Beter ten hele gekeerd…; over een goddelijke tocht, zonder apotheose

Het is wéér schitterend weer. Met slecht weer is een hoog alpiene tocht onmogelijk, dus ik tel mijn zegeningen. Bij regen: te glad; bij mist: geen zicht; bij onweer: kans op elektrocutie. Bij zon en helder weer? Kans op verbranding, dus ik smeer mij ruim in met beschermingsfactor 50. Ook de zonnebril is onmisbaar, want met de vele sneeuwvelden loop je zo sneeuwblindheid op. Ik heb ook genoeg water bij me in de platypus-drinkzak; de drinkslang met -tuit zit vastgeklikt aan de schouderband van mijn rugzak, zo voor het grijpen.

Helemaal op de top het bergstation van de kabelbaan

Ik ga vandaag van Fuente Dé naar Refugio Urriellu, aan de voet van de mythische Pico de Urriellu, ook wel de Naranjo de Bulnes genoemd. De refugio is de hoogste berghut die ik aandoe, op ca. 2000 m hoogte, dus ook wel een beetje mijn apotheose.. Dichter bij de goden kan ik op deze trip niet komen!

Maar dat hoef ik niet allemaal te lopen. Ik start op ca. 950 m hoogte en neem de kabelbaan die me naar 1850 m hoogte brengt. Het is een ‘paalloze’ baan, dat wil zeggen: alleen een dalstation en een bergstation; daartussen geen liftpalen, maar alleen een slaphangende ‘draad’ (die er -op het oog- voldoende dik uitziet). De gondel kan zo’n 20 personen vervoeren; een dame heeft kennelijk zóveel last van hoogtevrees, dat zij haar hoofd de hele rit van ca. 15 minuten in de jas van haar partner verbergt. Met zóveel hoogtevrees zou ik me helemáál niet in de bergen vertonen.

Fuente Dé (= parador en hotel) in de diepte
Beetje groen door het zonneglas van de gondel
Uitzicht bij het bergstation

Eenmaal boven waaieren de dagjesmensen uit, van uitkijkpunt, naar kleine rondwandeling of naar het restaurant, mét prachtig uitzicht. De échte ‘die hards’ gaan verder… met klimtouwen en helmen op! Nee, denk niet dat ik mij tot de goddelijken reken; dat is teveel eer voor een simpele laagland bewoner zoals ik en dan ook nog eens één die twee meter onder zeeniveau leeft (waarover straks -helaas- meer).

Iets glimmends op de kam

Desondanks ben ik samen met wat klimmers een van de weinigen die op weg gaat naar de refugio. De totale afstand is niet lang, ca 8 km en het stijgingspercentage is -op een klein stuk na- niet veel meer dan 10%; dat kleine stuk staat overigens met kleinere stippen op de kaart, maar het is maar een zeer beperkt deel van de route…

Onderweg vastgelegd door twee aardige ‘die hards’ (= klimmers)
..die vervolgens op weg gaan naar de wand (brrrr..)
Een alpenkraai (hoge schriele fluit) lonkt naar wat voedsel

Al snel zie ik op de eerste kam iets glimmends; dat moet Cabaña Veronica zijn, een refugio libre ongeveer halverwege de route, die op een metalen iglo lijkt. Ik had in mijn internet voorbereidingen al overwogen hier te bivakkeren, maar daar zou de tocht te kort voor worden, 4 km van de gondel. En gelukkig maar, want als ik er aankom is het een drukte van belang met rotsklimmers, die hier een soort ‘honk’ hebben gemaakt, alvorens in de wand te stappen. Eéntje staat in de piepkleine ruimte lekker eieren met spek te bakken op een klein gasfornuis! Er kunnen vier personen slapen; in nood wellicht zes. Buiten staat een picnic-tafel (goed vastgeschroefd), met een weergaloos uitzicht over alle pieken van het ‘macizo occidental en central’. Om er te komen moet ik eerst wel nog door enkele sneeuwvelden ploegen. Maar er is vóór mij goed ‘gespoord’.

‘De glanzende maancapsule’
Ik zet buiten, beschut in het hoekje, koffie
Het (volle) interieur van het klimmershonk; rechts achter de deur is een stapelbed met plaats voor vier personen

‘Fabelhaft’ uitzicht

Ik zet zelf buiten de capsule een heerlijke dubbele kop oploskoffie, waar ik later enige spijt van krijg. Maar op dat moment is het een goddelijk -alweer- genot; koekje erbij. Ik klets wat met de klimmers en vraag hen naar de resterende 4 km naar Refugio Urriellu. Zij raden mij beslist af naar Horcados Rojos af te dalen, dat is het kleine stippelstukje op mijn kaart; zonder ‘crampones’ (stijgijzers) zouden zij dat zelf niet overwegen, vanwege de ‘pendiente’ (daar heb je ‘m: de befaamde hellingsgraad) en de sneeuwvelden. Oei, dat is een domper; daar had ik helemaal niet op gerekend! Met slechts een paar kilometer van de laatste hut en nog eens 8 km naar het punt waar ik mijn ronde begonnen ben, moet ik de ‘anillo de los picos’ wellicht openbreken? Zoiets als de open ‘O’ die overal op straat werd geschilderd toen in Zeeland werd overwogen de Oosterschelde helemaal af te sluiten? (welke protesten wel effect hadden, want er kwam dus een open stormvloedkering). Maar nu zit ik niet te wachten op een breuk in de ring, want dan moet ik hele andere plannen maken..

Op weg naar de Horcados Rojos

Vóór ik koffie ging zetten liepen er twee, ogenschijnlijk ervaren, wandelaars voor mij en iets verderop nog een paar. Maar die zijn tijdens mijn koffiepauze doorgelopen, ook op weg naar de refugio. Als ik bij de laatste kam aankom, vanwaar het inderdaad behoorlijk steil naar beneden gaat -rotsen afgewisseld met sneeuw- zie ik een heel stuk dieper beneden een paar poppetjes afdalen, maar niet via de ‘officiële’ route, maar met een flinke omweg, die inderdaad minder steil lijkt, maar wel een heel groot sneeuwveld beslaat. Was ik maar samen met hen, of samen met T en A, dan hadden we kunnen overleggen en stukje bij beetje de variant-route kunnen verkennen. Maar in mijn eentje lijkt mij dit -mede gezien de woorden van de klimmers, die toch niet voor een kleintje vervaard zijn- geen verstandige optie. Ik probeer het een stukje, maar denk aan het thuisfront: niet doen!

Sneeuw in de variantroute

Beter ten halve gekeerd, dan ten hele vanaf de goddelijke rots naar beneden gestort. Van je voetstuk vallen is één ding (want zo voel ik mij wel een beetje), maar het niet meer kunnen navertellen is toch een ander perspectief, dat niet lonkt. Ik keer dus om…

Ik zie nog wel iemand volgens de ‘normaal-route’ heel langzaam naar boven komen en kan hem -wachtend op zijn eindklim- nog even bevragen; hij haalt zijn schouders op en zegt dat het wel ging…., maar de andere kant op, naar beneden, dat had hij mogelijk ook niet gedaan en hij loopt -zonder er verder veel woorden aan vuil te maken- verder (dat is de échte ‘duro de matar’). Ik weet genoeg. Met wat zwaarder gemoed loop ik dezelfde route terug naar de kabelbaan, ondertussen mijn opties overdenkend (en dat zijn er niet veel). In deze gevallen zit er niets anders op dan teruggaan naar het dal en met een ruime boog ergens anders het massief weer binnen trekken. Ik vergeet van de weeromstuit die middag verder nog foto’s te maken, dus het is daardoor in de afronding van dit epistel een beetje een saai verhaal… Geen apotheose!

Maar… er komt toch nog een ‘happy ending’! (in de bergwoordelijke zin van deze -voor tweeërlei uitleg vatbare- uitdrukking). Zet je schrap. 😇

De vlak na Cabaña Veronica onderbroken route; verderop Refugio Urriellu en het vervolg
Detail van mijn twijfel, zal ik wel, zal ik niet?
Onbekend's avatar

About Biking Banker

Biker & Hiker and in between a Banker
Dit bericht werd geplaatst in Reisverslagen. Bookmark de permalink .

4 Responses to Beter ten hele gekeerd…; over een goddelijke tocht, zonder apotheose

  1. Jan Stoop's avatar Jan Stoop schreef:

    Moeilijk, maar dapper besluit…

    Ps: ik dacht dat je om hele andere redenen spijt van je dubbele oploskoffie zou krijgen

  2. HW's avatar HW schreef:

    Fantastische verhalen over lucht kastelen😂 Ben ondertussen de weg een beetje kwijt in je klim en wandeltocht in de Pico Europa, maar geniet van je avontuur. je broer

Plaats een reactie