is.

De overnachtingen zijn prima. Leuke kleine dorpjes met mooi onderhouden huizen, ogenschijnlijk bewoond door veel mensen. Anabel, de dochter van de bewoners van een casa rural waar we overnachten, vertelt dat in veel van die grote huizen vaak niet meer dan één persoon leeft.. De trek naar de grote stad heeft hier ook toegeslagen. Het beetje toerisme door de GR11, maar ook door de Camino de Santiago, die we een paar keer kruisen, brengt gelukkig wat geld in het povere laadje.
De ouders van Anabel, goede tachtigers, volgen ons gesprek, onderwijl kijkend naar de televisie. Maar als het weerbericht op de buis verschijnt vraagt de oude baas (met alpinopet op.. in huis!) onze volle aandacht. Belangrijk voor de volgende etappe! We worden nog getracteerd op een glas lokale Pacharran, volgens onze gastvrouw veel beter dan die van het merk Z* c*.

Anabel, die een toerisme achtergrond heeft, weet ons te vertellen dat de Pyreneeën het op een na grootste bos van Europa herbergt. Wij knikken braaf, maar denken er het onze van, tot Jan de volgende dag op google leest dat het nog waar is ook! Een leuke ontmoeting met lokale mensen. Dat ik in een kleine studeer/slaapkamer sliep, waarschijnlijk vroeger van Anabel zelf, gezien de veelheid aan mappen en informatie over toerisme , doet niets af aan de toewijding, die een warm gevoel geeft.

Vlakbij Burguete ligt het plaatsje Roncesvalles, een officieel startpunt van de camino de Santiago. Rianne ziet in de ochtend een grote stoet Amerikanen het dorpje passeren, in vreemde uitdossingen, compleet met kniebeschermers. ‘Oh, look, how lóóvely, those houses’ en vergelijkbare uitroepen, terwijl ze in kolonne door het dorp lopen. We zien Brazilianen, Koreanen en ongetwijfeld nog 100 andere nationaliteiten. Blij dat ik niet ‘in de Heere’ ben; overigens met alle respect voor de wandelaars die wel met een goddelijk doel deze route lopen. Ieder zijn ‘ding’. Het heeft wel een groot ‘Vierdaagse’ gehalte…

In Burguete slapen we in een hostal dat in de 19e eeuw nog hotel heette. Het is sindsdien vergroot, maar de oude sfeer is perfect behouden. Alles hout van binnen en de ‘gelagkamer’ staat vol met oud tafelzilver. De eigenaar is helaas een man van weinig woorden, wat we wel vaker aantreffen in de bars en restaurants, waar we aanlanden. Niet onvriendelijk, maar zeker geen ster in ‘hospitality’. Jammer, er valt zoveel meer van te maken. Maar met al die wandelaars van de GR11 en de camino komen de mensen toch wel…

Nee, neem dan de uitbater van Eskola Taverna, in het gehucht Orbara (43 inwoners). Als wij daar rond het middaguur aankomen is hij net grote tafels aan het dekken, allemaal aan elkaar voor één grote familie zo lijkt het, in het (enige) klaslokaal van deze voormalige school (met een grote houtkachel voor de koude winters).
Wij blikken even in de keuken waar uien en tomaten -zo groot als kleine meloenen- worden gesneden. Onder het dekken heeft José keiharde rockmuziek op staan. We moeten nog 10 minuten wachten voor ‘la comida’ wordt geserveerd. José is een enthousiaste vent, uiterst vriendelijk, mooie zware stem, tanig gezicht (roker?) en de nodige tatoeages op de armen; een ouwe rocker afgaande op zijn muziekkeuze. Als we mogen aanschuiven blijkt dat wij niet de enigen zijn die dit ongekroonde sterrenrestaurant in de middle of nowhere hebben ontdekt. Allemaal lokale produkten. Twee kleine voorgerechten, twee kleine hoofdgerechten en de lekkerste toetjes doen onze middag beginnen met een dutje in een weiland aan de rand van dit goddelijke culinaire gehucht. En de bediening van José maakte het plaatje compleet. Zo kan gastvrijheid dus ook zijn.. 🙂

Traditiegetrouw spelen we bij de borrel gin-rummy (what’s in the name..). Jan is oppermachtig en verslaat Rianne en mij met overweldigende score. Morgen weer een poging: het vraagt om revanche!

Jammer dat Jan en Rianne straks weer naar huis gaan.. Van Ochagavía (Ezcároz) nemen zij de bus naar Pamplona en daarna de trein naar Bilbao en de vlucht naar NL.

Wat zal ik ze missen!

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

Raadsels op de route

Maandag 26-8. Zon, ruim 30°.

“Juan, Rianna, Paco en een vierde persoon -laten we die Mika noemen- moeten tijdens de GR11 midden in de nacht een brug over de rivier de Bidasoa oversteken. Anders kunnen ze hun tocht niet vervolgen. Ze mogen met maximaal twee personen oversteken, maar hebben altijd een zaklantaarn nodig (zónder is de passage niet mogelijk). Ze hebben er echter maar één (en geen mobiele telefoon of andere lichtbron), dus er moet altijd iemand terug om de zaklantaarn over te geven voor de volgende personen. De zaklantaarn overgooien kan helaas niet…

Juan heeft 1 minuut nodig om de brug over te steken, Rianna doet er 2 min. over; Paco heeft wat meer tijd nodig, nl. 5 minuten. En Mika zelfs 10! Maar pas op, de duur van twee passerende personen is altijd gelijk aan de tijd van de langzaamste. En, nu komt het, ze hebben maximaal 17 minuten de tijd om de brug te passeren, want direct daarna stort ie in en verdwijnen ze in het kolkende zwarte water … (huh… nou vooruit, iets minder desastreus: na 17 min. gaat de brug open en nooit meer dicht. Oh ja, da’s weer die spraakverwarring over de vraag wanneer een brug onbegaanbaar is.. als ‘ie open is of dicht.. Afijn, zie maar!). Vraag: hoe komen ze alle vier binnen 17 minuten aan de overkant…?”

Het is nog donker als we ’s ochtends op pad gaan voor de monstertocht die ons vandaag te wachten staat. De wekker gaat om half zes, want om zes uur spreken we af bij het benzinestation tegenover het hostal, dat 24/7 open is, voor broodjes en koffie.

We gaan zo vroeg op pad omdat het warm wordt vandaag, héél warm. De gevoelstemparatuur ligt nog wat hoger dan de officiële opgegeven waarde.

Eerst door het dorpje Bera, dat nog in diepe rust is, maar al vrij snel klimt het pad uit het dorp de Baskische heuvels in. De eerste drie uur is het nog bewolkt, bijna mistig, en dat loopt heerlijk. Op een kruising van paden, precies op de grens van Spanje en Frankrijk, bij een heerlijke bar/restaurant (N 43°15.644′ , W 001°37.168′), waar het terras net wordt klaargemaakt (picknicktafels en parasols, net wintersport), breekt de zon door. Wow, een heerlijke plek voor xixtorra met friet en een bocadillo con queso y huevos..

Het blijkt een bekende plek te zijn om trekvogels te spotten op hun weg naar Afrika (bekend bij de Platvinken, EvE?). Ook schijnen er duiven gevangen te worden met netten; helaas niet om ze te ringen, maar meestal om in de pan te belanden… Het is een komen en gaan van bikers, hikers en vogelspotters.

Verzadigd vervolgen we de tocht, maar inmiddels nu in verzengende hitte. Gelukkig lopen we grotendeels door een Tolkien-achtig bos, dus ontvangen we schaduw van geheimzinnige bomen, die ons gade slaan en onze verstoring nog net tolereren.

Ergens worden we ingehaald door een jong stel; een lange vent -die ons met grote passen passeert- en zijn half zo lange vriendin die huppelend achter hem aan rent om hem bij te houden. Híj kan straks zeggen dat hij de GR11 heeft gelopen.., zij mag zich waarachtig een ‘trail-runner’ noemen.

Na enkele kilometers lopen we het bos uit en vervolgen de route over een groene kam, met overal paarden (met bellen), koeien (met bellen) en schapen (inderdaad).

In Canada schijnen ze bellen te verkopen aan hikers om de beren op afstand te houden, maar ze worden gekscherend ook wel ‘diner-bells’ genoemd: beren zouden inmiddels weten dat die vreemde wezens met hun rinkelgeluid vaak lekkere dingen bij zich dragen. Nou, hier zou het een waar vreet-festijn worden met al dat lokkende belvee..

Eerst lopen we nog voorzichtig langs stieren en hengsten, maar ze keuren ons nauwelijks een blik waardig of lopen onverstoord door. Toch zijn we voorzichtig bij de dieren met jongen; je weet maar nooit…

Jan heeft opeens een leuke suggestie: laten we elkaar raadsels vertellen, die de anderen moeten oplossen. Nu weet ik van mijn fietstochten dat lichamelijke arbeid en geestelijke hersenkrakers niet erg goed samengaan, maar het is wel een welkome afwisseling en het leidt af van de warmte, de vermoeidheid en -bovenal- de spierpijn. En zo ontstaan de ‘raadsels op de route’, die er prompt voor zorgen dat we ergens een GR-teken missen en bijna een halve kilometer verkeerd lopen. Tsja, dat is natuurlijk teveel gevraagd: lopen, denken én ook nog opletten…?!

We houden elkaar op dat gebied scherp door elkaar om de zoveel tijd te vragen of we nog goed zitten en wanneer iemand de laatste GR-balkjes gezien heeft. Jan doet dat bij voorkeur als hij vlak bij een boom met de wit-rode strepen staat, om zo Rietje de kans te geven om ‘knalhard in open goal te schieten’. Fijn toch, zo’n hoffelijke zoon? Het vervolg: “en dan zingen we nu een liedje voor Rietje” wordt minder gewaardeerd. 🙂

Inmiddels is de temperatuur de 30° ruim gepasseerd, al is het maar op gevoel. De klim naar top 1 en daarna top 2 is ‘killing’. De watervoorraad slinkt snel. De uitzichten over de Baskische heuvels zijn echter fenomenaal; een extra reden om regelmatig even te stoppen (maar ook omdat de rugzak in de schouders snijdt; toch nog iets te zwaar..!?).

Na 14 uur en 32 km komt ons eindpunt in zicht, het dorpje Elizondo. Het is maandag, eind van de middag, maar er zijn flink wat lokalen op de been om bloemen te plukken, of paddestoelen (hoewel hier en daar bordjes staan dat dit verboden is..). We passeren een ander wandelstel dat bij een idyllisch plekje even een hangmat tussen twee bomen heeft gespannen om uit te rusten. Weer een andere wandelaar heeft op het veldje zijn eenpersoonstent al opgezet. Een vriendelijk tafereeltje, bijna aanlokkelijk, maar wij moeten nog een kilometer door, de laatste loodjes. Oef, wat zijn die zwaar; we zitten er aardig doorheen.

Plotseling voel ik iets vreemds aan mijn schoen en zie tot mijn schrik dat de zool van de rechterschoen aan de voorkant loslaat en begint te flappen bij elke stap. Zó goed voorbereid, maar geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat die 20 jaar oude trouwe stappers toch het leven kunnen laten. Wel op een àndere manier voorbereid haal ik tieraps uit mijn tas om die om de voorvoet te binden. Maar daar ga ik de GR11 niet mee voltooien.. Ik krijg visioenen van: om de dag lijm en tieraps, of lopen op de sandalen, die ik ook bij me heb, maar realiseer me dat ik nu snel moet handelen. Ik hoor een auto aankomen op het laatste stuk weg naar het dorp en steek direct mijn duim op. De vriendelijke vrouw stopt onmiddelijk. Na heel kort overleg met Jan en Rianne besluiten zij het laatste stuk lopend af te maken, hoe zwaar ook (kijk, dat is pas GR11-power!) en ik rijd de laatste kilometer linea recta naar de schoenwinkel die gelukkig nog open is (lang leve de winkeltijden in Spanje!).

De schoenmaker heeft dit meer meegemaakt, want er staat een hele batterij bergschoenen in de winkel. Hij beoordeelt mijn schoenen en denkt dat ze nog gerepareerd kunnen worden (Vibram zool), maar mijn besluit staat al vast. Ik ga niet op gerepareerde, twintig jaar oude schoenen de volgende 750 km afleggen; dat is de G*den verzoeken en ze waren mij al enigszins gunstig gezind om hun signaal zo vlak voor het uiterst gezellig dorpje te geven…
Met kraakschone bergschoenen kan ik op een terras al aan de cerveza, terwijl J&R nog afdalen naar het dorp. Mijn ge-appte foto met de nieuwe schoenen en de selfie met glas bier wordt ‘grommend’ beantwoord.

J&R zijn helemaal ‘stuk’. Hoewel ik dat ook was, hebben de rit, de schoenen en het bier bij mij al wonderen verricht. Met nieuwe energie lopen we naar de herberg op…. het industrieterreintje, net buiten de bebouwde kom (N 43°08.315′ , W 001°31.562). Minder gezellig, maar we zijn te moe om voor het eten terug te lopen. De herberg is eigenlijk best OK, en de Colombiaanse bediening is ‘soepel’. Het eten en de drank doen goed, maar we duiken vroeg onder de wol.

En dat raadsel…? Heb je dat nóg niet opgelost? Ik moet bekennen dat mijn bloed op dat moment de voorkeur had om mijn voeten netjes voor elkaar te zetten, zonder te struikelen. Ik had wel wat hints nodig en die zal ik jullie ook geven: het is zoiets als het raadsel van de kool en de geit… (maar dan net ‘effe’ anders).

Maar uiteindelijk viel bij mij het kwartje. Ik ga jullie níet vertellen hoe lang ik erover gedaan heb…

Op naar het volgende ‘Raadsel op de route’!

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

De kop is eraf…

Zaterdag 25-8. De beer geveld? Nee, etappe 1 zit er op. Weliswaar in twee dagen, maar ongetraind direct met 30 km starten leek ons wat veel van het goede. Thuis had ik al gepland om dit eerste traject in tweeën te splitsen, wat er wel voor zorgt dat etappe 1a en 1b samen ca. 40 km worden, omdat onze eerste overnachting wat uit de route ligt. Maar dat is te doen.

Vrijdag na aankomst met de TGV in Hendaye, moet ik nog een boemeltje nemen naar Irun, aan de andere kant van de grensrivier, de Bidasoa.

Ook hier openbaart zich de Franse stijl: geen Franse trein die over de grens gaat, maar een Spaanse maatschappij die een treintje exploiteert dat over de grens boemelt. Een tocht van welgeteld vier minuten, wat mij een half uur lopen uitspaart. En misschien gedoe.. want als clochard met een rugzak de grens over lopen; wie weet wat voor argwaan dat uitlokt bij de Franse douaniers…

Ruim voor de komst van Jan en Rianne arriveer ik in pension Gema en installeer mij in de kleine, maar prijs/kwaliteit-gewijs redelijke kamer. Zij hebben wat vertraging met de bus vanuit Bilbao, maar komen op tijd aan voor een laatste borrel met wat kaas in een baskisch restaurant. Geen ‘Bar Gran Sol’, waar de ‘pinchos’ zijn uitgevonden, maar wel lekker lokaal.

De volgende dag gaan we eerst naar een strandje in Hondarribía. Niet het officiële startpunt bij Cabo de Higer, maar het water van de zee is er niet minder Atlantisch en daar gaat het natuurlijk om. Even het zout proeven, om straks te kunnen vergelijken met het zoutniveau van het water van de Middellandse Zee!

Na de geijkte ‘net-geen-natte-voeten’ foto lopen we terug naar Irun, voor, jawel, de tweede kop koffie in de panaderìa, waar we net ontbeten hebben. Met een lekkere verpakte lunch op zak kan de tocht écht beginnen. De app Locus (‘jodokus’) maps op de telefoon maakt het vinden van de route een makkie voor iedere beginnende spoorzoeker, want met de uitgezette trail en je positie op de kaart, weergegeven met een pijltje, is verkeerd lopen bijna onmogelijk. Dus dat doen we toch maar gelijk… (hebben we dat alvast gehad)

😉

Pas buiten Irun verschijnen de eerste GR-tekens: witrode balkjes en af en toe een GR11 bordje. Het weer is uitstekend, halfbewolkt, zo’n 24°, dus uitstekend wandelweer. Na 19 km bereiken we het stuwmeer San Anton, waar we de GR11 afbreken voor onze D-tour naar Albergue Arritxulo Aterpetxea (N43°16.866 W001°41.227).

M

Enorme slaapzalen met stapelbedden in het gelid. In een van de zalen slaapt een aantal families met kleine kinderen. Maar wij hebben geluk: in zaal Xurimuri (of iets wat daar op lijkt; het Baskisch is niet te spellen, laat staan uit te spreken) met wel 50 bedden, slapen wij… met ons drieën! Bedje voor het uitzoeken dus.. Na een heerlijke maaltijd met tonijnsalade vooraf, en tonijn in een pimiento-salsa als hoofdgerecht en daarna nog een potje gin rummie, kunnen we voldaan onder de (paarden-)dekens kruipen.

De kop is eraf, we zijn moe, we voelen de spieren, maar het smaakt naar meer!

Geplaatst in Reisverslagen | 12 reacties

Zit m’n jasje goed, zit m’n dasje goed….

Vader gaat op stap! Oeps, dan is het oppassen geblazen… Als vaders op stap gaan, nou dan wordt het ruig..!

Maar voorlopig zit ik braaf achter een grote sloot koffie bij St* rb* cks (niet te z**p*n!) op het station van Rotterdam, te wachten op de Thalys naar Parijs.

Parijs…, nog steeds het centrum van de wereld. Want dóór Parijs reizen, dat gaat zo maar niet! En er lángs reizen doe je al helemáál niet. Nee, je komt er aan en je stapt er uit. Want dat doe je in het episch centrum.

Le nombril du monde, le noeud du civilisation. 😉

Om vervolgens in de krochten van de lichtstad te verdwijnen en in de muffe, warme metro je reis te vervolgen naar de andere kant van de metropool. Maar, eerlijk is eerlijk, dat gaat uiterst soepel. Kaartje uit de automaat, even het nummer van de lijn opzoeken en, belangrijker, het goede eindstation onthouden (want ‘heen en weer’ is alleen leuk als ijzersterk lied van drs. P) en je loopt zo met de halve wereld naar het goede perron. Trap-op, trap-af, trap-af, trap-op, dat wel. Ach, goede oefening voor de ops-en-afs die nog gaan komen!

En zo zit je aan de grand café crème in Brasserie Le petit sommelier de Paris in Montparnasse, wachtend op de TGV naar Hendaye, zusterstad van Irun aan de andere kant van de grens in Spanje. Tripje van vijf uur, fluitje van een cent. Boekje (op telefoon), muziekje (idem), beetje blog bijwerken (id) of kaart bestuderen (ook; wordt saai..). Wat moet ik zonder dat ding. Dan ga ik me vervelen en hopeloos verdwalen, dus die moet ik maar niet verliezen..

En dus.. vader is op stap, uitgezwaaid door lieve M. in Leiden. Korte ontmoeting met J. in Rotjeknor (dank voor leuke weerzien!) en, hop, laten we eens ‘ruig’ doen… naast de koffie, het is per slot lunchtijd in Parijs, doen zoals Fransen:

Geplaatst in Reisverslagen | 8 reacties

Ik ga op reis en neem mee…

Ken je het nog, dat spelletje waarbij je zoveel mogelijk dingen moet onthouden die je voorgangers (inclusief jijzelf) hebben opgesomd. En die je in de juiste volgorde moet herhalen, steeds weer een nieuw rondje met een extra attribuut erbij?

Eén van de spelletjes voor in de auto op weg naar Zuid Frankrijk (destijds zonder airconditioning, “maar de raampjes niet te ver open… anders vat je kou…”). Of tijdens kinderpartijtjes, of met zomerkamp.. of bij een studentenfeestje, waarbij je -als je een fout maakt en dat doe je op den duur heel soepel- je glas bier / jenever moest leegdrinken? (nee, dát kan ik me niet herinneren…).

Nu ga ik dus binnenkort op reis en neem veel dingen mee. De clou is om deze keer het aantal items zó beperkt te houden, dat je met dat ‘scouting’ spelletje alles kan herhalen. Oké we gaan het proberen…

20180801_172830 met cijfers

  1. Rugzak (met mok aan trekkoordje voor de snelle dorst)
  2. Tent (de nieuwe, van Ali-express)
  3. Slaapzak (idem)
  4. ¾ Slaapmat (oef, net weer uitgeprobeerd en het is wel weer even wennen…)
  5. Drinkzak
  6. Sandalen (voor ‘rivier-oversteek’ of gewoon lekker loungen bij de tent)
  7. Wandel/tentstokken
  8. Lakenzak (verplicht in Refugios)
  9. Selfiestick (aahgr..doe ik dit wel?)
  10. Zitlap (ook niet echt nodig, maar het weegt niks)
  11. Wakawaka zonnecel (lamp/oplader)
  12. Toilettasje met inhoud
  13. Reserve accu telefoon (telefoon staat niet op de foto, want.. juist: die maakt de foto)
  14. Pannetje met brander, gastankje en wat klein spul
  15. Koppelstukje (wandelstok als statief; àls ik ook mijn fototoestel meeneem)
  16. Statiefje (idem)
  17. 1e hulpkit (paar pleisters en paracetamol)
  18. Spot (noodbaken; daar vertel ik nog wel over..)
  19. Bankscanner (beroepsdeformatie, maar ik moet nog wel mijn terugreis boeken!)
  20. Vlaggetje (‘Hola, soy Holandès’)
  21. Noodrantsoen (2 droogmaaltijden; 1 nog van de FR-Classic!)
  22. Notitieblokje + pen
  23. Alu-nooddeken (al 25 jaar ongebruikt.. gelukkig maar)
  24. HK-Buckknife
  25. Koptelefoon (Dvorák of Creedence, afhankelijk van het uitzicht)
  26. Tasje met kabeltjes en cardreader
  27. Halve WC-rol
  28. Zonnebril en reserve bril
  29. 2-USB stekker
  30. Klein hoofdlampje
  31. Waterfilter

Wedden dat het niet lukt? De lijst is nog te lang, dus ja.. die zitlap, de selfiestick en de keuken‘uitzet’… Die gaan het waarschijnlijk niet redden. En er komen onderweg natuurlijk ook nog wat zaken bij: een paar repen, de lunch onderweg, wat knabbelspul…

Totale ‘gear zit nu op 9,1 kg.

En dan de kleding, ook daar valt wellicht nog op te besparen. Dit heb ik in ieder geval in de aanslag en afhankelijk van het totale gewicht zal ik (moeten) besluiten nog wat meer thuis te laten.. Wat zei de ‘thru-hiker’ ook al weer?

“Stinken doe je toch wel..”.

Ach, het houdt wellicht de beren op afstand…

20180801_174938 met cijfers

  1. Fjällräven G1000 broek
  2. Softshell (waterkolom 10.000)
  3. Synthetische sportshirts (voorlopig 3)
  4. Sloop (een kussen vind ik onmisbaar; alle kleding in de sloop!)
  5. Buff
  6. Dunne dash fleece
  7. Thermo shirt en lange thermo onderbroek
  8. Short
  9. Fjällräven pet
  10. Ondergoed
  11. Dunne handschoenen
  12. Regenbroek (maar wellicht volstaat het waxen van de G1000)
  13. Shirt
  14. Oude versleten handdoek (van grootmoe: met opdruk!)
  15. Sokken (2 paar)
  16. Zwem/slaapshort
  17. Muts

Totale kleding weegt 3,4 kg

Samen met de ‘gear’ dus 12,5. En met water en wat etenswaren zal ik nu waarschijnlijk op 14 kg eindigen. Eigenlijk dus nog 2 kg te zwaar.

Pfff… ik ga voor de zoveelste keer nog maar eens kritsch door mijn lijstje.

Als jullie ideeën hebben voor artikelen die ik beslist níet nodig zal hebben, houd ik mij natuurlijk aanbevolen! (maar het kan natuurlijk ook zijn dat je vindt dat ik iets vergeten ben…).

En het kan natuurlijk ook zo..: Ouderwetse rugzak

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Over een ontmoeting met een ‘thru-hiker’ en hoe zij mijn gewicht verminderde

Zo. 24 juni. Ik had een bijzondere ontmoeting met een outdoor-specialist, een jonge vrouw die bepaald haar mannetje staat. Ik volg haar blog sinds ik -googelend naar de GR11- op haar site stuitte, toevallig net in de periode dat zij zelf de Spaanse Pyreneeën-tocht (HRP/GR11) liep en online haar reiservaringen met de buitenwereld deelde. Dat ze daarna nog eens een paar duizend kilometer wandelde in Patagonië, Zuid-Amerika (in haar eentje!), deed me vermoeden dat zij mij wel eens een paar waardevolle tips kon geven voor míjn eerste solo-tocht; de “do’s and don’t’s” voor de solo-hiker. Ook de PCT, de Pacific Crest Trail, heeft zij inmiddels op haar naam staan. Niet slecht voor een dame van amper vier turven hoog, met een blonde paardenstaart en stralende blossen op de wangen…

En goedlachs! We ontmoetten elkaar op het terras van een uitspanning in haar stad. Roze-blauw geblokt overhemd -een vrouwelijk houthakkers shirt zeg maar- en een roze rugzak. Kan niet missen; dit moest haar zijn, want op haar tochten in de wildernis viel haar vrolijke uitrusting met bijpassende schoenen ook al op. Zo in de bewoonde wereld, in deze outfit, zou je niet vermoeden dat hier een echte ‘thru-hiker’ achter schuil gaat, die weer en wind, regen en sneeuw trotseert en dat ook nog eens op trailrunners en slapend in een tarptent. Voor de stedelingen onder jullie: dat is een met wandelstokken gespannen tentzeil, waar de wind onderdoor giert, je een geultje omheen moet graven om niet weg te drijven bij een wolkbreuk, maar die minder dan een kilo weegt en dat is toch een belangrijk voordeel als je je huis bergop-bergaf op je rug meesjouwt! Besparen is een kunst; weglaten een gave en laat ik als risicomijdend bankier daar nu niet zo goed in zijn…

“Simplify, then add lightness” – Colin Chapman (founder of Lotus Cars)

Vóór de ontmoeting met mijn outdoor-voorbeeld bedroeg mijn paklijst 15 kilo, inclusief een liter water. Alles netjes gewogen met de oude brievenweegschaal van mijn dierbare vader (die nog brieven schreef!). Ik ben nog niet zo ver dat ik gaatjes in mijn tandenborstel boor om gewicht te besparen, maar ik ben wel van het adagium ‘meten = weten’. Dus houd ik al mijn ‘outdoor-gear’ bij in een bestand dat mij op het onwrikbare feit drukt dat -opgeteld- mijn rug bijna één vijfde van mijzelf moet dragen… Dat mijn gesprekspartner met dezelfde rekensom op minder één achtste uitkomt, betekent het dat ik zo’n slordige zes kilo moet zien te schrappen van mijn excelletje (of ruim 45kg moet aankomen, maar om de een of andere reden lijkt me dat niet zo’n bijster goed idee voor zo’n lange, zware bergwandeltocht).

Afijn, met haar adviezen ben ik nog eens kritisch door de paklijst gegaan. Zal ik meer risico lopen als ik zonder naaisetje en complete eerste hulpkit op pad ga? Het simpele advies van de ‘thru-hiker’: “een halve strip paracetamol en twee pleisters is voldoende; de rest ‘leen’ je bij andere hikers die doorgaans met te veel bagage lopen…” Licht, lichter, ultralight luidde het devies. “Waarom meer dan twee shirts? Stinken doe je toch wel tijdens de tocht. En jij niet alleen!”

Although no technical standards exist, the terms light and ultralight (…) are commonly given as lightweight being under 15 kg, and ultralight under 10 kg. (Bron: en.m.wikipedia.org)

Langzaam werd mijn laagje beschaving afgepeld tot de basis van het meest essentiële. Niet zowél een multitool én een buckknife; het mes van HK 😉 volstaat. Geen mok én een (plastic) glas… jammer voor die wijn op 2500m hoogte. “Gewoon met de fles aan de mond, toasten op het wijdse uitzicht en de besneeuwde toppen.” Wel overgeschonken in een plastic, want lichte waterfles natuurlijk.

Inmiddels ben ik met een maximale kritische blik, maar nog wel beantwoordend aan mijn minimale risico-bewustzijn, door de paklijst gegaan en is de rugzak geslonken tot ca. 12 kg, niet in de laatste plaats omdat ik sinds kort China heb ontdekt als leverancier van ultralichte outdoorspullen, tegen een ook nog eens ultralage prijs. Zo heb ik mijn twee kilo wegende één-persoonstent -gekocht voor mijn fietstochten- ingeruild voor een (dubbellaags-)tentje van iets meer dan een kilo, dat ik opzet met behulp van mijn uitschuifbare wandelstokken (net als die tarptent overigens); heel ingenieus! Ook mijn slaapzak heb ik bij Aliexpress ingeruild lichter exemplaar, dat nog wel voldoet aan de gewenste comfort-temperatuur. Lang leve de webwinkels!

Met alle tips van de thru-hiker (“met de beren in de Pyreneeën valt het reuze mee”), krijg ik er steeds meer zin in. Ik kan niet wachten om die rugzak om te doen. Hoewel mijn rug zal smachten naar die 1/8e; hij zal het moeten doen met 1/6e

En om in de stemming te komen heb ik mijn nieuwe Axemen-tentje maar eens in de tuin opgezet, compleet met slaapmatje en de lichtgewicht slaapzak, en flink besproeid met water. Alles blijft gelukkig kurkdroog!

De opengeslagen tentopening ziet er aanlokkelijk uit…drie keer raden waar ik vannacht slaap?! Het aftellen tot 24 augustus is begonnen…

Geplaatst in Reisverslagen | Een reactie plaatsen

Over een natte nacht, over een Turkse zitlap en over een warm welkom in Abisko

12-13 Augustus, zwaarbewolkt, geen wind.
Nog even over gisteren: voldaan over de hele etappe en het laatste stuk naar Alesjaure drinken we daar aangekomen in de avondzon een paar heerlijke blikjes ‘Noors goud’, gekocht in het kleine winkeltje van het fjällstation. Het gaat er gemoedelijk aan toe: “hoeveel blikjes? Oké, buiten zelf uit de grote emmer vissen”, die gevuld is met ijskoud water uit de rivier om de cola en het bier te koelen. Er is niet genoeg electriciteit om een koelkast te laten functioneren en wat zou je, als de koeling ook gratis kan. Toen we gisteren de laatste keer de rivier overstaken zagen we in de rivier een soort boei liggen, met een propellor aan de achterkant en een lange dunne slang naar de stuga. Een ingenieus systeem om niet met water te hoeven sjouwen; het stroomt zo koud naar de hut!

Ook de politiegroep is gearriveerd. Het is eerst nog ‘hij en zij’, maar wat later zit de instructeur zowaar op een bankje tussen de groep. Ook René en Gerrit zitten er bij, een duo dat we regelmatig onderweg tegenkomen en met wie we meestal even een praatje maken. We vermoeden op dat moment dat zij ook min of meer onderdeel van de politiegroep vormen, maar dat blijkt achteraf niet te kloppen. Even later moet er ‘gebriefd’ worden en is het zenuwen alom. “Weet jij waar we naar toe moeten”, hoor ik iemand van de groep zeggen, maar de ander heeft geen idee. Gewoon ‘opkrullen’ in het bos lijkt ons de meest waarschijnlijke optie.
Wij hangen nog een beetje op het veldje, genietend van de laagstaande zon met onze blikjes en de nootjes die Nico nog in zijn tas heeft zitten. Iets verderop is het een komen en gaan in de bastu-stuga, het saunahuisje dat ook hier populair is bij met name de scandinavische deelnemers. Dik en dun loopt naar de rivier voor een ijskoude duik. Ons niet gezien… brrrrr.

Maar plotseling begint het te spetteren. De regen die ons op de hielen zat heeft ons toch nog ingehaald. Na een snelle maaltijd, zittend op onze zitmatjes (Bas en Nico op hun ‘Turken-lappen’, wat niet vervelend bedoeld is, maar wat is afgeleid van de officiële benaming van de tas die ik als ‘Turkentas’ via internet heb gekocht en waarin mijn rugzak is vervoerd in het vliegtuig, maar die bij aankomst toch niet zo stevig is gebleken en was gescheurd en waarvan Bas en Nico bij gebrek aan een zitmatje -stond niet op de paklijst, mijn fout- twee mooie lichtgewicht zitlappen hebben geknipt), duiken we rond negen uur de tent in, op ons mooie plekje in het bos. Op dat moment is een groepje Zweden naast ons nog bezig hun kamp op te zetten. Onder luid kabaal worden takken verwijderd, stammetjes gekortwiekt en de grond geëgaliseerd. Een stuk of wat tenten en een tipi verrijst in korte tijd tussen de bomen en terwijl wij rustig in de tent liggen te lezen wordt er druk gepraat en gelachen en dat alles in de regen. Stoere kerels dus!

image

image

De volgende morgen, vandaag dus, blijkt dat we allemaal onrustig hebben geslapen. Niet vanwege onze buren, maar vanwege de regen die continu en gestaag op het doek kletterde. Mijn oude tent blijkt niet helemaal waterdicht, maar vooral omdat door de wat krappe behuizing af en toe binnen- en buitentent met elkaar in contact zijn gekomen, een garantie voor water in de tent. Ook bij ons is het klam, maar vooral door condenswater op de slaapzak. Zowel Bas als Nico moesten er tot overmaat van ramp ’s nachts gelijktijdig uit om het bos van nóg meer vocht te voorzien, dus een lekkere nacht was het niet. In ieder geval zonder muizen!

De Zweden naast ons zijn alweer vertrokken, maar daar hebben we gek genoeg niets van gemerkt.. De regen is in de ochtend gestopt, maar alles is natuurlijk zeiknat. Tsjonge, dat we dit nog mogen meemaken: een natte tent opbergen! Het is dat het de laatste nacht is, want anders waren we niet zo vrolijk. Nico en ik slobberen de laatste mueslizak naar binnen en dan zijn we klaar voor de laatste etappe van 15 km!
Omdat de lucht nog dreigend is starten we in regenkleding en trekken we de regenhoes over de rugzak. Hebben we die dingen in ieder geval niet voor niets meegenomen! Maar na minder dan een kilometer klaart het al weer op en lopen we te zweten in onze jassen. Uit die boel! De laatste dag heeft zon voor ons in petto en de stemming is opperbest. Bas belooft een duik te nemen in het meer onderweg en meent dat Nico een zelfde belofte heeft gedaan. Die houdt zijn loopstokken nog iets stijver vast en zijn vertwijfelde lach spreekt boekdelen..

Het zou er niet meer van komen.. Onderweg lopen we alleen nog langs de rivier die inmiddels diverse stroomversnellingen kent; geen plek om even rustig te baden. Verderop perst het water zich door een kloof, waar de woeste witte golven haasje-over lijken te spelen. Ook de politiegroep staat er net als ik foto’s van te nemen. Ik word aangesproken door Maartje, een vrolijke blonde Hollandse meid (dame, sorry), die me boven het geluid van de rivier iets probeert duidelijk te maken met een professionele camera in haar hand. Ik begrijp eruit dat ik een foto van haar en haar collega’s moet maken, maar tot mijn verbazing wil zij mij op de plaat. Nu, dat is natuurlijk een compliment, “als ‘ie maar niet op faceboek komt”, maar het blijkt vnl. de metgezel op mijn rugzak die vertedert. Dat ik iets met zwijnen heb is inmiddels gevoeglijk bekend en een trofee van het Oktoberfest een paar jaar terug heb ik (speciaal voor de finish, moet ik bekennen) op m’n rugzak bevestigd. Als ‘echte’ woudloper over de meet gaan, dat is toch wel mijn ultieme doel..

image

image

De laatste kilometer is onwerkelijk. We zien weer een brug waar zowaar een auto overheen rijdt. Nog een paar honderd meter langs de asfaltweg (tsjonge, wat loopt dat makkelijk!) en vervolgens duiken we onder de weg door, een bordje ‘550m till mål” volgend.
Plotseling staat daar een groot, niet bepaald mooi gebouw en als we de hoek om lopen wordt er enthousiast geklapt voor alweer een plukje deelnemers dat het gehaald heeft. Vlaggetjes en een tent met uitnodigend ‘Trekkers Inn’ geven de lopers, ons in het bijzonder, een warm welkom. Blonde vrijwilligsters bij de finishlijn staan ons op te wachten met bekers bosbessensap.. Kan het Zweedser?
Boekje ingeleverd, stempel gezet, ‘gouden’ medaille in ontvangst genomen en na 95 uur en 46 minuten (“Waarom hebben jij en Nico 46 in je boekje staan en zijn Bas en ik pas na 47 minuten gearriveerd?” vraagt HK quasi verontwaardigd, “we zouden toch gelijk finishen”?). Nu is deze tijdvermelding natuurlijk volkomen nutteloos, maar enige competitie is natuurlijk gezond, al kan je dat betwijfelen bij de snelste deelnemer van dit jaar: 110km in 16:05 uur… Dat is gewoon nìet voor te stellen, met het enkelbrekende parcours dat we hebben afgelegd in gedachten…

image

Overal staan rugzakken in het gras en wij hoeven niet lang na te denken over wat wij nú gaan doen. We gaan aan de klaargezette picknick tafels zitten en laten de NG-tjes rijkelijk stromen. We zien allerlei bekende gezichten, Gerrit en René, de sirene en haar partner (“bedankt nog voor de tips…grrr”), de senf-gruppe en niet te vergeten de politiesportbond.
Iedereen, ook wij, klappen bij alle nieuwe binnenkomers. Een mooie afsluiting.
Later, in de tent, komt Emma bij ons aan de tafel zitten. Zij heeft de tocht alleen gelopen.. in drie dagen.. 35 tot 40 km per dag.. en met een rugzak van 19 kg!! Pfff, dat is nog eens doorzetten! Ze blijkt een jachtvergunning te hebben (waarschijnlijk getriggerd door mijn muts..), hoewel ze de rendieren onderweg ongemoeid heeft gelaten..
We eten heerlijke rendierburgers, die inmiddels vaste kost zijn geworden, maar Bas vergist zich in een bestelling en komt met falafel aan. Geen vlèès!? Dan nóg maar een keer een extra bestelling, mèt vlees. Als Nico een glas wijn over mij heen kiepert, zit de stemming er helemaal goed in! (geeft niet Nico, de trui is toch rood). 😉

image

Het gebouw waar we zijn aangekomen blijkt het Abiskoturiststation te zijn, waar we vooraf een cabin hebben gereserveerd. Onze cabin is een ruim huis en we genieten om de beurt van een lange warme douche tot de vingers gerimpeld zijn. Met medelijden kijken we uit het raam waar buiten, in het gras rond de huisjes, talrijke tenten staan van deelnemers die nìet op tijd een kamer gereserveerd hebben (of gewoon nog steeds aan hun tent verknocht zijn). Wij zijn in ieder geval dolblij met een echt bed! Het feest met muziek in de Trekkers Inn maken we niet meer mee. Kèn je nagaan!

De volgende morgen ontbijten we aan lange tafels met de heerlijkste dingen, die we de afgelopen vier dagen hebben moeten ‘ontberen’. Ook Emma schuift aan; zij heeft de nacht in de gang van het hotel doorgebracht, op de grond… Tsja, zo’ n doordouwer laat zich nergens van terugschrikken. Ik hoor ‘iemand’ zeggen dat er bij ons in het huis nog voldoende plaats was geweest… op de bank.
In de lobby is het een gekrioel van jewelste. Allemaal mensen die op tijd de bus of de trein willen halen; de meesten naar het vliegveld in Kiruna. Ik zie zelfs een fietser, bepakt en bezakt. Die gaat er nóg een tocht aan vastplakken! De politiegroep heeft een eigen bus gechartered; om zéker op tijd te komen… dachten ze…

image

image

Wij gaan ruim voor het aangekondigde tijdstip naar de plek waar de FC-bus ons zal oppikken en moeten daar dus wel even wachten. Een laatste blik op de bergen rond Abisko, op de ijzerertsmijnen waar het gebied trouwens ook bekend om staat, en het kraakheldere meer waar al dat woeste water waar we langs liepen naartoe stroomt. Het is alweer droog, met een aangenaam zonnetje.
In Kiruna lijkt er wat consternatie te zijn bij sommige reizigers, maar pas in Stockholm horen we de ware toedracht. Ook in Stockholm een paar mensen die van de gate waar we aankomen naar het internationale gedeelte van het vliegveld rennen. Hé, dat lijkt wel een aantal politiedeelnemers..
We hebben in Stockholm zelf vier uur overstaptijd (waarbij we nog wat souvenirs scoren voor het thuisfront) en drinken, net als op de heenreis op het zonnige terras een heerlijk ‘klientje’ (ook die blijft erin).

Gerrit en René zitten er ook. Van hen vernemen we wat er zo ongeveer gebeurd is in de politiegroep (de conversatie is mijn eigen interpretatie; de essentie is wat we van het duo vernamen):
“Baas, hoe laat gaat onze bus?”
“Niet mee bemoeien. Is allemaal geregeld. Geen zorgen. Ga maar slapen.” “Ja maar…”
“Wat zei ik? Opkrullen nu. Morgen brief ik jullie verder.”
De  volgende morgen:
“Chef, klopt die tijd nu wel op onze ‘briefinglist’?”
“Ga je aan me twijfelen? Ik zeg toch dat alles picobello in orde is!”
“Maar onze vlucht…”
“Euhh, wat zei ik? Niet duidelijk geweest?”
“Ja maar…”
“Opkrulluh!!’

Het komt er op neer dat de groep te laat uit Abisko is vertrokken en dat daardoor een deel van de groep hun vlucht heeft gemist. Anderen hebben rennend geprobeerd nog een aansluiting te halen. Dat kan een aardige strop zijn als er omgeboekt moet worden. Maartje, die mij een bericht stuurt naar het prikbord, mailt mij overigens daarna monter dat ze er een leuk dagje Stockholm aan vastgeplakt heeft. Goed dat zij er het positieve van in ziet (en je hangt natuurlijk de vuile was niet buiten..).
Zou de leider geen tegenspraak hebben geduld? Was de kloof met de groep te groot? We weten het niet, maar er is voldoende reden om te speculeren over de manier waarop zo’n proces zich ontwikkelt, met onze simpele observaties van een afstandje.

Wíj hebben voldoende tijd voor onze vervolgvlucht. Tijd voor nog een heerlijke dikke hamburger bij Max, de lokale hamburgertent in Terminal 4. Na gisteren en vandaag is de illusie dat ik wellicht een kilo-tje ben kwijtgeraakt wel verdwenen.. We maken ons licht zorgen over het weerbericht: code geel in NL, met zware onweersbuien, die van Zeeland naar het noorden schuiven volgens de buienradar. De vlucht naar Amsterdam verloopt echter voorspoedig en we landen vlak bij de gates en hoeven dus niet nog een half uur te taxiën. Uitstappen bij C4 betekent bovendien ook snel bij de bagageband. De reserve Turkentas die ik bij me heb blijkt ook gescheurd; goed voor nòg een zitlap! Volgende keer toch maar een echte rugzakhoes kopen..

We worden alweer door H. en M. van het vliegveld opgehaald; als we naar buiten lopen begint het te regenen, om die nacht niet meer op te houden met donderen en bliksemen. Thor roert zijn -kennelijk toch aanwezige- staart om ons niet heel subtiel te laten weten dat we hem niet moeten vergeten.. mochten we nog eens terug willen komen.
De volgende morgen zit ik om 8:30 weer aan mijn bureau in Den Haag.
AAAHHHH, wat doe ik hier…!!

image

NB: mijn schrijfselen zijn niet bedoeld om mensen te kwetsen; iedere kwalificatie van personen in de afgelopen dagen is louter gebaseerd op visuele waarneming en, al dan niet aangevuld met wat creatieve gedachten, vertaald door een simpele geest, die toch niet beter weet. Ik hoop dat je er desondanks plezier aan hebt beleefd met lezen. 🙂

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Over woelmuizen met dieetwensen, over sirenen en dondergoden en over ‘worstelend boven komen’

(vervolg 8-11 Augustus) Met het kampvuur nog nasmeulend bereiden wij ons voor op een heerlijke en welverdiende nachtrust. Van onze wandelstokken maken we naast de tent een driepoot, waaraan we alle zakken met eten hangen, in de hoop dat de woelmuizen niet zo goed kunnen klimmen.. Het doet me denken aan mijn tocht in Canada met zoon Jan, maar daar hingen we alles (incl. toiletspullen) hoog in een boom, minstens 100 meter van de tent verwijderd, in verband met harige beesten van een iets ander kaliber…
Voor de zekerheid spuit ik de onderkant van de loopstokken rijkelijk in met Deet, het goedje dat onmisbaar is tegen de muggen (daar zal ik straks ook eens wat over vertellen trouwens). Het zal de muizen niet direkt schaden, maar hopelijk vinden zij het gif vies heel ruiken..

Ik begin net in te dommelen als HK plotseling rechtop in zijn slaapzak zit en gealarmeerd door het raampje van de tentopening kijkt. Omdat ik oordoppen in heb versta ik eerst niet wat hij zegt, noch hoor ik wat hem deed opschrikken. Na een paar seconden gaat hij weer liggen, maar even later herhaalt het ritueel zich: rechtop zitten, luisteren, turen.. Dit begint interessant te worden, dus vis ik de wasbolletjes uit mijn gehoorgang. “Wat is er HK?” “Ik hoor gerommel in de buitentent!” antwoordt hij, zonder zijn blik van het raampje af te wenden. Er lopen geen mensen rond, maar het geluid is wel erg dichtbij en blijkt uit zijn rugzak te komen.
Aanval van de muizen!!!

“Je hebt toch ook alle etenswaren aan de driepoot gehangen”, vraag ik loom, omdat ik geen zin heb om echt wakker te worden. Het blijkt dat HK de zak met de net bij Alesjaurestuga verkregen maaltijden nog bij zijn rugzak heeft zitten. In de begrijpelijke veronderstelling dat die reukloos gesealed zijn en dus niet door het onderkruipsel opgemerkt zullen worden. Maar daar heeft hij zich toch schromelijk vergist in de Noordse woelmuis. Aangezien dit wandelevent al zeker 10 jaar plaats vindt, met in de meeste jaren ongetwijfeld een aantal onachtzame wandelaars die hun opengemaakte, half opgegeten maaltijden ’s nachts bij de tent hebben laten rondslingeren en aangezien de fabrikant van het droogvoer vanwege de populariteit van het produkt de oranje kleur van de zakjes nooit heeft aangepast (‘never change a winning team’), weet de doorgewinterde kleurenziende knaagdierpopulatie natuurlijk feilloos waar ‘abraham’ de ‘chocolate muesli’ haalt!
Wij hebben beiden geen zin om in aktie te komen en in de wetenschap dat buiten de driepoot met overheerlijke energyrepen, zakjes champignonsoep, koffie, thee en suiker (ik heb het nooit kunnen afleren..) en laatste verkruimelde zweedse broodjes nu zeker met rust wordt gelaten, draaien we ons om in onze slaapzak (niet nadat ik alle geluiden weer heb buitengesloten met mijn ‘herriestoppers’).

De volgende morgen blijkt dat de muizen àlle zakken, drie in totaal, hebben uitgeprobeerd. Aan de kleine opgegeten hoeveelheid zou je voorzichtig kunnen concluderen dat ze 2015 maar een matig ‘adventure-food’- jaar vonden. Ik denk dat HK dat sowieso al kan beamen…
De zakken gaan verder ongegeten in de door Fjällräven geleverde trash-bag.

image

De morgen begint mooi en na de korte  dagelijkse video update van Bas, eindigend met “de grrroetjes” en “laterrr” (mooi voor zoon Bob om laterrr te zien wat zijn vader allemaal uitspookte boven de poolcirkel ..), gaan we op pad richting het grote meer voorbij het fjällstation. Niks smal pad, maar een ruime vlakte met lage bosjes en veel verschillende bloemen, waarvan ik er al een paar met een plaatje liet zien. De lucht achter ons begint echter behoorlijk donker te worden en de wolken groeien aan tot een enorme dreigende muur. Het lijkt alsof we moeten opschieten. Maar gaandeweg blijkt dat de opkomende zon het front nèt steeds een stapje voor blijft. Halverwege de dag neemt de wind echter wel toe en die waait met steeds grotere kracht in onze rug; juist ja, uit de richting van waaruit het slechte weer dreigt!

image

We passeren een eenzame tipi langs de kant van het meer, dat zowaar enkele aantrekkelijke strandjes heeft (als het 20¤ zou zijn), en ondanks de aanwezigheid van een motorbootje blijkt het verlaten, op een paar fjällers na, die er een kop koffie voor zichzelf klaarmaken. Geen ‘koek-en-zopie’-tent dus, helaas.

image

image

Als we het meer rechts laten liggen, onder steeds dreigender luchten, draaien we een vlakte op waar de wind vrij spel heeft. Het lijkt nu toch wat guur te worden en het is tijd om wat aan te trekken. Onderweg komen we het jonge Nederlandse stel weer tegen, waarvan de liefogende vrouwelijke helft ons eerder op het verkeerde been zette over de ‘makkelijke’ derde dag. En alweer heeft zij een satanische boodschap voor ons. We beginnen toch wel redelijk moe en koud te worden, maar zijn dolblij als zij ons vertelt dat het eindpunt van de dag, Kieron, niet ver meer is.. Of het is haar zoete glimlach, danwel is het onze conditie die toch wel wat begint te haperen, met een pijnlijke knie, een enkele blaar of een paar drukplekken op de schouders (maar het zal zeker beide zijn!), maar we klampen ons vast aan haar zalvende woorden (’t kan ook nog aan de vatbare leeftijd liggen van de meerderheid van ons team..).
Maar na enkele uren lopen, zonder een glimp van Kieron op te vangen, realiseren wij ons dat sirenen van alle tijden zijn.. Pfff, wat is het zwoegen en dan ook nog eens met de god Thor op onze hielen, of Donar, of hoe de dondergod in de verschillende mythologieën ook moge heten (Thor=Thursday; Donar=Donderdag; leuk hè?).

image

image

Net als we beginnen te wensen dat ook zij, net als haar mythologische evenbeeld, zal veranderen in een rotsblok (het blok waar zij op zit met haar vriendje), zien we een brug en een bordje dat Kieron nu echt niet ver meer is. Dat we daarvoor sterk moeten dalen is een bijkomstigheid die HK niet in dank af neemt, getuige zijn pijnlijke knie (maar bij mij beginnen de kniebanden ook danig te protesteren), maar het gelukzalige gevoel overwint de fatale verlokking.

image

We passeren weer een hangbrug over de inmiddels woest stromende Abiskojåkka en vullen, in de veronderstelling dat we snel ons kamp zullen opzetten, de waterdichte opbergzak (die dus ook prima dienst doet als watervaste waterzak) met heerlijk vers koud water. Na nog een paar honderd meter sjouwen met de zeker drie kilo wegende zak staat in het lage bos een aantal blauwe tenten van de FC-organisatie. Hèhè, gehaald! We worden bij aankomst enthousiast welkom geheten door een vrijwilliger die ons uitlegt hoe het hier werkt: stempelen en smullen. We worden getracteerd op pannekoeken met rode bessen en dikke slagroom. Ook koffie of thee. Omdat we, behalve Bas, naast een drinkbeker verder geen kom of bord bij ons hebben, haalt Nico uit zijn rugzak onze gezamenlijke waterkookpan, waarmee we ons in de rij bij de pannenkoekentent vervoegen. Alleen Bas is op alles voorbereid; je zal onderweg maar eens een forse maaltijd aangeboden krijgen.. 😉 Hij haalt een diep plastic bord, formaat voor een liter soep, uit zijn rugzak (dus dat verklaart de 500gr. extra gewicht..!).

image

image

Hoeveel pannenkoeken we willen hebben? Nou, gewoon één of misschien straks nog een halve.. Nee, DRIE pannenkoeken de man krijgen we, met een flinke schep rode saus en een even, zo niet grotere kwak slagroom. Dat het heerlijk is, dat ervaren we, maar na een aardig aantal happen -de pan gaat rond, dus ieder op zijn beurt een lepel- houden HK en ik het voor gezien. Niet onze Westlander; Nico eet als een uitgehongerde kweker met grote glimlach de hele pan leeg! Dat moeten minstens vijf pannenkoeken geweest zijn! Hij kan het (inmiddels) hebben. 🙂

In principe moeten we hier onze tent opzetten, omdat we verderop het nationale park van Abisko binnen zullen gaan. In dit beschermde gebied geldt het ‘Allemansrätten’ niet, het allemansrecht, ofwel het gewoonterecht om overal waar je komt je tent op te mogen zetten. En omdat morgen onze laatste wandeldag is en we van een ruime middag rust willen genieten, willen we eigenlijk nog tot de rand van het park doorlopen, zodat de loopafstand morgen wat korter is. We zijn per slot van rekening behoorlijk opgeknapt van die zoete suiker- en koolhydratenbom. En ook het slechte weer dat achter ons dreigde, lijkt met staart tussen de poten te zijn afgedropen (had Thor een staart..?). De zon schijnt met lage, zachtgele stralen over de beboste valei van het nationale park, met een geweldig en langgerekt meer in het midden. De spirit is weer helemaal terug!
We vragen aan de vrijwilliger hoe ver het nog is naar het park, maar tot onze teleurstelling antwoordt hij dat het hek zich drie-, vierhonderd meter verderop bevindt. Dat zet geen zoden aan de wandeldijk! Dus we mogen niet in het park overnachten? “Ja hoor” zegt hij tot onze stomme verbazing (het werd vooraf uitdrukkelijk verboden, op de site van Fjällräven), “dat kan bij het fjällstation Abiskojaure, aan het begin van het meer in het park, zo’n drie kilometer verderop”! Kijk, dat is mooi; dat betekent dat we morgen geen 18, maar 15 km hoeven af te leggen in het laatste traject. Morgen dus voldoende tijd voor een ‘klientje’ aan de finish..

image

Veel deelnemers zetten hun tent op bij stempelpost Kieron, maar wij snellen voort over een lang plankier richting het park. Een krakkemikkig hek, dat niets tegen, maar ook niets binnen houdt, markeert het begin van het park, dat nauwelijks verschilt van het gebied waarin we de afgelopen vier dagen hebben gelopen, maar dat door de  bossen en het meer en niet te vergeten de zonnestralen van de late namiddag een lieflijke uitstraling heeft.

image

Nog één keer treffen we een sirene, dit keer in de vorm van een jong Duits stel, dat, zittend op een kruising van paden na de laatste brug over de rivier, ons de weg wijst richting een pittig klimmetje. Nog één keer de moeie spieren spannen, om vervolgens óver de heuvel te constateren dat er ook een pad óm de heuvel was, maar daar zat het jonge stel op te rusten… Wat is dat toch met ons..? Zou het de naam zijn, waarmee wij ons voor de Classic hebben ingeschreven: ‘Luctor et Emergo’, ik worstel en kom boven? (we zijn per slot drie Zeeuwen… èn een Westlander). We zúllen worstelen, maar komen àltijd boven (om vervolgens weer naar beneden te moeten..). Afijn, het mag de pret niet meer drukken: we zien de huisjes van het station en gaan op zoek naar een mooi plekje voor de tenten in het bos.
De politiebond is ook gearriveerd! Indiana Jones overziet met de handen in de zakken zijn groep, waarmee hij niet echt contact lijkt te hebben. Het is duidelijk ‘hij’ en ‘zij’. Er is een aantal adjudanten, ook met ‘walkietalkie’, maar er is onmiskenbaar afstand…
Een diepe afgrond, naar later zal blijken…

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Over de weergoden, over lange wandeldagen en woelmuizenbezoek bij het kampvuur

(vervolg 8-11 Augustus) De ochtend start alle dagen vrijwel identiek: de wekker staat om 7:00 uur, maar doorgaans zijn we voortijdig wakker. Bas is soms al om half zes wakker, maar vanochtend hoor ik nog luid geronk uit de tent naast die van HK en mij. Ik hoor Bas noch Nico klagen over elkaars lawaai, dus ik neem aan dat beiden nog slapen. HK is ook wakker en we checken bij het open ritsen van de tent altijd eerst het weer en dat zit alweer mee!

Vóór ons vertrek naar Zweden raadpleegden we regelmatig diverse weersites op internet, die, hoewel ze behoorlijk wat variaties vertoonden, allemaal regen voorspelden. Op enkele dagen wel tot 10-20 mm. Tot op heden zijn de weergoden ons echter gunstig gezind: geen druppel gevallen, of het moeten de paar spatjes zijn die gisteren door de wind uit de wolken zijn geblazen. De ochtend start met zon en de temperatuur is rond de 16¤; heel aangenaam om te lopen dus. Verder wisselen de dagen zich af met bewolking en af en toe een pittige wind, maar meestal kunnen we onze trui en jas in de rugzak laten zitten.

Het traject van gisteren was zwaar, zo’n 24 km, waarvoor we ongeveer 10 à 11 uur onderweg zijn (pauzes inbegrepen) en vandaag staat een zelfde traject op het programma. Lopen jullie zó langzaam, zul je denken? Maar zoals eerder beschreven is het terrein zeer rotsachtig en oneffen, waardoor onze snelheid nauwelijks boven de 3,5 km/u komt. Plus het passeren van het hoogste punt in de route, de Tjäktja-pas op 1140 m (de start begon op ca. 550 m), betekent dat we geleidelijk maar gestaag stijgen. Het laatste stukje naar de waterscheiding is pittig en we pauzeren even voor de laatste klim, samen met een paar Zweden en een aantal Koreanen.

image

Dat ik het woord waterscheiding gebruik heeft te maken met de constatering van Bas, een dag later, dat we niet meer tegen de stroom van de rivier in lopen, maar dat we hem nu mee hebben. Ik realiseer mee dan pas dat het hoogste punt kennelijk de waterscheiding in dit gebied is. We zijn ook min of meer op de helft van de tocht, dus het water hebben we vanaf nu mee! Maar niet alleen dat; ook de wind, die inmiddels venijnig over de hoogvlakte waait, komt uit zuidelijke richting, dus ook dat is een meevaller. HK merkt zeer terecht op dat de tocht een hele andere zou zijn als het weer tegen zit: met regen, mist of flinke wind tegen (of alle drie tegelijk), zou het een barre onderneming zijn. Ik moet er even niet aan denken dat we de tent na een vermoeiende dag in regen en wind zouden moeten opzetten; en nog deprimerender: ’s ochtends moeten afbreken als het plenst!  Ik weet niet of de stemming dan even vrolijk zou zijn, zoals hij nu is, met een natte tent in de rugzak (die daarmee minstens een kilo zwaarder weegt). Met dank aan de weergoden, die er voor gezorgd hebben dat de weermannen en -vrouwen van de verschillende -sites het niet bij het rechte eind hadden en wij tot nu toe droog overkomen!

Tijdens de pauze, net voor de pas, spreekt een Zweed ons aan, wijzend op de berg waar ons pad langs loopt: ‘reindeer’ roept hij naar ons en naar iedere volgende wandelaar die net als wij op het mooie uitzichtpunt even stopt. We turen ons suf en inderdaad, op een pluk sneeuw hoog tegen de helling staan een paar roerloze poppetjes, als speelgoed boerderijdieren. Hoe hij ze gespot heeft is me een raadsel, maar na langer kijken blijken ze toch van plaats te veranderen en één exemplaar, met groot gewei, kijkt een tijdje in onze richting. Een stuk of zes zijn het er en op een sneeuveldje verderop zien we er nog vier. Spannend om te zien, maar eigenlijk zijn het de ‘koeien’ van Lapland, allemaal eigendom van Sámi die hier in de zomer leven en de kuddes dan vrij rond laten lopen. Ik vermoed dat ze sneeuw eten (hoewel er voldoende water beschikbaar is), maar van een héle aardige jonge Sámi vrouw (waarover later meer!) hoor ik dat ze er verkoeling zoeken en daar bovendien minder last hebben van de muggen.

image

image

Na de Tjäktja-pas passeren we zelf ook een aantal sneeuwvelden; het pad is duidelijk betreden en zonder gevaar voor inzakkende sneeuwbruggen. Dus dit is ‘the paths are sometimes still covered with snow’, waarmee de organisatie voor vertrek de spanning opvoerde (en waardoor een kompas tot de verplichte uitrusting hoort). Nou ja, een gewaarschuwd mens… (…zal geen claim indienen, zal men gedacht hebben), maar het alarmerende bericht van toen, komt nu wat overdreven over.
We maken foto’s in de sneeuw, in augustus, wat op zichzelf al bijzonder genoeg is, en een groepsfoto die door een Duitse genomen wordt (wier stokken ik daarna per abuis meeneem, terwijl de mijne een meter verderop staan). Ik word vriendelijk, doch duidelijk teruggeroepen! We komen haar later nog regelmatig tegen en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze met meer dan normale aandacht naar mijn stokken kijkt, alsof ze nog niet zeker is van de ruil..
Bas maakt in de sneeuw vanzelfsprekend nog een paar ‘selfies’ in aktiehouding.

image

image

image

Tegen de avond, vlak voor de ‘wiebel’-hangbrug naar fjällstation Alesjaure, passeren we een paar provisorische tenten met houten banken, ter beschutting voor de passanten. In het midden staat een overlangs gehalveerd benzinevat op poten, waarin een heerlijk houtvuur brandt. De locals, een aantal Sámi van een kleine nederzetting verderop aan het meer, hebben ook hier een slim handeltje opgezet: wraps met rendiervlees en gestoofde groenten deze keer. Vanzelfsprekend afgetopt met een lekkere vette knoflooksaus! Cola erbij en zo zit je heerlijk, voor ongeveer € 17,50 p.p. weliswaar, bij het houtvuur (in de rook; goed tegen de muggen!) je moeheid weg te eten.

image

image

image

Een Nederlander die iets eerder dan wij gearriveerd is, vertelt ons dat er bij het fjällstation aan de andere kant van de rivier weinig plaats is om je tent op te zetten. En nog verder doorlopend begint een smal pad langs het meer met aan de andere kant een steile rotswand; hij loopt de tocht nl. voor de tweede keer. Later blijkt hij echter niet erg goed van memorie te zijn, want nadat we onze tent aan deze kant van de rivier hebben opgezet, zien we achter het fjällstation aan de andere kant een grote vlakte waar meerdere tenten staan en waar nog genoeg ruimte is voor verveelvoudiging van het aantal. Ook de volgende dag, als we verder trekken, blijkt er van een smal pad tussen rotswand en het meer geen sprake te zijn… Een vorm van misinformatie die we een dag eerder ook al van een Nederlands meisje ervaarden, dat ons vertelde dat het volgende stuk ‘heel makkelijk’ zou zijn. Ik voel de klim naar de pas nog in m’n knieën…

Wat de reden voor de foute informatie ook moge zijn, het blijkt wonderwel uit te pakken. Bij het kampement van de Sámi kijk ik om me heen en zie een eindje achter hun tenten, waar ook een quad geparkeerd staat (die zo te zien weinig moeite heeft om door het terrein te ploegen, getuige de omvergereden lage bosjes..) een platte verhoging. Ik worstel me door wat lage struiken (als zíj het mogen, waarom ik dan niet) en vind een prachtige kampeerplek, met uitzicht op het Sámi kampement, op de brug naar het fjällstation met een saunahutje iets verderop en op het grote meer erachter. Bingo!
Ik snel terug naar de jongens en fluister dat ze mee moeten komen voordat de ‘op-het-verkeerde-been-zettende’ Nederlander de plek inneemt. Het is natuurlijk een beetje ‘survival of the fittest’, hier in het hoge noorden! Hem verbaasd achterlatend (ik zie hem ons verlekkerd nakijken richting onze paradijsplek) verdwijnen wij door de bosjes. Of hij moet geweten hebben dat het er wemelde van de woelmuizen…

image

image

Nadat we de tenten hebben opgezet gaan we over de brug naar de post voor ons felbegeerde volgende stempel in het boekje. Het fjällstation heeft een klein winkeltje en een evengrote ruimte met een aantal banken en tafels, waar we ons opwarmen aan een blikje Norrlands Guld. Binnen ‘no time’ is de hut dampig van de vochtige en klamme kleren van de bezoekers!
Omdat op onze kampeerplek eerder een kampvuurtje gestookt is, getuige wat as in een stenenkring, vraag ik in de hut of ik wat houtblokken kan kopen (hout dat in enorme hoeveelheid klaarligt voor de nabijgelegen sauna; zèlf in brandbare mootjes hakken natuurlijk..). Nou, die vraag hebben ze kennelijk nog nooit gekregen; vertwijfeld en enigszins verontschuldigend krijg ik te horen dat dat eigenlijk niet de bedoeling is. En na enig aandringen blijft het: nee. Ik begrijp wel dat hier weinig bomen staan en dat de gasten de sauna moeten kunnen opstoken, maar een paar houtblokken? Afijn, als alle 2000 deelnemers op hetzelfde idee komen, is het snel gedaan met de hete stoomcabine!

Maar ik laat me niet zó snel uit het lood slaan; tijd voor plan B: de Sámi van het rendierburgertentje. Op de terugweg naar onze kampeerplaats vraag ik aan (het aardige) Sámimeisje (ja daar is ze weer) of ik van hun wat blokken mag gebruiken. Ook hier vertwijfelde gezichten: ‘dat is nodig voor de benzinevatvuurplaats’. Ook niet één of twee kópen? Nou vooruit, voor SEK 200 mag ik er twee van de stapel naast de quad uitzoeken! Dat worden natuurlijk twee dikke knoeperds voor die prijs..!

Van kleine takken en droge ondergroeisel dat we tussen de struiken sprokkelen maakt HK samen met Nico een perfect knapperend kampvuur. Net als we het tweede blikje NG opentrekken, roept Bas uit: ‘Nico, onder je benen, een rat’!
Volgens mij is het een woelmuis (later blijkt het volgens google de noordse woelmuis te zijn, die ook wel ‘zeemol’ wordt genoemd, hoewel we ongeveer 150 km van zee verwijderd zijn, maar gaten graven kan ‘ie..!). Het beestje komt steeds brutaal vanuit de bosjes naar onze tent en hij of zij is niet de enige.. Links en rechts verschijnen zijn/haar familieleden om de nieuwe bezoekers, in het bijzonder hun meegebrachte vracht te inspecteren.
Als halve bioloog vind ik dat natuurlijk reuze interessant en omdat ze redelijk tam lijken te zijn (wie gaat er anders onder de benen van Nico zitten, een voor hen grote bebrilde reus met zware klompen aan) probeer ik een exemplaar te vangen. Met een kleine duik in de struiken heb ik er een te pakken, maar helaas weet hij of zij zich los te wurmen uit m’n hand en ontkomt. Wat ik gedaan zou hebben als ‘ie niet was ontsnapt? Tsja, een kleine variatie op de meegebrachte oranje Drytech Real Turmat maaltijdpakketten is inmiddels natuurlijk welkom en we hebben per slot van rekening een kampvuur… Dat is natuurlijk je reinste grootspraak, maar de blik van Bas staat op afgrijzen: een ‘rat’ zíen is één ding, maar hem ook nog proberen te vángen..?

image

De avond verloopt verder rustig, met af en toe knaagdier-bezoek. Net als ons kampvuur wat begint te doven komt het Sámi-meisje door de struiken onze kant op lopen. O jé, we doen iets niet goed; waren de meegenomen houtblokken te groot? Maar dichterbij gekomen roept ze of wij nog honger hebben; zin in nóg een rendierburger..?!
We kijken elkaar aan.. maar na een seconde roepen we allen (behalve HK) in koor: ‘Yes’! Ik loop met haar mee terug naar de rendierburgertent en zie dat ze nog een flinke -ik noem het maar paella-pan hebben met vlees, groente en pitabroodjes. Anders moet ik het weggooien, zegt ze en er komen nu bijna geen deelnemers meer langs. Terwijl ik wacht maak ik een praatje; de Sámi zitten hier alleen in juli en augustus, in verband met het oormerken van de rendieren. Geen ‘mooi’ label in het oor zoals bij ons, maar gewoon een knip in het oor volgens een bepaald patroon. Van haar hoor ik waarom de dieren zich hoog op de overgebleven sneeuwvelden begeven.
Even later komt er nog een FC-er binnen, die vraagt of het toegestaan is om als deelnemer aan de Classic een broodje te kopen! Dat was vroeger volgens hem niet het geval. Ik weet niet welke ‘dril’-tocht hij in gedachten heeft (dat is misschien wel iets voor de politie-sportbond deelnemers, met de strenge instructeur), maar zo bont zal het in het verleden toch niet geweest zijn hoop ik!
Híj betaalt wel en ik krijg een grote zak mee, met drie rijkgevulde pitabroodjes, verpakt in aluminiumfolie. Je snapt nu waarom ik haar heel aardig vind…

image

Met een blik op de sauna aan de overkant, waar doorgewinterde wandelaars na een zweetbad -veelal naakt- via een lang plankier het meer induiken, eten wij onze tractatie bij het warme, nog voldoende gloeiende kampvuur. Een perfecte avond, die we voldaan nabespreken onder het ‘genot’ van de laatste sigaartjes (voor HK en Bas; verder verklap ik niks).
Dat het nog een rumoerige nacht zou worden, vertel ik later…

(NB: ik zou geen dagelijks verslag maken van de tocht, maar kennelijk ben ik er nog zo vol van, dat ik hem al schrijvend wil herbeleven.. 😉 )

Geplaatst in Reisverslagen | 1 reactie

Zwoegen en zweten in de Zweedse toendra, onder het wakend oog van Kebnekaise

8-11 Augustus. Bewolkt, afgewisseld met zon.
Vandaag is het eerste moment om aan het blog te werken. We hebben sinds de start geen internet verbinding, dus eerder heb ik niet kunnen schrijven. We zijn bovendien aan het eind van de dag te moe om nog íets te doen, behalve de tent opzetten, water uit de rivier halen en eten ‘koken’.

Waar zal ik beginnen? Ik zal geen dagelijks verslag doen van de afgelopen etappes, want dat wordt een beetje saai. Maar om jullie toch iets van de sfeer te laten proeven moet ik toch bij de start beginnen. Er starten gedurende drie dagen drie groepen per dag, met ongeveer 220 deelnemers per groep. In totaal dus zo’n 2000 Fjällers. Wij starten op zaterdag, de tweede dag, om 13:00 uur in de tweede groep. Met een aantal stokoude bussen worden we van Kiruna naar Nikkaluokta gereden, een rit van 65 km over eenzame Lapse wegen door eindeloze glooiende lage bossen, afgewisseld met talrijke heldere meren. HK meent onderweg een sneeuwuil in een boom te zien, wat goed kan kloppen omdat een deelnemer later vertelt er ook een gespot te hebben.

In Nikkaluokta aangekomen krijgen we nog een oranje lap stof, die we op onze rugzak moeten vastmaken. Waarom is ons niet helemaal duidelijk, maar we doen het braaf.. Misschien ter herkenningen vanuit de lucht, want er vliegt zo af en toe een helikopter van de organisatie over. Tevens de ‘lifeline’ voor het geval er iets mocht gebeuren,  want een andere manier om te worden gerepatrieerd is er hier niet in het hoge noorden.

Wie doen er allemaal mee aan de Classic? Er zijn vanzelfsprekend veel Zweden en andere Scandinaviërs, met stoere baarden en mooie noordse vrouwen met blonde lokken! Er doen Duitsers mee, Fransen en Belgen. We spreken een stel uit Seattle, dat net met jetlag vanuit de States is komen vliegen. We horen ook Russisch en diverse andere talen die we niet direkt thuis kunnen brengen. Vreemd genoeg doen ook veel Zuid Koreanen mee, herkenbaar aan hun gloednieuwe ‘gear’, met outdoorhoed en muskietennet, handschoenen aan en met grote wapperende vlag over de rugzak. Daar is mijn bescheiden driehoekige -kleur niets bij.. Maar die wappert dus wel op koninklijke oranje achtergrond, wat natuurlijk toepasselijk is op het ‘Kungsleden’, het koningspad!

image

image

En er doen verrassend veel Nederlanders mee, waaronder een grote groep leden van een politie sportbond, onder de strenge leiding van een norse instructeur met grote survivalhoed. Gewichtig en zonder humor vertelt de man aan HK dat zij aan het einde van de dag ‘opkrullen voor de dagelijkse briefing’, waarbij met satelliettelefoon de stand van zaken wordt doorgezonden. Waarschijnlijk naar belangrijke bobo’s, ver weg in hun HQ. ‘Opkrullen’ wordt de dagen daarna ons stopwoord, nee ons motto! “Mannuh, opkrulluh” zullen we nog veel uitroepen, met dank aan de Indiana Jones, die niet weet hoe humoristisch hij eigenlijk is… Voor hem is het puur ‘serious business’!

Bij het wachten tot de start loopt de spanning op. Nog even de laatste sanitaire stop in de Dixies die bij de start zijn geplaatst (en getuige de geur al zeer frequent zijn gebruikt door de vorige startgroepen..).
Bas moedigt ons aan op zijn herkenbare wijze: “kom op, deze machine gaat ervoor!” en hij balt de vuisten, maakt het gebaar van de alfa-man, kijkend over zijn bril. Hij zal ons, maar toch vooral ook zichzelf, nog vaak op deze manier moed inspreken!

Vlak voor de start worden we door een Lapse vrouw in originele klederdracht in een onverstaanbare taal welkom geheten. Op basis van een paar herkenbare woorden vermoeden we dat ze het heeft over cultuur en natuur, die belangrijk is voor de Sámi, de officiële naam van het nomadenvolk in het noorden. We zullen de natuur respecteren, want we krijgen van de organisatie een ‘trash-bag’ mee om alle rommel mee terug te nemen. Niets blijft achter… nou ja, behalve het papier na een bepaalde noodzakelijke activiteit..

Na aftellen in het Zweeds wordt een lint losgemaakt en zet de groep zich in beweging. Sommige erg enthousiaste deelnemers kunnen niet wachten en lopen om het lint heen, tussen de lage berkjes door, het pad op. Eindelijk, op weg!
Net zoals bij een hardloopwedstrijd duurt het even voor je je eigen loopritme kan vinden. De rugzak voelt nog wat onwennig. O ja, vlak voor de start kunnen we onze rugzak nog even wegen: Bas spant de kroon met 18 kilo; Nico 17; ik 16,5 en HK? Niks 12 of 13; gewoon 15 kg schoon aan de haak! HK lijkt ‘geschokt’: wie heeft ‘m dat geflikt? Stiekem iets in zijn rugzak gestopt? Wij kijken fluitend om, niets gezien, weten nergens van. Maar het is duidelijk dat het droogvoer met 2 kilo ons streefgewicht heeft vermorzeld. Afijn, we eten uiteindelijk onze rugzak weer wat lichter..

Na ongeveer vijf kilometer bereiken we een meer waar slimme locals een leuk zaakje hebben opgezet: een Lap Dånalds; alleen de ‘golden arch’ ontbreekt, maar het rendiervlees in wrap met vette saus smaakt heerlijk! Cola erbij en we zijn nu helemaal klaar voor de rest van de hike van vandaag. Ik zie enkele Duitsers al aan het bier.. Laten wij dat maar niet doen, want de volgende 15 km worden dan dubbelzwaar.

image

En zwaar worden ze toch! Het pad is afwisselend bezaaid met grote keien en soms belegd met een smal plankier door moerassig terrein. We passeren diverse hangbruggen over woest kolkende riviertjes, die flink wiebelen als je er overheen loopt. Een foto nemen midden op de brug is bijna onmogelijk als iemand achter of voor je op de brug loopt. De natuur is wonderschoon en de hoogste berg van Zweden, de Kebnekaise komt steeds dichterbij. Een flink deel van de top is nog besneeuwd, zoals ook die van de andere bergen waar we onderlangs lopen.

Behoorlijk uitgeput komen we om acht uur ’s avonds aan bij de eerste stempelpost, fjällstation Kebnekaise, dat bestaat uit een aantal lage bruine houten huisjes. Helaas geen toegang voor ons, maar we kunnen wel terecht in een grote tipi-tent, waar zowaar blikjes Norrlands Guld verkocht worden: licht bier met 3,5% overheerlijke alcohol!
Nu we bijna klaar zijn voor vandaag durven we het wel aan.. Een tweede halve liter voor straks bij de tent!

image

Omdat we, als we nu stoppen, de volgende dag ongeveer 26 km moeten afleggen willen we vanavond nog een stukje doorgaan. Iedere kilometer die we nu nog meepakken scheelt morgen weer. Na nog een half uurtje door zwoegen, met beduidend zwaardere benen nu, vinden we een prachtige kampeerplek op de helling, achter enkele bosjes. De wind is flink opgestoken, dus wat beschutting is welkom. Zowaar stroomt naast onze pleisterplaats een klein helder beekje waar we ons water kunnen tappen. Om te drinken, om te koken voor het ‘diner’ en voor een vluchtige opfrisser. Blij met meerdere zenuwbehandelingen voel ik de kou van het water bij het tandenpoetsen niet.

image

image

image

Het uitzicht is prachtig. Vanuit de tenten, die in minder dan tien minuten zijn opgezet, kijken we over een groene valei die begrensd wordt door woeste bergen. Om de beurt putten we ons uit in superlatieven, die van Bas vanzelfsprekend het superlatiefst!
Het eten uit de oranje zakken met gevriesdroogde ‘tikki masala’, ‘beef & potatoe stew’ of ‘pasta bolognaise’ is letterlijk even slikken.. Het kan HK niet bekoren; na een paar happen houdt hij het voor gezien. Bij ons overwint de honger. Je moet toch wat binnen krijgen..!

image

Inmiddels staat de zon zo laag en is de wind dermate toegenomen, dat we de biertjes maar voor de volgende dag bewaren; die 600 gram kan er ook nog wel bij! We duiken de tent in voor de eerste ‘nacht’ ver boven de poolgrens. Nacht is een relatief begrip als het tussen 23:00 en 4:00 schemert. Mijn ooglapje doet wonderen: kunstmatige nacht in de maakbare wereld! De oordoppen blijken ook onmisbaar. Tsjónge, wat kan mijn tentgenoot zagen.. (ik noem geen namen; keuze van 1 uit 3). Ik snurken? Welnee! Toch, M?

image

image

En zo zijn de volgende dagen: lopen, rusten, eten, slapen. De nachten zijn behoorlijk koud. Mijn slaapzak is kennelijk al wat ouder, want pas met sokken, een lange thermo-onderbroek en een paar lagen shirts wordt het behaaglijk. HK heeft nergens last van (hè, toch verraden..). Zijn nieuwe donszak, een verjaardagscadeau, is zeer warm. Je wordt dankbaar gememoreerd, H!

We komen regelmatig inmiddels bekende gezichten tegen. Een gezette Amerikaanse dame (onder ons oneerbiedig dikke Nellie genoemd) op gympies; ze doet het toch maar! Ze loopt bovendien regelmatig voor ons, ondanks het feit dat we haar regelmatig inhalen. Bij een beekje waar geen planken overheen liggen stapt ze monter door het water dat boven de schoenrand gutst. En dan moet je nog een heleboel kilometers, met soppende sokken.. rare lieden, die Amerikanen.
En de Duitse ‘senf-gruppe’ (door ons zo genoemd), allen in mosterdgele broeken, wat later Zwitsers blijken te zijn (goed geraden Nico!). Diverse lopers met honden, een of twee, met of zonder eigen rugzakje aan beide zijden van het lijf. Zouden zíj het leuk vinden, zo’n zware tocht door de fjällen? Hun tongen spreken boekdelen: slap uit de bek en hijgend ploeteren ook zij voort. Eén baasje is wel heel zorgzaam, want bij een stop zie ik haar hond in een grote rugzakhoes liggen, beschermd tegen de wind op het bezwete hondenlijf.
We zien kinderen van amper 12 jaar, met een rugzak die bijna groter is dan zijzelf. Een paar oude heren van, ik schat, ergens in de 70, die moeizaam vooruit komen. Maar vanzelfsprekend ook veel ‘speedies’, die dubbel zo hard lopen als wij. Bij Scandinavische mannen is de’Viking-look’ populair: kaal of kortgeschoren kop, met woeste halflange baard, met gevilde lange stok in de hand. En redelijk veel mensen die de tocht in hun eentje lopen. Geen oppepper zoals Bas bij zich; ìk zou het niet volhouden..

image

image

Grappig genoeg zijn er ook redelijk wat ‘tegenliggers’: wandelaars die dus niet meedoen aan dit event en zelfstandig op stap zijn, alleen dan in zuidelijke richting, terwijl wij grofweg naar het noorden lopen. Ik zou niet graag in hun schoenen staan, want op smalle paadjes of plankiers moet meestal een van beiden even stilstaan of uitwijken en je kan wel raden hoe de persoon zich voelt als hij of zij 2000 deelnemers van de FC tegenkomt. Ook bij de smalle hangbruggen over enkele grotere waterstromen is het dus soms wachten voor de ongelukkige zuidwaartsen.

image

image

Van Kebnekaise naar Singi (lunch met wrap gevuld met rendiervlees, puree en rode bessensaus; heerlijk!), bijna 14 km in de ochtend, door naar Sälka fjällstation (12 km) waar we onze tent opzetten tussen vele andere koepeltjes, buisvormige en nog veel meer soorten en maten tenten. Er staan zelfs enkele tipi’s tussen. Het is een open veld en na het meegebrachte biertje en een snelle hap uit de oranje zak, zijn we zo onderkoeld dat we rillend de tent induiken. Tandenpoetsen? Wassen? Mwâh, dat kan morgen ook wel (hoewel er gisteren ook niet veel van gekomen is).

image

image

(wordt vervolgd)

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Lapland, här kommer vi!

7 Augustus, strakblauw, zon.//*\\
Vier uur in de ochtend gaat de wekker; sterker: om 03:55 word ik uit mezelf wakker en kan ik de 3 wekkers die ik voor de zekerheid heb gezet uitzetten voordat ze afgaan. Dat ik spontaan wakker word zal ongetwijfeld te maken hebben met de lichte ‘reisefieber’ die ik ondervind..

Ondanks de jaarlijkse Alpentochten van de afgelopen 13 jaar is dit toch anders. Geen knusse berghut aan het eind van de dag, geen douche (soms warm, veelal koud), geen stevig portie ‘bergsteigeressen’ (Schweinebrat mit Germknödel und frissche Salatteller;  und dazu noch ein Halbes Zweigelt), maar een portie droogvoer, die we zelf wellen met water uit de rivier, gekookt in ons pannetje voor vier, op de brander die we toch maar nieuw gekocht hebben. Goede suggestie Bas, want dat spiritus brandertje van mij, zonder knop of regelaar (maar wel uiterst klein en licht), dat kookt het water in dubbele tijd. En de gastankjes voor de nieuwe primusbrander worden door de organisatie geleverd, met ‘refill’ halverwege, dus dat scheelt weer twee liter brandspiritus meesjouwen.
En wat ook anders is dan in de Alpen, is het slapen in een tent, die we vanzelfsprekend ook meesjouwen, met een slaapzak en -matje. Kortom: meer gewicht.

En tot slot worden Alpentochten doorgaans niet in kilometers uitgedrukt, maar in stijgings- en dalingsmeters en het aantal uren dat je gemiddeld onderweg bent. Deze tocht beslaat ruwweg 110 km in 5 dagen. Dat is niets, hoor ik je zeggen.. 22 km per dag; dat is iets meer dan 4 uur lopen in Nederland. Maar de Fjällen lopen anders, het terrein is ruig, met grove keien, afgewisseld met smalle plankiers over drassige delen, om zo af en toe gemeen te stijgen. Meer dan 3 km per uur zullen we niet lopen dus dat betekenen dag’afstanden’ van zo’n 7-8 uur, de pauzes niet meegerekend.. Het is in ieder geval lang licht, in deze tijd ongeveer 19 uur in een etmaal! We kunnen dus even vooruit…

Genoeg reden voor een lichte spanning en die voelen we allemaal. ‘Chapeau’ voor Nico en Bas, voor wie dit de eerste outdoor-tocht is. En dan nog wel de tocht der tochten! Voor hen is de spanning helemaal voor te stellen.

We worden door Hes en Mar’ naar Schiphol gebracht, ondanks het vroege uur. Zelfs Kirsten wil het wel eens meemaken hoe vader Nico gaat ‘survivallen’; zie maar eens een 19-jarige meid uit haar bed te krijgen om vader uit te zwaaien.. Als je dat lukt moet het wel iets heel bijzonders zijn. En dat is het! (Of was ze net terug van een feestje..? Dat zou ook nog kunnen!).

Het is druk op het vliegveld, maar de nieuwe controle-afhandeling loopt gesmeerd: we zitten in no-time aan de koffie/thee, met pannini en eigen broodjes. Ook op Arlanda airport, in Stockholm, waar we de baggage van de band moeten halen om even verderop weer in te checken voor de vervolgvlucht naar Kiruna (twee losse vluchten geboekt, dan krijg je dat), gaat het voorspoedig, al moeten we vier uur wachten tijdens de overstap. Die brengen we op gepaste wijze door, op het terras in de zon, met….?!

  image

Er lopen in Stockholm beduidend meer ‘outdoor’ mensen; stoere wandelbroeken en zware -schoenen. Wij hebben ons wandelkloffie nog niet aan, dat bewaren we voor morgen. In Kiruna wordt duidelijk dat de Fjällräven Classic een ‘big event’ is: honderden mensen lopen met rugzakken in alle soorten en maten (en gewichten dus).

Dat brengt mij op een precair punt. Bij de voorbereiding hebben we min of meer afgesproken de zak niet zwaarder te laten zijn dan 15 kilo. We hebben gezamenlijke spullen zo eerlijk mogelijk verdeeld en ‘tot in den treure’ lijstjes doorgenomen met wat wel en niet mee moet. We zijn het er over eens dat we qua kleding niet veel nodig hebben; stinken doen we toch! Maar wat eten betreft, buiten het droogvoer van de FC-organisatie, lopen de persoonlijke wensen en behoeften toch duidelijk uiteen! Waar Bas het ‘doet’ op noedels, is Nico meer van de mueslirepen. En ik wil per sé die halve salami mee, als beleg voor die droge (maar overheerlijke) Zweedse zuurdesem broodjes én voor bij de ‘borrel’ (borrel? Jahaa, waarschijnlijk is bij een aantal stempelposten zowaar een blikje bier te krijgen!). En HK dan? Die heeft bijna niets aan extra voer bij zich. Maar die heeft zijn rugtas dan ook tot 12 kilo weten te beperken! Ik vraag mij hardop af of hij zijn deel van onze gezamenlijke tent wel bij zich heeft… Een geheimzinnige, nee, sardonische glimlach doet mij het ergste vrezen. Of in dat pakket wat mij is toebedeeld zit toch de hele tent..!
Gedriëen kijken we met lichte jaloezie naar dat ‘vederlichte’ pakje dat HK straks draagt. Maar als hij onderweg honger krijgt….?

In Kiruna monsteren we in, in een cabin van Camp Ripan, dat naast een schoolgebouw ligt waar we de laatste inschrijvingsformaliteiten afhandelen. We krijgen een kaart, een stempelboekje en we mogen uit enorme kratten zo veel droogvoermaaltijden meenemen als we willen (zelf sjouwen, welteverstaan..).

image

Het is uitzonderlijk mooi weer, strak blauw en lage, maar aangename zon. We vertoeven lang op het terras en eten niet binnen, waar lange tafels gedekt zijn, maar heerlijk in de avondzon. Lang houden we het niet vol.. morgen gaat het beginnen! Bovendien verschijnen er na het eten plotseling meer muggen. Nu het nog kan, willen we die ontlopen. Dus duiken we vroeg het bed in.. na nog 10 keer de inhoud en indeling van de rugzak gechecked te hebben (wat zou HK dan nog meer niet bij zich hebben…?)

  image

Geplaatst in Reisverslagen | 1 reactie

Over Frank Vonk en het onweer op de hielen, in Nederland, Nederland

(het duurde even, maar hier dan toch het vervolg)
12 juni, prima wandelweer: 20¤ en een koel briesje. 20km gelopen.
Hoe zit dat met die staart van de slang? Nou dat zit zo.
Gisteren hebben we na het douchen de handdoeken aan een lijntje tussen mijn tent en een boom opgehangen. We staan op een smalle strook groen tussen het met lelies overdekte meertje bij de camping en wat bossages met een sloot achter ons.
Vannacht is het gaan regenen en Nico heeft, als wakkere Westlander (mooie titel voor een Suske en Wiske stripverhaal), de tegenwoordigheid van geest om de handdoeken binnen te halen in de tent. Ik was ook even uit mijn slaap van het getik op het tentdoek, maar ik heb me weer lekker omgedraaid…

De volgende morgen ga ik douchen, maar als ik er onder vandaan kom merk ik dat ik mijn handdoek ben vergeten. Die ligt droog te zijn in de andere tent! Druipend ren ik van het douchegebouw naar de tent terug en daar aangekomen voel ik wat glibberen onder m’n voeten… Een slang.. een SLANG??

Zeker een meter lange slang kronkelt van het meertje naar de sloot achter ons en dus vlak langs onze tent, onder mijn voeten. Ik roep de anderen en tegelijkertijd schiet Freek Vonk, de TV-bioloog, door m’n hoofd, die de slang vast en zeker enthousiast bij de staart zou hebben gevat (altijd met de kop vlak boven de grond, anders kronkelt hij omhoog naar je arm), maar ik ben te gespannen (en geschrokken) om als Frank Vonk door het leven te gaan!

Weliswaar constateer ik dat het om een (ongevaarlijke) ringslang gaat (voor een adder is het hier beslist te nat en hij mist het bekende zigzag-patroon op zijn rug), maar zo’n knoepert heb ik nog niet eerder gezien! Blijkbaar stikt het hier ook van de kikkers en salamanders, want zonder die overvloedige maaltijd was de slang niet zo uit de kluiten gewassen. Bas en Nico zijn net te laat om hem te zien, want hij verdwijnt na onze ‘encounter’ snel in de bosjes naar de sloot. Ook voor een foto ben ik helaas te laat, dus jullie moeten het doen met mijn ‘kampeerders’latijn..

We ontbijten met Bever-muesli, geweekt in warm water, waarvoor de brander toch nog goede diensten bewijst. Niet voor niets meegesjouwd dus, hoewel het eigenlijk niet uitmaakt: alles staat in het teken van het ‘echie’ straks in het hoge noorden, dus we kunnen maar beter gewend zijn aan het gewicht dat we meetorsen.

Als we de tent opbreken is ‘ie weliswaar niet helemaal droog, maar gelukkig niet ook kletsnat. Dat kan straks in Zweden wel anders zijn. Ik citeer uit de mail die we deze week van Fjällräven-organisatie ontvingen: “the summer in the Kiruna Mountains has so far been cold and wet. At the moment parts of the Fjällräven Classic route are still covered with snow. When hiking on snow it can be difficult to see the marked summer trails which means that map and compass are absolutely necessary tools (mandatory equipment)”. Hoe ging dat ook weer, je route bepalen met kaart en kompas? Die padvindercursus is alweer erg lang geleden…! Afijn, beide gaan mee en die sneeuw lijkt op de webcams bij de enkele ‘stugorna’ (hutten) langs de FC wel mee te vallen. Knap staaltje van de spanning opvoeren is het wel!

Het lopen is vandaag een verademing. De ‘mist’ van gisteravond is snel opgetrokken en de temperatuur is ideaal om te lopen. We duiken de mooie Weerribben in, hoewel je de schoonheid van dit gebied nog beter ervaart in een kano of kayak. Wij lopen langs berkenbosjes, afgewisseld met rietkragen, waar de karrekiet zijn uiterste best doet om op te vallen (hoewel hij zich natuurlijk niet laat zien).

image

..en we gaan nog niet naar huis...

Na ruim een uur lopen we Kalenberg binnen: ‘Giethoorn incognito’. Ook hier rietgedekte boerderijen langs de vaart, maar vrijwel zonder toeristen. Bij een voormalige kerk ligt een aanlokkelijk terras en binnen wordt koffie gezet onder het spreekgestoelte, en poffertjes gebakken. OLH zal ervan watertanden! Wij vonden ze wat melig.. Bas neemt er ook maar een tosti bij, want zijn verbranding draait op dubbele snelheid.

Door de vaart, langs ons terras, varen de boten af en aan. De brugwachter naast de kerk doet goede zaken: iedere brugopening (automatisch) kost € 2,10; de afrekening gaat traditioneel: een hengel met een klompje wordt naar het dek gezwaaid en de bij’vaarder’ (meestal vrouw; de man, inclusief kapiteinspet zit aan het roer) deponeert het geld in het klompje. Geen gepast geld? Dan heb je pech, want voorbij de brug: klomp weg, brug dicht. Zo gaat het om de 2-3 minuten, terwijl wij op het terras de boten ‘keuren’. Het is klein, groter, grootst. De grootste (niet toevallig met een Amerikaanse vlag op de achterplecht) zou in Monaco niet misstaan, maar hier is het de spreekwoordelijke ‘ flag on a mudship’ (zou een Amerikaan dat begrijpen?). Juist de kleinste, onogenlijkste bootjes passen hier het best.

De koffiestop loopt zo ongemerkt uit, maar na een uur is het toch echt tijd om de tocht te vervolgen. We lopen door groene velden en lage bossen. We komen uit in Nederland.. Huh? Zaten we inmiddels in het buitenland dan? Nee, dit is een gehucht, herkenbaar aan het witte plaatsnaambord met oranje letters. En er staat echt Nederland op!
“Waar woon je?”
         “In Nederland”
“..maar in welke plaats?”
          “Nou, dat zeg ik”
Zo kan ik mij een aardige conversatie voorstellen. Of nog leuker, in het buitenland:
“Hi, where do you come from?”
          “Oh, hi, I am from Holland?”
” O wow, and where do you live in Holland?”
          “I live in the Netherlands”
..waarop de vragensteller zich boos omdraait, omdat hij zich in de maling genomen voelt. Maar misschien zegt de vragensteller wel:
“Oh, I thought that was the capital of Denmark”
Of zoiets..
Verplichte foto natuurlijk. Zo heb ik er ook ooit een gemaakt in America… bij Venlo.

image

"Where do you live...?"

De laatste kilometers zijn wat saai, over asfalt, langs een rechte vaart. Nico zet de pas erin, dat doet ie het hele weekend al overigens. Meer dan 5km/uur en dat is een kruissnelheid die sneller is dan mij lief is. Ik houd het liever op iets rustiger, want dan houd ik het ook langer vol. Maar snel wordt duidelijk waarom het paard stal ruikt. Is het het vooruitzicht aan een hamburger met blonde rakker? Nee, het is een ware onweersbui die ons op de hielen zit. Een donkere lucht komt angstvallig snel achterop. Als we de randen van Steenwijk inlopen beginnen de eerste spatten te vallen. Snel naar het café-restaurant bij het station, waar de auto geparkeerd staat.. De laatste honderd meter schieten we vooruit… om te ontdekken dat de uitspanning dicht is! Wat wil je, aan de rand van de bible-belt. Je zou eens genieten op zondag.. Foei! Als de bui naar beneden komt, duiken we net op tijd de auto in. Dankzij het tempo van de ‘tomatenteler’ (vrij naar Bas) redden we het min of meer droog.

Om toch nog wat te vieren stoppen we… bij een benzinestation (!) voor wat versnaperingen. De visioenen in koele biertjes bewaren we voor thuis. We (laat ik voor mezelf spreken:) ik ben redelijk uitgeteld. Gelukkig geldt dat (nog) niet voor de bestuurder.
Het was een mooi trainingsweekend. Op naar het ‘echie’!

image

Ien... kom me halen..!

image

Zzzzzzzz

image

Zo fris als een tomatenkweker!

Proost!

Geplaatst in Reisverslagen | 1 reactie

Over een vrijwillige tocht naar Muggenbeet

Misschien heb je het nog niet gezien, maar ik heb een nieuw tabblad aan het blog toegevoegd: Hiking banker. Want als er niet gefietst wordt, kan je altijd wel ergens wandelen. En aangezien er dit jaar nog een spannende wandeltocht op het programma staat (zie eerder genoemd tabblad), moet er ook nog wat getraind worden.

11 juni: Bas, Nico en ik (HK kan er helaas niet bij zijn) rijden vroeg in de ochtend naar Steenwijk, parkeren daar de auto en nemen de bus naar De Blauwe Hand bij Wanneperveen. De rugzak gevuld met vrijwel alle dingen die we in Lapland ook nodig hebben: tent, slaapzak, slaapmatje, brander, pannetje en… Deet.
Want muggen zijn hier ook, in Muggenbeet, waar we overnachten op een kleine trekkers- en kanocamping. Het gehucht doet zijn naam voluit eer aan!

Het traject vandaag is 20 km, de temparatuur is tegen de 30¤ en de rugzak? Die is zwaar… pittig zwaar; de eerste kilometers zijn echt weer even wennen, met 16 kg op je rug. Maar de omgeving is mooi. We lopen door velden, langs water, veel water. Dankzij de toenmalige turfstekers genieten we nu van plassen, meren en vaarten. Van vogels en koeien, die verkoeling zoeken in het spiegelgladde water. En van muggen…

image

image

image

De route gaat door Giethoorn waar Japanners en Koreanen proberen fluisterbootjes te besturen. Dat gaat natuurlijk niet goed, want hoe kan het dat je naar links vaart, als je de motor naar rechts duwt..! Tsja, misschien geen fluisterbootjes in Azië (nee, daar hebben ze die longboats, met vrachtwagenmotor en de schroef op een hele lange aandrijfstang; waarom? Met een korte stang zou de boot direct een salto maken door de kracht van de motor..). Hier geen salto’s, maar vrolijk gegiechel terwijl de kant wordt geramd.

We vergapen ons aan de fraai gerenoveerde boerderijen met rieten daken. Maar dat je hier in een poppenkast woont, moet je wel op de koop toe nemen. We passeren café Fanfare, wereldberoemd in NL, door de film van Bert Haanstra (voor de 50+ers onder ons). Over 50 (of 60/70)+ gesproken: zeker 90% van de fietsende jonge-ouderen rijdt op een fiets met zo’n schermpje op het stuur.. Ken je dat? Dat is dan oppassen geblazen, want ‘ze’ komen in volle vaart voorbij, 15% mens, 85% accu (moderne variant ‘terminator’..). Maar ach, ‘ze’ zitten niet achter de geraniums en zijn net als wij ‘goed’ bezig…

Na Giethoorn lopen we een stuk langs het Beukers-Steenwijk kanaal om vervolgens weer de polder en de weilanden in te duiken. In een berm pauzeren en eten we wat, maar Bas heeft geen rust.. ‘we moeten verder, naar de hamburger-friet’. En: ‘K è ’n dorst, ‘k è ’n dorst, ‘k kan wel ‘onderd-duzend pilsjes è’ (wat mot je è dan) Oh, geef me maar ’n klientje’ is de gevleugelde grap, als Zeeuwen onder elkaar. Nico, ras-Westlander, vindt ons maar rare jongens…

Op mijn aanwijzing lopen we ergens verkeerd (‘nee, het bordje stond fout’), waardoor we in een maisveld belanden, onder het ongetwijfeld boze oog van de boer, die iets verderop met de trekker een veld egt. Dan maar even als vanouds slootje springen, maar dat valt waarachtig niet mee met zo’n kolos op je rug. Nico loopt wijselijk iets terug om een smaller stukje uit te zoeken, maar we komen zonder ‘natte zeik’ aan de overkant. Toch een beetje Zweden in Holland: ‘ruige natuur en woeste bergbeken’; het kost wat fantasie, maar dan heb je ook wat!

Het laatste stuk door een wild veld is warm, heel warm. Geen zuchtje wind, geen schaduw en alleen maar visioenen van koude biertjes. Die moeten we in Zweden niet te veel krijgen, want zelfs dat ‘klientje’ zullen we moeten ontberen.

Aangekomen op camping Muggenbeet, verwelkomd door joviale Jaap, die zelf met zijn vrouw in een mobile home woont, zetten we toch maar eerst de tent op. Dat zou anders een catastrofe worden, als we eerst die ”onderd-duzend’ zouden nuttigen.. Het pannetje en de brander worden uitgepakt, maar wat blijkt? Alleen Nico en ik hebben een Bever-outdoor-opwarm-roer-en-slobber maaltijd bij ons. Bas was dus serieus over die vette hap…! Maar ja, wij zijn met een natte vinger te lijmen en dus belanden we op het zon- en boottoeristenovergoten terras van restaurant Geertien, naast de camping. Het heeft ons gesmaakt! Het duurde even voor de mist de volgende morgen optrok. Ik zou dan eerst nog de slang op zijn staart trappen…

image

image

image

..wordt vervolgd!

Geplaatst in Reisverslagen | 4 reacties

Nou, de allerlaatste dan..

image

Rocinante heeft zijn nieuwe liefde gevonden..

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Wat wederom nog rest..

19 Mei. Ca. 4km gefietst. Gefietst? Je bent er toch al? Ja, maar er waren nog zo wat dingen te regelen.. Vóór vertrek, ik denk zo’n vijf maanden geleden, zocht ik per email contact met een aantal fietsenwinkels in Sevilla, met de vraag of zij een fietsdoos voor mij konden regelen, voor het transport terug naar NL. Victor, van Taller de Bicicletas, was de eerste met een positieve reactie. Of ik een maand van tevoren nog wel even een reminder wilde sturen, om hem te helpen herinneren. Zo gezegd zo gedaan: tijdens de tocht zoek ik weer contact met Victor. Hoeveel ik er wil hebben? Mwâh, doe maar een stuk of twintig, maar nee, ik antwoord braaf dat het maar om één Rocinante gaat.. De maat? Ook die voldoet, als ik het stuur en de pedalen verwijder, hoewel de Nederlandse doos van Halfords wel wat groter is.. (langere mensen, grotere fietsen en.. juist ja).

In Sevilla aangekomen is het allereerste wat ik doe Victor opzoeken, op de Avda Recaredo. Ik denk: bepakt en bezakt maakt meer indruk en hij ziet direct hoe mijn fiets eruit ziet. Maar de maten waren vooraf per email al gecheckt, dus dat zou goed moeten zijn. De fietsenwinkel is een heel klein zaakje en Victor is druk aan het werk. ‘Ah, Frank, lo siento (= helaas), de doos moest terug naar de leverancier in verband met een verkeerde bestelling en.. (heel verhaal, waarvan ik de helft begrijp). Geen doos dus! Kan je het je voorstellen? Máánden van te voren geregeld; een paar weken vóór aankomst regelmatig emailcontact en ‘no problema’, die doos heeft ie wel? Dat zijn van die momenten dat ik ‘de Spanjaard’ verwens.. Maar vergeet dit direkt; ik heb zoveel positieve ervaringen, dat deze mindere gebeurtenis eigenlijk het vermelden niet waard is. Maar niet om het een of ander: ik had er vóór vertrek eigenlijk stilletjes al rekening mee gehouden… Mijn láátste Halfords-doos, gescoord vóór het tragische faillissement van deze mobiliteits-icoon in Nederland, had ik voor vertrek al helemaal ingepakt voor het geval dát… Opgevouwen en in plastic folie gewikkeld, klaar voor Mieke om mee te nemen op haar vlucht naar Sevilla. Af en toe verwens ik mezelf over zoveel geregel vooraf; denkend aan Mel: ‘take life as it gets..?’ Maar hij werd wel geconfronteerd met een dubbelgevouwen wiel na aankomst in Spanje..

Lang verhaal kort: ik ga ongeveer tien fietsenwinkels langs om te vragen of zij een doos hebben, maar ofwel: ‘al aan een een andere Hollander meegegeven’ (hé, er zijn er dus meer..?), danwel te klein of net kapot gemaakt om weg te gooien. Tien winkels? Het stikt ervan in Sevilla! Sevilla is een fietsstad! Mijn laatste kilometers rijd ik over een onverhard fietspad linea recta de hoofstad van Andalucía binnen. Langs een ornitologisch ‘parque natural’, waar het stikt van de zwarte en witte ibissen.
Granada fietste ik binnen via een fietspad langs de rivier, maar deze binnenkomst is niet minder relaxed. De stad is vergeven van de groen geplaveide fietspaden, tot diep in het centrum!

Maar al die fietswinkels kunnen mij dus helaas niet helpen, hetgeen betekent dat mijn ‘plan noodgeval’ in werking treedt: Mieke moet de Halfords-doos meenemen, inclusief de pakkettape die ik voor haar vertrek heb klaargelegd..  Voor haar meer gesjouw, maar die fiets (oyé, niet zo denigrerend na zoveel kilometers…) sorry, Rocinante wil ik wel weer thuis hebben na deze tocht!

Hetgeen dus de verklaring is voor mijn gereden kilometers vandaag, maar hé, ‘no te preocupes’, als je ruim 1300 warme, zware, maar óngelooflijk mooie kilometers heb gefietst.. wat zouden die kleine irritaties aan het eind dan zijn? Een rimpel in een vat vol geluk.. een echo in een mooi concert.. ..¡Camarero! Otro vino por favor!..

image

..no palabre..

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties