Gedonder in de bergen

Na de rustdag gaat het vervolg van de etappe naar Arans, maar daar aangekomen blijkt Alec zeer veel last te hebben van zijn knieblessure. Na onderling beraad neemt hij de bus naar Andorra la Vella en vandaar naar Barcelona om terug te vliegen naar huis. Een domper! Ik hoor dat pas later, want ik heb hen even alleen gelaten voor hun overleg en ben voorlopig alleen doorgegaan. Ik overnacht in een prima hotel in Ordina, maar houd telefonisch contact met Connor.

Mijn vervolg gaat naar Encamp, een op het eerste gezicht oninteressant dorp, maar het hart van plaatsje is toch wel gezellig. Ik wilde eerst doorlopen naar een onbemande refugio halverwege het volgende traject, maar na een klim van zo’n 600 m en een flink steile afdaling van ca. 700 m vind ik het eigenlijk wel welletjes. Een hostal bij een riviertje in Encamp is een uitstekend eindpunt.

Euhh, auto’s en brommers?

Euhh, Riu.. wattuh?

Laat in de middag komt Connor toch het plaatsje binnen wandelen. Ze hebben besloten dat hij doorgaat en hebben vlak voor Alec’s vertrek met de bus hun spullen uitgewisseld; Connor zal nu de tweepersoons tent en het kookstel alleen moeten dragen… En hun voorraad sardineblikjes! Voor mij natuurlijk gezellig om een wandelmaatje te hebben, maar ik kan me het lastige overleg vóór het vertrek van Alec wel voorstellen.

Met Olivier, de Fransman

Na Encamp vervolgen we de dus samen de route naar refugio de L’Illa (2.485 m), etappe 33 alweer (het wordt nu bijna aftellen!).

L’Illa is een hypermoderne hut, die twee jaar geleden is geopend. In de beschrijving van Johnson was het nog een oude, onbemande hut.

Marga uit Barcelona ‘zwaait’ er de scepter; ze is een gezellige spraakwaterval, die op-en-top Catalaanse is en niets van de spaanse ‘clans’ moet hebben, of het nu PP is of PSOE… Allemaal boeven! (NB: het is bijna een jaar geleden dat het Catalaanse referendum eindigde met de vlucht van hun leider en de rest in het ‘cárcel’ deed belanden en dat is duidelijk merkbaar op alle televisiezenders op dit moment; en overal hangen ‘yellow ribbons’… jeweetwel, van die golden oldie van Tony Orlando? ..in afwachting van de geliefde die uit de gevangenis terugkeert?).

Het is een unieke refugio, met Ikea uitstraling zou Carmen zeggen: alles blank hout, met enorme ramen die uitkijken over de omringende bergen, die goud oplichten in de ondergaande zon. Het rond gevormde dak is van verblindend aluminium. Er is zelfs wifi en Philip, de jonge franse kok (die overal en nergens heeft gewerkt en nu dus hier is beland..) zet een fantastische schotel Bolas de Picolats op tafel: gehaktballetjes met calamares in een heerlijke saus! Oei, dat is lekker..!? Onthouden! Marga en Philip zijn een uitstekend en gezellig team, zoals je niet veel ‘hüttenwirts’ ziet. Ik mag van Marga de sateliettelefoon gebruiken om de volgende hut te reserveren; het is weekend dus sommige hutten zijn volgeboekt. En refugio de la Feixa heeft maar 12 slaapplaatsen, lekker knus, dus even bellen kan geen kwaad.. Er is plaats!

Beneden een ruim bemeten kippenhok, met aparte hondenruimte!

In L’Illa ontmoeten we ook Olivier, een Fransman die we eerder al zijn tegengekomen en die loopt alsof ‘ie mank is… maar wel bijna twee keer zo snel als wij! Een vreemd gezicht, met een enórme rugzak, waar ook nog een forse slaapmat onder is gebonden. Hij blijkt ‘kasteelheer’ te zijn, althans in onze ogen: hij werkt als curator in een kasteel in Pau (maar nu dus even niet..). Er is verder een Frans stel met twee honden, die ’s avonds naast de kippen in een flink kippenhok mogen slapen, buiten de hut. Ze missen hun baasjes en zetten een tijdje een angstaanjagend gehuil in.. mensen die nu buiten lopen en de hut nog niet hebben bereikt, denken vast dat ze aanstonds worden overvallen door een roedel wolven… De oude herdershond van Marga zelf valt hen zowaar bij, met enige twijfel en een beetje schor; aandoenlijk! Vanaf nu heet de hut wat ons betreft Refugio de los Lobos! 😀

Van L’Illa/Lobos gaat het naar refugio de la Feixa en Olivier hobbelt enige tijd met ons mee, maar we houden hem uiteindelijk niet bij! We weten dat er die middag regen is voorspeld en die wil hij kennelijk voor zijn. Op een winderige col, waar Connor en ik even pauze willen houden, komen we hem weer tegen, maar hij heeft die stop net achter de rug en vervolgt zijn tocht. We kijken hem met verbazing na… dat hij in dit onregelmatige terrein, met keien en gruis, met zijn enorme rugzak overeind blijft…? Onze stop is overigens kort; de wind trekt aan en er verschijnen onheilspellende wolken, die we niet eerder zijn tegengekomen.

En ja hoor, plotseling breekt een enorm onweer los. Snel regenkleding aan en hoes over de rugzak.. Het laatste stuk naar La Feixa is over een hoogvlakte, gelukkig wel met bomen, maar het is erg open en het onweer kraakt boven onze hoofden. Connor adviseert mijn telefoon uit te zetten… zou bliksem kunnen aantrekken (?, moet ik eens googelen), maar die is eigenlijk nodig om de hut te vinden, want ook deze refugio is relatief nieuw en ligt iets buiten onze route.. Markeringen zijn in dit noodweer absoluut onzichtbaar. We zetten naast elkaar -als verzopen katten- zo snel mogelijk de pas er in. De regen komt met bàkken uit de hemel.. (‘katten en honden’, zoals de Engelsen zeggen..). Ik ben niet op mijn gemak en Connor moet er ook niets van hebben. Maar iets anders doen dan doorlopen is eigenlijk geen optie, want schuilen onder een boom is ook niet ongevaarlijk. We lopen zo minstens een uur in het noodweer en het aantal donderslagen is niet bij te houden. Óveral stroomt het water, langs de route, op de route, over de route.. Eíndelijk komt het hutje -want meer is het niet- in zicht. Voor de ingang ligt een enorme plas water; een leuke binnenkomer. Maar we zijn enorm opgelucht; gehaald!

Foto’s de volgende dag, na het onweer!

Binnen zit… Olivier, die een half uur eerder al even drijfnat is aangekomen. In de kleine gezellige hut hangen overal natte kleren. Het blijkt dat het regenwater via het rugpand van mijn rugzak in het onderste compartiment is gestroomd: m’n slaapzak en tent zijn z**knat! Handig, zo’n regenhoes. Had ik toch maar de regenponcho van J. geleend..

De hut is Spartaans, geen stromend water (jaha.. buiten wel!) en een ‘droge’ WC, overigens heel ingenieus met een soort plastic folie dat naar beneden gerold wordt -als een vorm van ‘doortrekken’. Acht bedden in de nok van het (lage) gebouwtje, die met twee trapjes zijn te bereiken; vier bedden waar we nu zitten, maar waar straks matrassen worden gelegd, die in een hoek liggen opgestapeld.

De huttenwaardin hier heet Marthe en ze runt het alleen; haar ‘deel’ is van het ‘onze’ gescheiden en we communiceren via een deuropening met een horizontaal blad, waardoor ook het eten wordt geserveerd. Vreemd, zo’n afgeschermd ‘leven’; ze zit hier in haar ‘uppie’, maar het contact blijft beperkt tot het ‘gesprek’ via de deuropening, waarachter een gordijn hangt en zij het eten klaar maakt. Een nogal eenzaam bestaan lijkt mij…

Fikse stier… aan dezelfde kant van het hek..

De volgende morgen hangt het dal vol met dikke wolken, de overblijfselen van het noodweer gisteren. Een mooi gezicht, vanaf ons hoge plateau. We lopen nu met ons drieën, inclusief Olivier, naar Puigcerdà, het eindpunt van etappe 35. Onderweg, in een piepklein dorpje, Guils de Cerdànya, waar voorbereidingen in volle gang zijn voor de herdenking van het afscheidingsreferendum van vorig jaar (overal spandoeken, Catalaanse vlaggen, hekken vol met gele lintjes), blijkt de eigenaar van de enige bar met vakantie te zijn (minder fel Catalaan misschien?). Dan maar weer de bekende vraag aan een vrouw in protest T-shirt; ja, ze wil best wel koffie voor ons maken. Olivier bedankt, hij gaat verder naar Bourg-Madame, de zusterstad van Puigcerdà, net aan de andere kant van de grens. Hij hobbelt verder over de GR10, terug naar ‘zijn’ kasteel in Pau. In sneltrein vaart verdwijnt hij het dorp uit. Wij zitten lekker op een bankje op het plein waar alle bedrijvigheid zich afspeelt. Connor vindt de Catalaanse kwestie maar niets; met alles wat de Noord-Ieren hebben meegemaakt, kan ik me dat levendig voorstellen..

In geel T-shirt onze koffieheldin

“Tie a yellow ribbon round the old oak tree..”

Het geld voor de koffie wil de vrouw niet aannemen, maar als ik zeg dat het voor de ‘fiestas’ is, accepteert zij het wel. Wij gaan ook verder; op naar Puigcerdà, een flinke stad op een heuvel, met liftsystemen en tandradbaantjes zoals in Lissabon! Toch wel handig, want na al het klimmen en dalen in de bergen zijn de vele trappen in de stad niet heel aanlokkelijk.

En wie komen we daar tegen, zittend op een bankje? Nee, niet mr. T, maar de Duitse jongen van de verloren (en gevonden) sok! Al vele dagen heb ik het groepje niet gezien en hier zit de enige overgeblevene van het trio. De beide meisjes zijn al naar huis, vanwege werk/einde vakantie, maar de jongen haakt nu ook af… wegens maagproblemen en een knieblessure (ook al, of is het wellicht heimwee naar zijn beide metgezellen?).

Gedonder in de bergen dus…

Over Biking Banker

Biker & Hiker and in between a Banker
Dit bericht werd geplaatst in Reisverslagen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Gedonder in de bergen

  1. EJ zegt:

    Mooi hoor weer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s