Bijzondere ontmoeting(en)

Inmiddels ben ik bijna een maand onderweg en bezig met etappe 25. Ik vind het verrassend dat ik al in Catalunya ben beland, want ik wist niet dat deze ‘comunidad’ zo ver westelijk strekt. Het geeft me het gevoel dat ik al aan de finale bezig ben (‘even de bergen uitrollen’ volgens Jan!), maar niets is minder waar: er staan nog wat stevige colletjes op het programma, waarbij ik het fiscale paradijs Andorra doorkruis. Ik ben wel weer toe aan een rustdag, maar vreemd genoeg heeft de GR-koorts me ook enigszins te pakken en als een etappe niet al te lang is, kan ik in de middag ook uitrusten.

Sinds ik weer uit een nationaal park ben vertrokken, loop ik weer grotendeels alleen. Een flinke klim van Espot, via Guingueta, naar Estaon, maar volgens de beschrijving is de refugio daar al voor het seizoen gesloten, dus ik heb eten en drinken bij me voor een tentovernachting. De klim, via het gehucht Dorve is zwaar; in Dorve woont slechts één persoon vertelde een man onderweg. De meeste panden zijn wat vervallen, maar een enkel huis heeft bloemen aan de balkons en een redelijk gevulde moestuin. Helaas is niemand thuis voor een kop koffie..

Verder dus naar de Coll de Montcaubo (2201 m); het is warm en de zwaartekracht trekt aan de gevulde rugzak. Tegen drieën bereik ik de col en weer onthult zich een fenomenaal uitzicht over een groene beboste valei, met vergezichten die niet in een foto te vangen zijn. Ongelooflijk hoe ver je blik reikt met dit mooie weer!

Iets na de col vind ik een uitstekende kampeerplek in het bos, in de (avond)zon, met vrij uitzicht naar het oosten, wat prettig is voor de volgende ochtend: kan de tent lekker drogen. De maaltijd bestaat uit een blikje bier met wat noten vooraf, een flink stuk stokbrood met kaas en tomaat en een reep toe. Ik schrik als er plotseling wat schapen door het bos voorbij schieten en ik hoor verderop een lam naar z’n moeder roepen. Niet verwonderlijk dat ik even later een roofvogel in een boom zie belanden; die wacht zijn kans af.. De nacht is rustig; althans, dat doen de oordoppen geloven..

De volgende ochtend kan ik inderdaad de tent al vroeg drogen. Een grote omgevallen dode den doet dienst als droogrek; op de kale stam kan ik ook mijn slaapzak even uithangen. Voldoende tijd om te ontbijten met een restje brood en een kartonnetje sinaasappelsap! De rugzak is inmiddels een stuk lichter en wat zeker meehelpt, is dat ik die ochtend begin met een afdaling naar Estaon.

De refugio daar is inderdaad dicht; ook daar dus helaas geen koffie. Maar de brutalen hebben de wereld, dus als ik door dit (ook vrijwel verlaten) gehucht loop en een deur op een kier zie staan en wat stemmen hoor, klop ik aan. Of ik ergens koffie kan kopen? De vriendelijk man die me te woord staat kijkt me lachend aan. De refugio dicht? Nou, dan wil hij wel koffie maken! Ik mag op het terras van een klein paradijsje plaatsnemen, terwijl hij in de keuken rommelt. Zijn vrouw komt even kijken welke rare snoeshaan er nu weer is aan komen waaien; beiden zijn uiterst hartelijk. Het is hun tweede woning; ze wonen elders. Hij somt op wie er nog permanent in het gehucht woont, maar komt niet verder dan zo’n tien personen, inclusief de twee eigenaren van de refugio. Ook hier dus leegloop, zoals in veel dorpen in de Pyreneeën. Maar ik heb geluk en tref dus de aardigste overgebleven mensen aan, zo lijkt het.. Later hoor ik van de Ieren, die hier een dag eerder waren, dat de twee uitbaters van de kleine refugio, ondanks hun aanwezigheid die dag, de deur niet wilden openen voor een consumptie. Het kan verkeren… Bij mijn vertrek leg ik stiekem een euro onder de suikerpot. Ze zouden het toch niet willen aannemen…

Zo’n ontmoeting geeft altijd extra energie en het vervolg loop ik veel soepeler, ondanks het feit dat er weer een klimmetje aankomt. Vlak voor een geheel verlaten gehucht, Bordes de Nibros (met flink vervallen huizen) wordt ik ingehaald door een man met een rugzak, die een tamboerijn in zijn hand houdt. Hij kijkt nauwelijks op en bromt alleen wat tijdens het passeren. Hij stopt bij de vervallen huizen en rommelt wat in z’n rugzak; ook nu kijkt hij me niet aan als ik hem weer groet. Hmm, vreemd, zo’n type; even opletten. Ik vervolg de klim, inmiddels door een open terrein met lage struiken; het pad zigzagt omhoog. De koffie is inmiddels uitgewerkt; het is warm en pittig. De man zie ik niet meer..

Vlak onder de top staat een eenzame boom, wat een mooie plek is om op adem te komen en wat te eten en te drinken. Plotseling zie ik dezelfde man, met verwilderde haren, baard en pet op (alsof ik in de spiegel kijk overigens..), weer passeren. Nu steekt ‘ie joviaal zijn (vrije) hand op; de andere omklemt stevig zijn tamboerijn! Apart..

Na de Coll de Jou (1830 m) passeer ik hem weer als hij wat plantjes bestudeert die hij in zijn tamboerijn heeft gelegd. Of ik een sigaret heb?, terwijl het stompje van zijn opgerookte exemplaar nog in zijn mond zit.. Ik moet hem teleurstellen en ik loop door. Ik zie hem een tijdje niet, maar als ik het eindpunt van de dag nader, komt ie ineens in sneltrein vaart aanspurten, tamboerijn nog immer vastgeklemd voor z’n buik. Het lijkt alsof hij stal ruikt, want zonder iets te zeggen rent hij bijna het laatste stuk voor me uit richting Tavascan, een gezellig dorpje met een aantal hostals, waarvan er eentje korting geeft aan GR-lopers; geen betere manier om hikers te trekken, in ieder geval deze Nederlandse..

Als ik me in Tavascan inschrijf in hotel Llacs de Cardos -van de korting- en ik, terwijl de receptionist gegevens noteert, in de deuropening naar buiten kijk, zie ik op het terras van een bar aan de andere kant van de straat, mijn ‘wandelgenoot’ van vandaag zitten, die me met gestrekte arm en vinger in de lucht mij overduidelijk begroet. Nou, vooruit, ik steek m’n duim omhoog, ‘¿Hola, què tal? Verder komen we echter niet..

Het hotel/hostal is uitstekend. De eigenaar is bereid om een zak met -niet helemaal frisse- kleren in ontvangst te nemen en deze voor me te wassen. Ahh, dat zal lekker lopen morgen! En wíe kom ik tegen, als ik na het opfrissen op zoek ga naar een winkeltje? Alec en Connor, de Ieren, de verrassing is groot.

Of ik ‘mr. Tambourine man’ al ontmoet heb….?

(wordt vervolgd)

NB: helaas heb ik op enig moment mijn telefoon iets te lang in de zon laten liggen. Het toestel deed wat vreemd, maar kwam gelukkig weer op gang. Maar helaas heeft de SD-kaart het begeven en -je raadt het al- daar staan mijn foto’s op… Tot en met de 13e sept. heb ik kopieën op een stickje gezet, maar ik ben helaas tien dagen foto’s kwijt (afgezien van wat ik al op het blog heb geplaatst). Wat ik bij dit bericht gevoegd heb, is een beetje een ‘ratjetoe’ van eerder gemaakte foto’s, die eigenlijk niet veel met dit bericht te maken hebben. Duimen dat na thuiskomst een ‘whizzkid’ de beschadigde kaart weer aan de praat krijgt, maar ik heb er een hard hoofd in…

Geplaatst in Reisverslagen | 5 reacties

Natuur en cultuur in de Pirineos

Tweede helft GR11, door Catalunya en even door Andorra:

Ik kom natuurlijk veel mooi dingen tegen tijdens alle etappes door dit prachtige gebergte. Ik maak foto’s van de bloemen en dieren, maar ik heb vaak geen idee wat het is. Mijn bachelor biologie is ook zóó lang geleden… Wat niet wegneemt dat ik er wel van geniet. Hopelijk kan het jullie ook boeien!

Een samenvatting van de flora die ik zoal tegenkom. Veel is al uitgebloeid; volgens Alber is het voorjaar een explosie van bloemen, maar ja, dan zijn er ook nog veel sneeuwvelden op de route…

Fauna is wat dunner bezaaid. Naast de -bijna vanzelfsprekend- honderden (zo niet meer) schapen, koeien en paarden (de laatste twee alleen voor het vlees; vooral de Fransen kopen -en eten dus- paardenvlees, heb ik me laten vertellen), hebben de wilde beesten zich nog weinig laten zien..

Insecten, oké, veel saltamontes (mooie naam voor een sprinkhaan; ik vertaalde de Nederlandse naam voor Alber: saltagallo, en hij keek me oprecht verbaasd aan). Allerlei gezoem (leuk hè R?). Mooie vlinders (wit, geel, oranje) en libellen.

Een paar vogelsoorten, en vooral één bepaald vogeltje, dat ik helaas niet ken: bruin, met wit op de achterflank en wippend met zijn (niet lange) staart. En behoorlijk nieuwsgierig! Ik liep vandaag door een nauwe spleet van stenen en zag zo’n vogeltje recht op me af komen en langs mij, door de smalle spleet vliegen. Hij had er ook omheen kunnen vliegen, maar verkoos een ‘encounter’ met deze trage tweebener. En een ander vogeltje, grijs met oranje staartdelen, is denk ik de zwarte roodstaart. En de lammergier dus, maar andere dagen veel ‘gewone’ gieren en nog wat andere roofvogels. Alpenkraaien en -kauwen.

Regelmatig ardillas, eekhoorns, maar verder weinig andere knaagdieren gezien (ik moet toch eens in een refugio libre overnachten; daar stikt het meestal van de muizen.. :-p ). Op een paar gemzen ben ik gestuit, maar lang niet zoveel als ik soms met HK in de Alpen tegenkom. En natuurlijk de dikke marmotten, die met luid geschreeuw laten weten dat je ‘gesnapt’ bent… Maar qua beesten is dat het wel. De beer heeft zich nog niet laten zien, maar ik ben zijn leefgebied wel gepasseerd…

Een samenvatting van (vnl.) de flora:

Distel met mot:

Kabouter Spillebeen verdween voor ik de foto kon maken: 😀

Blauwe bessen:

Wolgras?

De pluizen vlogen om de oren!

Vlier? (nee,“rowan” volgens Alec, één van de Ieren = lijsterbes)

Wilde framboos, heerlijk!

Snoepgoed onderweg:

Maar de blauwe bessen zijn vnl. uitgedroogd..

De rode bessen die Christopher McCandless fataal werden?

En de fauna:

VLEES! (sorry Daan..)

Soort boktor?

Gier:

Lammergier:

Vlees en…

..wol!

Mierenkasteel!

Marmot:

Libelle:

Forellen voeren met wat brood:

..maar alles wat je vangt… ook weer loslaten!

In de categorie ex-fauna.. (de gieren en insecten doen hun werk goed!):

Een waar bottenmuseum…

…netjes uitgestald!

Cross-over (ex) natuur – cultuur:

En een beetje cultuur in de natuur:

Natuurlijk overal wegwijzers..

..en route markeringen..

..en hekken om over te klimmen:

Veeroosters:

Waarschuwingsborden:

Uitkijkpost / jagershut:

Graven en bunkers:

Ex natuur, nu cultuur:

Uitleg bij de oude mijnbouw schoorsteen:

Staalkabels:

Oude graanschuur op stenen palen (tegen de muizen!):

Heel, heel veel stuwmeertjes en -dammen:

Ergens hoog in de bergen, een lege zak hondenvoer, gefixeerd met stenen….!?

Oude, verlaten cultuur:

Iets jongere cultuur:

En de meest recente versie:

En tot slot ‘cultuur-natuur’

Hè-hè, genoeg foto’s… pffff!

Trakteer mij op een koffie - of een koud biertje! at ko-fi.com

…of een koud biertje! 😀

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

Halverwege kom ik halverwege

In refugio Viadós ontmoet ik Alec en Conner uit Belfast voor het eerst, geloof ik. Met al die etappes en refugios raak ik de tel een beetje kwijt. Als je me nu zou vragen: noem eens op waar je allemaal geslapen hebt, dan kom ik een eind, maar haal waarschijnlijk verschillende plaatsen door elkaar. Dat krijg je als de wandeldagen zich aan elkaar rijgen, met slechts een korte stop en een snelle ontmoetingen met mede GR’s.

Het gesprek met de Noord-Ieren tijdens het eten komt vanzelf op die ‘stupid Brexit’. Zeker ook in Belfast zal men de consequenties gaan voelen. Hun heerlijke accent is aanstekelijk; beetje zangerig, met veel ‘aye’s’!

In Biadós zie ik ze weer en omdat Alber niet in de refugio eet, kan ik lekker Engels praten. Alec, lang en Conner klein; Alec rustig, wat stiller en Conner de gangmaker, de lachebek. Zeer gezellige lieden om de avond mee door te brengen! We lopen niet met elkaar op, want zij zijn eerder uit de veren en lopen bovendien veel sneller.

Na Biadós gaan zij, net als ik, naar Puen de San Jaime, maar zij willen er kamperen; ik ‘mag’ (van mezelf..) weer eens in een hostal (met de wat onbestemde naam Parque Natural) overnachten. Een uitstekend hostal; heerlijk weer even een goed ‘eigen’ bed en een warme douche!

In mijn GR-ebook lees ik dat de route van vandaag begint met een langzaam stijgende bosweg over 10 km naar Puen de Corones en dat er regelmatig een minibus rijdt, van Benasque, via San Jaime naar Corones. Nu is het niet leuk om door busjes te worden ingehaald, op een langzaam stijgende bosweg, zeker niet als die 10 km lang is, dus.. Dan kan je maar net zo goed ín het busje zitten, toch?

Bij de receptie vraag ik naar de minibus, maar ‘¡Que lastima!’, ‘busje komt niet meer zo’! Einde seizoen, sinds 11 september -vier (!) dagen geleden- maar, zegt de vriendelijke dame van het hostal: ‘tengo otro opción’. Wow, dat is een verrassing! Wat blijkt: er logeert een groep van 14 Spanjaarden die de volgende dag met drie auto’s naar Corones zullen rijden, echter… heel vroeg. Hoe vroeg? 6:30 wegrijden, 6:00 ontbijt!

Oeps, dat is inderdaad heel vroeg. En bijna zonde van m’n heerlijke overnachting in het hostal. Maar aan de andere kant, wel een buitenkans! Even snel rekenen, 14 mensen, drie auto’s.. dat zijn 15 plaatsen! Het moet dus gewoon zo ‘wezen’ (HvH 🙂 ); ik maak de caravaan vol!

Ik ontmoet de avond vóór vertrek bij het eten de hele groep, in het bijzonder welkom geheten door Susanna, die zowel qua uiterlijk als qua stem (vooral) wat wegheeft van Katja Schuurman. Niet verkeerd om bij in de auto te zitten.. En zoals Spanjaarden vaak zijn: direct ‘cariño’ en hand op m’n arm alsof ik al jaren met hen optrek. Heerlijk, die Spaanse gastvrijheid!

Dus start ik vandaag de route halverwege: we rijden in het donker in colonne weg, eerst ca. drie kilometer over de weg, om vervolgens het bospad op te draaien. En wíe zie ik daar in het donker de rugzakken op de rug hijsen…? Het stel uit Barcelona, dat we (J,R en ik) diverse keren tegenkwamen en uitgebreid spraken tijdens het eten in Hostal Sorogain. Daarna nog een paar keer gezien, maar ik dacht dat ze inmiddels gestopt waren.. Niet dus! Toni en Carmen zijn echte doordouwers, gelet op hun vroege starttijd in het pikke-donker… Vanzelfsprekend zien zij mij niet en de auto’s rijden achter elkaar over de slingerende weg naar het punt halverwege, waar de bosweg overgaat in een bospad. Bij Corones is het een drukte van jewelste! Legio auto’s die er ’s nachts hebben gestaan, getuige de matrassen die achter in de auto liggen, terwijl mensen met slaperige gezichten de boel opruimen. Ook een aantal tentjes (waarvan later ééntje van Alber blijkt te zijn; ‘Buen dormido? No, nada!! Mucho ruido’). Ik zeg de Spaanse groep gedag en krijg spontaan twee dikke zoenen van Katja, euh.. Susanna. Kan de dag beter beginnen..? 🙂

En halverwege kom ik er bovendien achter dat ik vandaag de 420 km zal volmaken, wat betekent dat ik vandaag halverwege de GR11 zal zijn! Oei, dat is een mijlpaal die gevierd moet worden! Ik neem dus een extra slok water…

De route van vandaag is super mooi (alweer) en het weer dito. Ik stijg naar de Collado de Ballivierna (2.732 m) en ben dolblij dat ik het saaie stuk heb mogen overslaan. Bij een prachtig Ibon (bergmeertje) ga ik op een steen zitten om van het uitzicht en van een lekkere ‘Madalena’ te genieten. Een stem achter me laat weten dat ‘ie mij kent en verrast is mij te zien.. Alber schud me de hand en vertelt van zijn laatste vorderingen. Hij heeft in Benasque een pakketje opgestuurd met niet meer noodzakelijk spullen en vervolgens een lift genomen naar het punt waar ik Toni en Carmen vanochtend zag. Vervolgens naar Corones gelopen en daar zijn tent opgezet, om… die nacht niet te slapen van alle herrie daar. En tot overmaat van ‘ramp’ heeft hij bij de lift zijn hoedje in de auto laten liggen. Hij lacht, maar baalt zichtbaar.

De tweede helft van de etappe is vermoeiend en inspannend. Het gaat over een groot rotsblokken veld, waarbij je niet meer over wandelen kan spreken, eerder over ‘apekooien’ (apenkooien?). Enorme granieten blokken, die schots en scheef over en door elkaar liggen; het is dat er GR-tekens geschilderd zijn, want anders heb ik geen idee waar het ‘pad’ loopt. En tussen de blokken gapende gaten, waar af en toe waterstroompjes te zien of te horen zijn.

Geen traject voor de wandelstokken, want voor je het weet blijven die ergens steken en bovendien moet je dan niet alleen opletten waar je je voeten zet, maar ook nog eens kijken waar je de stokken plaatst (gisteren heeft Conner beide stokken verbogen; en wat gebeurt er als je die probeert terug te buigen? Krak!). Nee, ‘hoppen’ en springen van steen naar steen, het liefst de meest vlakke exemplaren, maar helaas hebben de stenen in het blokkenveld de neiging om niet recht te liggen. Behoorlijk oppassen dus.

Het gaat zo door tot de Collado, om aan de andere kant… juist ja, hetzelfde te vervolgen. Ik word een beetje nerveus van een helicopter die ergens af en aan lijkt te vliegen, maar ik zie hem niet. Hopelijk alleen op weg voor de bevoorrading van een hut…

De helicopter blijft maar komen en gaan en plotseling zie ik achter een kam het eindpunt van vandaag: refugio de Cap de Llauset (2.425 m), een hypermoderne hut, die pas sinds 2016 open is. Eén en al aluminium aan de buitenkant; niet het type ‘knusse’ berghut. De helicopter staat net stationair te draaien op een platform naast de hut, om vervolgens onder luid geraas (dat tussen de bergwanden extra resoneert) weer op te stijgen en onder 45° in rap tempo te verdwijnen. Hèhè, rust.

De helicopter, links naast de refugio

Door mijn vroege vertrek ben ik ook vroeg in de middag bij de hut, die echter ook helemaal volgeboekt is (wat ik vooraf al had vernomen), dus heb ik voldoende tijd om een mooi plekje te vinden voor de tent. Het valt niet mee om een vlak plekje te vinden, met ook nog wat gras om de haringen in kwijt te kunnen, maar na wat rondlopen zie ik een perfecte ‘spot’ naast een mini-stroompje water. Omdat de tent uit het zicht van de hut staat kan ik me lekker opfrissen in het ijskoude water. Geen betere manier om je huid te doen gloeien!

In de hut, waar ik wel eet en ontbijt, zit ik dit verslag te schrijven. Rond vier uur in de middag arriveren Toni en Carmen en rond zes uur Alec en Conner. Gezellig weerzien en we toasten op de ‘Halverwege’ mijlpaal. Maar beide koppels willen verderop in een refugio ‘libre’ gaan slapen (een schuilhut zonder faciliteiten). Carmen vindt de nieuwe hut Llauset: ‘mucho Ikea’, vanwege het nieuwe blanke hout binnen. Ik ben benieuwd wie als eerste de vrije hut gaat claimen, want vaak is er niet meer plaats dan voor twee personen… Alec en Conner zie ik morgen mogelijk weer in refugio de Conangles; Toni en Carmen zal ik nu wel ècht kwijtraken, jammer.

Het eten is heerlijk en een lange jonge kerel met krullen, die het eten opdient, komt me erg bekend voor… Of ik hem in een eerdere refugio gezien kan hebben? Si,si.. refugio de San Bujareulo (waar ik gekampeerd heb)! Maar er waren wat extra handjes nodig in Cap de Llauset en dan ga je gewoon met… de helicopter, om daar te assisteren. Gebracht, samen met een nieuwe lading bier (en meer). Of ik hem dan ook in volgende hutten kan tegenkomen? Nee, dat niet, straks weer terug naar zijn ‘eigen’ hut.

Het licht gaat weer vroeg uit in de tent en boven mij blijft het ook uit: het is bewolkt; het zal dus ook niet zo koud worden vannacht.

Halverwege… ik had het niet durven dromen! Dus droom ik er vannacht maar van. 🙂

Trakteer mij op een koffie - of een koud biertje! at ko-fi.com

…of een koud biertje! 😀

Geplaatst in Reisverslagen | 15 reacties

Over een ‘lone walker in the woods”

Eergisteren was geen leuke dag. Het was zwaar, de ondergrond moeilijk en sommige stukken op de route nogal steil. En ik liep volkomen in m’n eentje; alsof geen sterveling het park Ordesa uit wilde gaan…

Vanaf refugio de Goriz begon het traject normaal en het weer was prachtig! ’s Morgens vroeg kwamen een paar guardias van het park controleren of de tenten wel afgebroken waren. Een loslopende hond van een groepje wandelaars zal wel bekeurd zijn… en dat allemaal om half acht ’s ochtends.

Maar al snel steeg het pad naar de Collado de Arrablo (2.343 m), met daarna een afdaling die puur klauterwerk inhield, met bijbehorende afgrond. Om vervolgens weer te klimmen naar de Collado de Añisclo (2.453 m), waarna volgens het boekje: ‘the 1.000 m descent is unpleasantly steep and very intimidating, with awkward rocksteps to climb down (..) and is mentally as well as physically tiring, requiring continuous concentration’. Ahum, en dat in m’n eentje?

Tijdens de tocht zat ik me dus enigszins op te vreten om wat komen ging en ik putte me uit in het bedenken van alternatieven… die er niet waren, anders dan omkeren en teruggaan naar Torla. Ook geen fijn idee, hoe mooi het park ook.

Dus maar weer de blik op op het pad en altijd kijken naar de volgende stap. Bovenaan Añisclo viel zowaar de afdaling enigszins mee: een eindeloos slingerend pad door gruis en grove blokken, maar qua hoogte niet heel intimiderend (hangt bij mij altijd van diverse factoren af; andere momenten ben ik een ‘watje’). Alleen die lengte… 1.000 m daling in 3,5 km, wat is dat? Zo’n 35%?

(naschrift: nee, het is 28,6%, want 1.000 m op 3.500 m is gelijk aan 1.000/3.500 m op 1.000 m, ofwel 28,6 m op 100 m = 28,6%).

De meegebrachte lunch van Goriz was zeer welkom en voedzaam, met allemaal lekkere verrassingen in een grote zak! Kijk maar:

Maar er kwam werkelijk geen einde aan de afdaling. Eerst door het kale rotslandschap, om vervolgens door het bos te blijven dalen, dalen en nog eens dalen. De hele tocht kwam ik slechts een paar mensen tegen, in tegenovergestelde richting, die natuurlijk een pittige kluif hadden aan de even eindeloze klim.

Kortom: toen ik in de refugio Pineto aankwam, kon ik geen puf mee zeggen (wel een cerveza clara bestellen gelukkig..). Zowaar waren al diverse lopers uit Goriz gearriveerd, die kennelijk eerder gestart waren, maar die ik -ondanks de vergezichten- geen enkele keer gezien heb. De hut lag overigens heel idyllisch in het bos.

De volgende ochtend had ik vreselijke spierpijn in de bovenbenen.. terwijl ik toch al redelijk wat kilometers gemaakt heb, in 3D.

Maar vandaag is een uitstekende dag. Ik lift vanuit Bielsa, dat vier kilometer uit de route ligt, naar het startpunt. En wie staan daar ook te liften? De drie Duitsers! Zij zijn het eerste aan de beurt; ik loop al vast een eind door, om vrij snel opgepikt te worden. Als ik in de route stap, zie ik achter me een ‘lone walker’ langs de weg lopen. Geen lift gekregen of een échte doorloper?

Als ik net aan een rustige klim ben begonnen, zie ik een sok op het pad liggen. Denk, denk, neem ik die mee? Stel dat ik de eigenaar tegenkom? Doe niet zo gek, da’s een speld in een hooiberg! Bovendien is ‘ie nat en mijn rugzak vol.. ik loop door. Tien minuten later kom ik… de Duitsers tegen. Blijkbaar vóór mij een lift gekregen, wat ik niet gezien heb aan de auto’s die mij passeerden. En wat hangt aan de rugzak van de lange jongen? Eén sok. Ik vertel hem dat hij twee dingen kan doen, of teruglopen, of zijn geld in de resterende stoppen.. Hij doet zijn rugzak af en rent met zijn lange lijf (de speld?) het pad af, naar beneden!

Inmiddels is de ‘lone walker’ ons ook gepasseerd. Ik loop enige tijd achter hem, maar als hij stopt om iets uit te trekken raken we aan de praat. Hij heet Alberto (‘Alber’), en komt uit een dorpje bij Bilbao. Een Bask die gelukkig ook normaal Spaans spreekt! Rustige kerel, 55 jaar en zijn loop tempo kan ik voorlopig bijhouden.

Omdat het begin van het traject over een breed karrespoor door het bos gaat, kunnen we uitgebreid informatie uitwisselen. Voor zover mijn Spaans het toelaat, natuurlijk, maar Alber is niet te beroerd om dingen te herhalen of uitleg te geven. Hij weet veel van de regio, hij heeft de GR11 al eerder in omgekeerde richting gelopen, ook delen in de winter en hij klimt bovendien regelmatig in dit gebied. Alle bergtoppen die we zien kent hij bij naam!

En hoewel ik (veel) praten tijdens het lopen doorgaans niet prettig vind, is het rustige tempo van zowel het lopen, als het gesprek een aangename afwisseling (afleiding?) voor de lange klim naar de Collado Chistau (2.346 m).

Als we de kam passeren komen we in een prachtige valei, met groepjes bomen en alle soorten groen die je kan bedenken. Alber wijst me op mooie rode bessen…. die zeer giftig zijn (familie van de ‘nachtschades’). We praten over ‘Into the wild’, het boek -en de film- over de jongen die het eten van deze bessen fataal werd. En over ‘A walk in the woods’ van Bill Bryson’. Allemaal onderwerpen die passen bij dit landschap.

Plotseling wijst hij in de lucht naar een laagvliegende, maar rondcirkelende roofvogel. Hij verbaast zich over zijn gedrag, dat hij als niet normaal beschrijft. Een ‘Quebrantahuesos’, wat me op dat moment niets zegt, een jonge vogel met wit op zijn buik, in plaats van oranje zoals bij de oudere vogels, volgens Alber. De lone walker ontpopt zich als een wandelende encyclopedie. Later zie ik op internet dat het de vrij zeldzame en bedreigde lammergier is (EvE!). Zo voor onze neus, zoekend en cirkelend. En bottenbrekend, want dat betekent zijn naam in het Spaans! Hij laat botten uit de lucht vallen of gooit stenen op een karkas om de botten te breken en het merg er uit te eten. Fantastisch; en dat zomaar tijdens een ‘walk in the woods’!

We lunchen op een hellinkje in de zon; hij is vegetarier met een speciaal dieet. Een enorme zak met crackers en noten komt uit zijn forse rugzak. En flinke hompen kaas. Hij heeft eten voor een week bij zich, want het eten in hutten wil/mag hij niet hebben. Iets te snel naar mijn zin wil hij al weer verder lopen; van verder stoppen onderweg komt het niet…

Het laatste stuk naar de schitterend gelegen refugio Biadós is een venijnige klim; en de zon schijnt meedogenloos. We lopen inmiddels achter elkaar, maar Alber weet van geen ophouden… als een diesel loopt hij! Met moeite houd ik hem nu bij en ik besluit in dit laatste stuk dat ik morgen toch weer alleen ga lopen. Erg gezellig was het, maar voor mij toch iets te zwaar: lang doorlopen en tegelijk Spaans (proberen te) praten. Morgen ben ík de ‘lone walker in the woods’!

Naschrift: refugio Biadós is in handen van een familie en erg knus en gezellig. Ik ontmoet (weer) twee Ieren, Alec en Conner. Maar dat is voor een volgende keer.

Geplaatst in Reisverslagen | 4 reacties

Weerzien met paradijselijk Ordesa

Het is ongeveer 35 jaar geleden dat M en ik door het slechte weer in de Franse Pyreneeën eigenlijk bij toeval in het Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido terecht kwamen. Bijna weggeregend in het Franse Gavarnie (van het Cirque) reden we door een lange tunnel, om bij Bielsa in de ruige, kale bergen aan de Spaanse kant van het bergmassief terecht te komen.

In de zon..! Geen wonder dat de GR10, de Pyreneeën-route door Frankrijk, ook wel de natte route wordt genoemd. Erg mooi en groen, maar het weer moet wel meezitten…
En dat zat het dus niet; gelukkig, zou ik bijna zeggen, want anders waren we niet in Torla beland, het dorpje dat de poort vormt voor het nationale park Ordesa.

Toentertijd, volgens mij in ergens in juni, liepen wij met z’n tweeën de Senda de los Cazadores (niet dat er nog gejaagd mag worden in een nationaal park, maar goed), een ongelofelijk lange steile zigzag klim omhoog door het bos, om vervolgens op ca. 2.000 m hoogte verder door de vallei te traverseren (‘skirting’ the mountain, zoals Johnson het zo mooi in het Engels verwoordt; langs de rand van de rok..). Hoe verder de vallei in, hoe dichter de hoge route het pad op de bodem van de vallei naderde, om er uiteindelijk mee samen te smelten bij een mooie waterval, de Cascada Cola de Cabalo.

Op de terugweg (we maakten een rondje door de vallei) via het pad langs de Rio Arazas stuitten we op een dode koe, helemaal opgeblazen, dus lang kan zij er niet hebben gelegen. Ik sneed de oude koeienbel los, om in het dorp aan een boer te geven, samen met het trieste bericht van het ‘verscheiden’ zijn bezit. Die boer kwamen we echter al eerder tegen, in een soort cabana, waar hij zijn jonge verwilderde hoofd uit stak. Of het moet mijn vage herinnering zijn, of slechts een wilde fantasie: er was ook vrouw aanwezig. In ieder geval was de boer totaal niet geïnteresseerd in onze mededeling over de dode koe. Hij hoorde het aan… en dook weer weg.
De oude versleten koeienbel hangt nog steeds, gewassen en wel, bij ons thuis in de keuken..
Sweet memories M!

Torla dus; ik kom er aan, na de nacht ervoor in San Nicolas de Bujaruelo op de camping te hebben gestaan. Ik plan mijn eerste rustdag, na twee weken lopen alweer. Of ik heb teveel van mezelf gevergd, de afgelopen 14 dagen, of iets verkeerds gegeten, ik weet het niet, maar ik voel me niet echt lekker…

Na mijn lift naar Torla, dat ongeveer zes kilometer uit de route ligt, ben ik blij dat ik snel een hostal vind, want 1. het is weekend, 2. Torla is enorm toeristisch geworden (of dat was het 35 jaar geleden ook al, maar ook dat weet ik niet meer; we stonden toen op een camping aan de rand van het dorp) en 3. Torla viert het 100 jarig bestaan van het nationale park (dankzij de Fransman Lucien Briet, die zich inzette voor het behoud van dit schitterende gebied, dat dankzij hem sinds 1918 een nationaal park is). In Hostal Ballarin ‘ontdoe’ ik me ongecontroleerd van stoffen die niet in m’n lichaam thuis horen…

Eén rustdag wordt dus nog een rustdag, want na een dag vnl. op de kamer van het hostal te hebben doorgebracht, voel ik me de volgende dag pas voldoende opgeknapt om in het mooie dorp rond te lopen. Wat dingen kopen bij de supermarkt en, ja toch even in de outdoorwinkels die er zijn binnen lopen. Volledig op bergwandelen ingericht! Kijken, niet kopen, want ik heb natuurlijk al meer dan voldoende bij me.
Een pizza en een glas wijn smaakt die avond gelukkig weer!

De volgende dag neem ik lekker toeristisch de bus van Torla naar het centrale startpunt in de canyon. In het hoogseizoen mogen geen auto’s het park in en dat is maar goed ook, want de toegangsweg is akelig smal.
Ik sla dus een klein stukje GR11 over, maar ter ‘compensatie’ loop ik wederom het vermoeiende jagerspad (de GR gaat lekker ‘easy’ door de vallei). De uitzichten zijn nog mooier dan in mijn herinnering! En het weer is (alweer) fantastisch. Ik loop nu wel in een kleine kolonne de zigzag naar boven, maar na een uurtje zijn de meesten uit het zicht. Zo af en toe passeer ik mensen en dan zij weer mij. Ik ben zeker niet alleen in het park.

Een van de miradores op de Senda de Cazadores:

Breche de Roland, met aan andere kant Cirque de Gavarnie:

Aan het einde van de vallei torent de Monte Perdido met zijn 3355 m hoogte majestueus boven alles uit. Het wordt echter bewolkt, terwijl ik juist aan het einde bij de paardenstaart waterval naar boven moet, richting de Refugio de Goriz. Even vrees ik dat mijn pad straks in de wolken verdwijnt, wat weer een nieuwe ervaring zal opleveren: lopen in witte watten…

Ik zwoeg omhoog en kom een jong NL-stel tegen, dat de afdaling heeft ingezet. Zij hebben wat gegeten in de hut, maar van de omgeving was niets te zien. Gelukkig loopt nog een klein aantal mensen net als ik omhoog. Maar gaandeweg breekt ineens de zon weer door en op het laatste stuk moet zelfs de zonnebril weer op! Het duurt nog vrij lang voordat de hut in zicht komt, maar áls ‘ie zich laat zien, is de ligging fenomenaal. Uitkijkend over de bocht van de vallei, die in de avondzon mooie plaatjes oplevert.

De hut is echter vol; doorgaans maanden tevoren volgeboekt, zeker nu (weekend, 100 jaar etc.). Ik had er echter al rekening mee gehouden, dus net als verschillende anderen zet ik mijn tentje op, op respectabele afstand van de hut (net als bij de FjR. Classic; HK,B&N!). Naar mijn idee de mooiste plek, maar dat is natuurlijk subjectief. Oordeel vooral zelf. 🙂

Bleek:

Het eten gaat in shifts en een van de hutslapers hoor ik dat de stapelbedden drie hoog zijn! Ik piep even in één van de ‘lagers’ en verd*md, het is waar. Oei, wat ben ik blij dat ik op mijn dunne slaapmatje onder 1 mm tentdoek slaap vannacht; want het zal me een concert worden op de slaapzaal… (‘tódo completo’ zeiden ze nog).

Maar het eten is weer buitengewoon gezellig én rumoerig. Ik ontmoet Cristina uit Valencia, Michael uit Dublin en Seth (is dat niet een Egyptisch mythologisch figuur?) uit Nebraska, die in de VS leraar Spaans is, maar sinds een paar jaar Engels doceert in Galicië. En met al dat lawaai een Amerikaan, een Ier en een Spaanse Engels te horen praten (mezelf er even buiten gelaten..); geen sinecure om er chocola van te maken. Hoe dan ook, de sfeer is opperbest en de maaltijd al even onbestemd als in de vorige hutten (maar prima te eten overigens!).

Silverlining (HW!)

En ik ontmoet ook Marlies en Erik uit Wilnis, die na regen in Frankrijk hier in Ordesa zijn beland (hé, waar heb ik dat meer gehoord..?). Zij lopen wat in de buurt rond en dat is wel jammer, want het zijn aardige mensen (Marlies in Leiden gestudeerd, dus logisch!), die ik wel vaker zou willen tegenkomen op de route. Ook zij kamperen naast de hut (NB: alleen toegestaan van zonsondergang tot zonsopgang; overdag moet alles ingepakt zijn! De volgende ochtend vroeg kwamen guardias van het park controleren!).

Formeel mogen kampeerders niet in de hut naar de WC, maar alleen naar een losstaande cabin buiten (zonder licht; geen papier..), maar Cristina is zo aardig om me te vertellen waar zich boven de toiletten bevinden (met-; wel-). Per slot van rekening maak ik van hun restaurant gebruik en er zal vast wel een Spaanse ‘lei’ zijn, die verordonneert dat voor gasten goede ‘servicios’ beschikbaar moeten zijn. Dat de douche me wordt ‘ontnomen’ vandaag kan ik inkomen. Een slang uit de berg even verderop geeft heerlijk fris water (wel ijskoud)!

Na een sfeervolle avond duik ik bijtijds de tent, in onder toeziend oog van Mars en zijn (miljarden) metgezellen. Een app om nacht opnames te maken, heb ik niet helaas (dank HK voor het nazoeken, maar je moet het met dit relaas doen!). Bij mij gaat het licht uit; dat daarboven wordt steeds feller…

De volgende ochtend:



Geplaatst in Reisverslagen | 8 reacties

Hoogste punt op de GR11

Volgens Johnson bereik ik vandaag het hoogste punt van de GR11. De hoogtemeter op mijn horloge klokt 2.809 m, maar dat kan altijd + of – 50 m zijn (goedkoop horloge..). Het boekje meet zelf 2.765 m, maar ook dat is natuurlijk relatief met het smelten van de ijskappen. Hoe dan ook, als ik niet besluit een topje aan de tocht toe te voegen (waarvoor Brain in zijn beschrijving regelmatig suggesties doet, die ik tot nu toe bij gebrek aan conditie/zin/ervaring met klimmen heb overgeslagen) zal ik dus de komende 31 trajecten niet hoger komen. Ik word geen sherpa (met dubbel zoveel rode bloedlichaampjes) op deze tocht..

Wat Brain ook schrijft is dat de tocht van vandaag de moeilijkste is van de hele GR11. En zoals bij zoveel dingen zit het venijn in slechts een klein stukje, nl. het overschrijden van de Cuello de Tebarrai (2.765 m). Over een afstand van niet meer dan 100 m (50 omhoog en 50 omlaag) is het angstig stijl, met los latende stenen en veel gruis. In Alpiene termen noemen ze dat eufemistisch een ‘luchtig’ traject: meer lucht dan ondergrond, als het ware.. Over een kort stuk zijn kabels gespannen waar je je aan vast kan houden, maar voor het overige moet je op je eigen evenwicht vertrouwen.

Sinds mijn vertrek uit de Refugio de Respomuso loop ik een stukje door een drassige hoogvlakte met slechte signalering. Er blijkt een wederom een ‘wegverlegging’ te zijn die niet op mijn online-kaart staat, waarschijnlijk omdat deze oude route niet begaanbaar is in nat weer. Ik moet diverse riviertjes oversteken, maar die leveren me nu geen probleem op.

Anders is het bij een ‘crossing’ over een woeste stroom, waar ik echt even moet zoeken waar ik het water veilig kan oversteken. Van steen naar steen ‘hoppend’, terwijl het water tegen en over mijn schoen klotst, bereik ik gelukkig de overkant droog. Één misstap en je ligt lekker zelf te klotsen in het ijskoude water. Brrr…

Bij één van de stroompjes ligt een hoop verwrongen staal, wat eens een bruggetje geweest moet zijn. Het toont de kracht van het woeste wassende water in de regentijd.

Ik kom zowaar de groep jonge Duitsers weer tegen, die een slechte nacht hebben gehad tijdens het onweer gisteren. Maar hun spullen zijn wel redelijk droog gebleven. Eigenlijk ben ik wel blij dat ik de Cuello niet in m’n eentje hoef over te steken. Een gevoel van: mijn vrees wordt gedeeld, of zoiets.

Bij de overschrijding van de Cuello is het vnl. een kwestie van het uitzetten van je ‘verziendheid’ en je te concentreren op de zaken dichtbij. Stapje voor stapje, steen voor steen en niet te veel nadenken. Wat ik helaas wel doe, want ik realiseer me dat de twee Britse dames dit traject gisteren in omgekeerde richting hebben afgelegd. Groot respect voor deze kranige dames!

Het geeft me helaas geen verlichting van mijn ‘unheimische’ gevoel. Op de top van de pas is het guur, want de wind heeft er vrij spel. Er is gelukkig een klein vlak stuk, waar ik rustig mijn rugzak kan afdoen om mijn trui aan te trekken. Ik wacht op de Duitsers, maar die komen nog niet door.

Uiteindelijk besluit ik de afdaling te beginnen, die op zich minder geprononceerd is, maar afdalen is altijd lastiger dan stijgen. Het gruis op de route draagt helaas niet bij aan het gevoel van stevigheid onder je voeten. Als ik na die ‘niet neutrale’ 50 m het normale pad bereik, slaak ik een zucht van opluchting. De Duitsers zie ik ook zeer geconcentreerd de pas oversteken. We hebben het overleefd!

Tijd voor wat slokken water en een mueslireep! Ik trek een poosje op met het groepje en wissel wat informatie uit, schuilend achter een uit ruwe stenen opgetrokken muurtje dat duidelijk bestemd is voor de écht gure, winderige dagen, maar alweer besluit ik wat eerder verder te gaan, omdat er nog een lange afdaling te wachten staat.

Deze route is slechts 13 km lang, maar ik blijk er uiteindelijk bijna acht uur over te doen. Nog geen twee kilometer per uur! Pfff, met recht een pittige etappe, die bovendien veel mentale energie kost.

Het vervolg traject levert geen problemen op, anders dan dat het voor mijn gevoel vreselijk lang is en bovendien over een zeer onregelmatig pad met stenen schots en scheef. Niet even gedachteloos naar beneden wandelen.

Ik moet 1.300 m afdalen naar de refugio in Baños de Panticosa, een oud kuuroord, waar naast vergane glorie hotels (enkele in vervallen staat), ook een paar zeer luxe nieuwe spa’s zijn gebouwd. Even overweeg ik… nee, veel te duur! Ik kom in Refugio de Casas Piedras een Belgisch koppel uit Antwerpen tegen, dat ik in de vorige refugio ook zag. We eten met elkaar en wisselen ervaringen uit over de afgelopen etappes. Lekker weer even Vlaams ‘klappen’. 🙂

Gelukkig een redelijk rustige nacht; ik lig in een vier-stapelbed, in m’n eentje. Het kraakt en het piept als ik er in klim. Oei, wat moet dat zijn als er vier personen in liggen.. En het trapje van de bovenbedden zit helemaal aan de zijkant, dus dat wordt over de ander heen kruipen, voor de ‘middernacht stop’.

Dat blijft me vannacht bespaard!

Geplaatst in Reisverslagen | 8 reacties

De échte Pyreneeën

Het was de bedoeling een rustdag te houden in Sallent de Gállego, maar ik ben toch weer onderweg. Ik heb gisteren mijn was naar een kleine wasserette gebracht en die heb ik vanochtend keurig opgevouwen teruggekregen. Wat een luxe, frisse nieuwe kleren! In een kleine supermarkt heb ik wat spulletjes voor onderweg gekocht: een sinaasappel, tomaat, een paar mueslirepen en een nieuw zakje pinda’s. Goed tegen de ‘klop’ onderweg!

En ja, als je dan eigenlijk klaar bent en merkt dat het plaatsje ook niet veel meer te bieden heeft (zo op het eerste gezicht, moet ik eerlijkheidshalve bekennen; ik heb de mooie, ietwat pompeuze kerk niet van binnen gezien..) en de volgende etappe ‘slechts’ 12 km bedraagt (met weliswaar een klim van bijna 1 km), dan besluit je tocht gewoon weer verder te gaan?

Bij de wasserette mag ik me in m’n ‘wandeltenu’ verkleden (mijn lange broek en outdoor shirt zijn sinds de start m’n ‘nette’ avondkledij geworden 😉 en om 11 uur vertrek ik naar de Embalse de Respomuso, een stuwmeer op bijna 2200m hoogte, waar de Refugio aan ligt.

De weersvoorspelling is goed voor de ochtend, maar regen in de middag, dus ik moet de pas er een beetje in zetten. De rugzak voelt goed en in dit steilere, onregelmatigere alpiene terrein, met smalle paadjes vol met keien, loop ik eigenlijk steeds met de wandelstokken (vier-bener is beter dan twee-bener zei de verkoper bij Bever -jaren geleden- en hij heeft absoluut gelijk); scheelt bovendien weer 650 gr in gewicht aan de rugzak.

De drie Duitsers kom ik ook weer tegen. Zij kamperen vrijwel steeds in het open veld, dus dragen ook veel proviand mee. Ik heb vandaag overigens geen lunch bij me, alleen de spullen die ik net gekocht heb, dus ook niet veel zin om lang te zitten. Wil de buien voor zijn…

De route is prima, door een ‘barranco’, een kloof met een woest stromende rivier (río Aguas Limpias), met verschillende watervallen en veel kleine stroompjes die het pad regelmatig kruisen. Dat is in deze periode geen probleem, maar in het boekje van Johnson lees ik dat hij in 2013 verschillende etappes moest afbreken vanwege hevige regenval en sneeuw in augustus. Dat kan je dus ook overkomen… Een paar dagen geleden was de officiële route (zowel van het boekje als van de Locus app) in werkelijkheid over een flinke afstand verlegd, met duidelijke sporen van kaalslag, omgevallen en meegesleurde bomen. Vast één van die trajecten van Brian..

Op de route staan wat paaltjes met ijzeren kabel ertussen, op plekken waar je niet van de route moet ‘afwijken’, maar die je ook niet als steun moet gebruiken. Dat sommigen dat wel gedaan hebben kan aan de talenkennis hebben gelegen; hoe het is afgelopen vertelt dit verhaal niet…

Ik nader een stuwmeer dat hoog boven de valei torent. Wie ‘In de ban van de ring kent’, herkent in dit plaatje vast de poort naar Minas Tirith, met op de achtergrond de berg Mount Doom in Mordor. Je moet alleen het kleine kerkje op de rand van de dam even wegdenken!

De refugio ligt prachtig boven het stuwmeer. De sfeer is gelijk als in de Alpen: schoenen uit en klaarstaande plastic sloffen aan. Acht uur aanschuiven aan tafels voor het avondeten. Ik ontmoet Juliette en ruim een uur later haar wandelgenoot Corenza, beiden uit de UK, maar allebei al jaren in Frankrijk wonend. Julie is wat bezorgd waar haar wandelgenoot blijft. Die is niet zo snel en vindt het zelfs wel prettig in haar eentje, in haar eigen tempo te lopen. Niet heel verwonderlijk, want ze is 76…. Julie, biologe, die ook nog in Wageningen heeft rondgelopen, is eind 60. Kranige ‘jonge’ dames.

Maar als Corenza eindelijk arriveert zit de sfeer er gelijk in. 100% Brits, met veel understatements. Een gezellig gezelschap, dat na het eten eindigt in een serieus spel ‘Whist’ (boerenbridge?), waarbij Corenza de stand bij houdt. Aan het aantal doorhalingen te zien heeft ófwel de lange dag lopen (en klimmen, zoals later op mijn route blijkt), danwel haar wens om te winnen ervoor gezorgd dat ze ‘niet meer zo goed kan tellen’. En wonderwel tellen alle correcties op tot een stand, waarbij ik verlies (wat volkomen terecht is; ik bak er helemaal niks van; te lang niet meer op de Kragge geweest, hè HvH?), Julie nog een redelijke score heeft, maar Corenza met overweldigend verschil wint. Julie knipoogt. Ik wil revanche, maar inmiddels is het 22 uur, dus ‘hüttenruhe’. Morgen blijven de dames nog een dagje in de hut hangen, want de geest wil wel, maar het lichaam wil rust. Ik zie de glinstering in haar ogen, maar het wrijven over de knieën vertelt genoeg. Julie gaat daarna terug; op een oude versleten kaart zoekt ze een wandelroute terug Frankrijk in en dan liftend naar haar woonplaats. En Corenza? Die blijft nog een weekje in de bergen, lekker in haar eigen tempo hikend. En daarna ook gewoon liftend naar huis…

..en de Duitsers? Die blijken de nacht weer te hebben gekampeerd, aan de andere kant van het stuwmeer, met uitzicht op de refugio. Terwijl het ’s nachts weer met bakken uit de hemel kwam: onweer, met flinke hagelstenen! Dat zijn dus échte ‘die hards’…

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

Alleen verder… solo hiking

Sinds een paar dagen alleen verder. Dat klinkt dramatisch….. en dat is het ook!

Ik had zowaar een dipje in de wetenschap dat Jan en Rianne weer naar huis zouden gaan (waar ze inmiddels met diverse vervoermiddelen gezond en wel zijn aangekomen: bus van Ezcàroz naar Pamplona, trein naar Bilbao en volgende dag vlucht naar huis).
Maar vreemd genoeg, de eerste dag in m’n eentje lopend kwam zowaar het zwerversgevoel weer naar boven. Lekker ‘roaming’ door het prachtige Spaanse land, de bergen in het bijzonder. En verrassend genoeg ging het lopen lekker!

(flinke kap; hopelijk laten ze nog wat staan..)

Ik combineerde twee etappes van 10 en 12 km, waardoor ik nu weer op het schema uit het boekje loop (wat ik met oog op diverse rustdagen overigens weer zonder probleem zal loslaten).

Ik kwam het stel uit Barcelona een paar keer tegen, hoewel zij veel sneller lopen dan ik. Langere eetpauzes? Ze eindigen in Candanchú, waar ik inmiddels voorbij ben, dus die kom ik niet meer tegen. Jammer, aardige mensen, die niet te snel spraken en dus voor ons (vooral voor mij) wel te volgen waren.

Aan het einde van de etappe van Zuriza naar La Mina bleek volgens het boek van Brian Johnson geen overnachtings mogelijkheid aanwezig te zijn. Het weer was prachtig, dus? De eerste wild-kampeer-ervaring van deze tocht. Na de Collado de Petraficha (1965m) keek ik in een schitterende valei, met als enige teken van menselijke inmenging enkele (koeien?)bellen, diep beneden in het dal. Die gaan me vanavond niet wakker maken dacht ik nog, me niet realiserend dat zo hoog op de helling de wind nog wel eens een ‘dingetje’ zou kunnen worden. Maar op dat moment zie ik een grasplateau, heerlijk in de avondzon, met bovendien de eerste zonnestralen de volgende ochtend om de tent droog te maken, voor zover nodig met dit prachtige weer dat me overkomt.

Bocadillo con tortilla y jamon, biertje erbij, zittend op m’n slaapmatje. Fantastisch uitzicht, aaahhh, la vida! Rond zeven uur verdwijnt de zon achter de collado en heis ik me in de avond-uitrusting: lange thermobroek en -shirt, sokken aan en muts op. Nog even genieten van de stille avond. Maar acht uur gaat het ‘licht uit’. Slaapzak in, oordoppen idem (tegen luidruchtige gemzen, marmotten en andere beesten me uit mijn slaap willen houden). Maar het is m’n eigen ‘gesteldheid’ die me om tien uur ’s avonds wakker maakt. Toch maar even de tent uit. Ik doe de rits open en…. Whamm, de hemel openbaart zich in volle glorie. Een pallet van flonkerend licht waar door de veelheid aan sterren nauwelijks sterrenbeelden in te ontdekken zijn. Overweldigend, met een heldere witte band en in het zuiden een zeer heldere gele ‘ster’; dat moet Mars zijn, wat inderdaad klopt volgens de Skymap-app van Google. Helaas zit de heldere planeet Jupiter nog achter de bergen; heel herkenbaar door zijn felheid, maar dan zou ik nog wat uurtjes moeten wachten.
Toch sleep ik m’n matje buiten de tent en blijf, in slaapzak, een halfuurtje vallende sterren tellen (HK, interesse in mijn notities 😉 ). Niet zoveel als in augustus, maar toch komt er nog aardig wat gruis naar beneden vallen. Waar zouden we zijn zonder atmosfeer…!

Gisteren gilde een marmot ten teken van alarm toen ik een kam overstak. Dat was grappig, als ie dat niet had gedaan had ik de gems hoog op de helling niet ontdekt. Door zijn roep keek ik omhoog en ontdekte het dier, dat even was gaan staan onder een grote rots, maar even later weer ging liggen. Zo’n ongevaarlijk wezen met een bult op zijn rug, die zag ‘ie wel vaker passeren.
Marmotten zie ik nu steeds meer, veel andere bergbewoners heb ik nog niet gezien. Grote kraaien, nog wat roofvogels (moet nog eens een cursus doen om die soorten beter te herkennen, vooral in de lucht). Een plat gereden pad en veel kikkervisjes in kleine poeltjes.

Bij een flink snelstromend riviertje tap ik wat water, omdat mijn voorraad bijna op is tegen het einde van de middag. Er staan wat koeien te grazen en ongetwijfeld vervuilen zij de rivier hogerop. Ik vertrouw op mijn waterfilter en vul de waterzak en -fles. Dat was gisteren en ik leef nog, dus met dat filter van Sawyer zit het wel snor.

Dank Jan voor deze opbeurende cartoon 🙂

Vandaag was weer pittig. Een klimmetje van 1400 naar 2200m, maar gelukkig vrij geleidelijk, op het laatste stuk na. Stapje voor stapje en vreemd genoeg gaat het dan toch nog redelijk snel naar de top. Daar wacht een verrassing: een prachtig hoog bergmeer, omringd door toppen van 2500m. Aanlokkelijk om in te springen, maar ik heb gisteren mijn voeten al in een stroompje gehouden en na een paar minuten was ik me niet meer bewust dat ik tenen had, dus om niet meer lichaamsdelen te verliezen, besluit ik het bij het mooie uitzicht te houden. En ik eet mijn broodje.

Ik kom nieuwe GR-gangers tegen, uit Duitsland. Twee gaan tot Catalunya; één stopt eerder. Ik spreek ze kort, maar wil door omdat mijn weer-app aangeeft dat het vanaf drie uur ’s middags gaat fors regenen. En ik ben om één uur op de top en moet nog 11 km naar Sallent de Gàllego, een dorpje bij een ski-centrum dat ik aan het eind van de dag passeer. Skiliften staan er doods bij (nog met stoeltjes aan de kabel! Vergaan die niet sneller als ze de hele zomer hangen te bungelen?) en een kinder lopende band, die op palen staat van 1-2 meter hoog; in de winter loopt de band over de sneeuw..).

Het laatste stuk naar Sallent is saai, langs een kale weg die naar het skigebied leidt. De weg is afgesloten voor verkeer, dus ik moet nog even doorlopen naar de doorgaande weg. Ook daar zal het pad de weg volgen; niet erg GR-waardig. Ik mijmer over een lift voor de laatste vijf kilometer.
Op dat moment wordt ik ingehaald door twee jonge Fransen, die met forse passen richting de parkeerplaats verderop lopen. ‘Alors gents, vous allez au Sallent?’ Nee, dat doen ze niet, ze gaan naar Frankrijk (dat hier om de hoek ligt), maar ze zijn niet beroerd om vijf kilometer terug in Spanje te rijden om mij af te zetten. Toffe gasten, die Fransen. Een ‘pour boire’ nemen ze verlegen in ontvangst; ze moeten nog terug naar Saint Jean de Luz en dat is best een stukje rijden; koffietje onderweg zal ze goed doen, hoop ik.

Sallent is een mooi dorp, ingesteld op skipubliek, maar met de charme van een oud Frans dorp (hoewel ik me in Spanje bevindt..). Mooie huizen, opgebouwd met grote vierkanten natuurstenen en overhangende houten daken. Een dorp met enkele winkels, zelfs een outdoorzaak en genoeg hotels en pensions. Ik beland bij Hostal Centro: kamer, bar, restaurant. Alles in één. Een heerlijke plek om een dagje te blijven. De was heb ik inmiddels naar een wasserette gebracht (alles bij elkaar, op 40°; we zien wel hoe het er uit komt…). En terwijl ik dit schrijf, barst het onweer in alle hevigheid los.

Oei, ik hoop dat die Duitsers op tijd naar beneden zijn gekomen….

Geplaatst in Reisverslagen | 4 reacties

(Foto)update

Even een update van de afgelopen dagen. We raken steeds meer gewend aan het lopen. De dagen starten vroeg, rond 8:00, om zoveel mogelijk meters in de koele ochtend te maken. We hebben een paar dagen mist en nevel in de ochtend, wat het lopen makkelijk maakt, maar het uitzicht beperkt. Toch zijn er schitterende momenten als we over een hoge grashelling lopen en plotseling de zon een gat in de bewolking slaat. Het uitzicht is in één klap fenomenaal!

Op een van de hoogste punten staat een ‘kabouter-paddestoel’, die bij nadere inspectie een postbusje blijkt te zijn. Zoiets als waar je in de Alpen een ‘Gipfelbuch’ in aantreft, ware het niet dat hier dan een kabouter-buch in zou moeten zitten.. Er zit alleen een briefje in dat door het vocht niet meer te ontcijferen is, helaas. We stoppen er een mueslibar in, voor volgende hongerige kabouter-buch-zoekers.

Grote groepen gieren zwermen op de wind en de beginnende warmte. We kunnen ze niet meer tellen, zoveel vliegen er hier. Op zoek naar een ziek paard, een overleden koe of andere zaken die het opruimen waard zijn. De botten die we regelmatig tegenkomen zijn volledig blank en kaalgegeten.

We overnachten onder andere in een albergue, midden in de natuur, met grote groepen paarden die voor de albergue langs gedreven worden naar een koraal waar een veearts de dieren van een injectie voorziet, met een enorme spuit. Mooi gezicht, die galopperende ‘knollen’, zouden wij in Zeeland zeggen: groot, fors met prachtige dikke ‘sokken’.

We lopen deze week gemiddeld 18-19 km per dag, totaal 120 km in zeven dagen. Niet slecht voor een paar matig getrainde laaglanders. 🙂
Rond het middaguur is het inmiddels lekker warm en helemaal opengebroken. We lunchen met bocadillos in het gras, in de zon. Een paar dadels of zoute almendras onderweg. En veel water! We sjouwen minimaal 1,5 liter per persoon mee, wat in deze warmte geen overbodige luxe is.

De overnachtingen zijn prima. Leuke kleine dorpjes met mooi onderhouden huizen, ogenschijnlijk bewoond door veel mensen. Anabel, de dochter van de bewoners van een casa rural waar we overnachten, vertelt dat in veel van die grote huizen vaak niet meer dan één persoon leeft.. De trek naar de grote stad heeft hier ook toegeslagen. Het beetje toerisme door de GR11, maar ook door de Camino de Santiago, die we een paar keer kruisen, brengt gelukkig wat geld in het povere laadje.
De ouders van Anabel, goede tachtigers, volgen ons gesprek, onderwijl kijkend naar de televisie. Maar als het weerbericht op de buis verschijnt vraagt de oude baas (met alpinopet op.. in huis!) onze volle aandacht. Belangrijk voor de volgende etappe! We worden nog getracteerd op een glas lokale Pacharran, volgens onze gastvrouw veel beter dan die van het merk Z* c*.

Anabel, die een toerisme achtergrond heeft, weet ons te vertellen dat de Pyreneeën het op een na grootste bos van Europa herbergt. Wij knikken braaf, maar denken er het onze van, tot Jan de volgende dag op google leest dat het nog waar is ook! Een leuke ontmoeting met lokale mensen. Dat ik in een kleine studeer/slaapkamer sliep, waarschijnlijk vroeger van Anabel zelf, gezien de veelheid aan mappen en informatie over toerisme , doet niets af aan de toewijding, die een warm gevoel geeft.

Vlakbij Burguete ligt het plaatsje Roncesvalles, een officieel startpunt van de camino de Santiago. Rianne ziet in de ochtend een grote stoet Amerikanen het dorpje passeren, in vreemde uitdossingen, compleet met kniebeschermers. ‘Oh, look, how lóóvely, those houses’ en vergelijkbare uitroepen, terwijl ze in kolonne door het dorp lopen. We zien Brazilianen, Koreanen en ongetwijfeld nog 100 andere nationaliteiten. Blij dat ik niet ‘in de Heere’ ben; overigens met alle respect voor de wandelaars die wel met een goddelijk doel deze route lopen. Ieder zijn ‘ding’. Het heeft wel een groot ‘Vierdaagse’ gehalte…

In Burguete slapen we in een hostal dat in de 19e eeuw nog hotel heette. Het is sindsdien vergroot, maar de oude sfeer is perfect behouden. Alles hout van binnen en de ‘gelagkamer’ staat vol met oud tafelzilver. De eigenaar is helaas een man van weinig woorden, wat we wel vaker aantreffen in de bars en restaurants, waar we aanlanden. Niet onvriendelijk, maar zeker geen ster in ‘hospitality’. Jammer, er valt zoveel meer van te maken. Maar met al die wandelaars van de GR11 en de camino komen de mensen toch wel…

Nee, neem dan de uitbater van Eskola Taverna, in het gehucht Orbara (43 inwoners). Als wij daar rond het middaguur aankomen is hij net grote tafels aan het dekken, allemaal aan elkaar voor één grote familie zo lijkt het, in het (enige) klaslokaal van deze voormalige school (met een grote houtkachel voor de koude winters).
Wij blikken even in de keuken waar uien en tomaten -zo groot als kleine meloenen- worden gesneden. Onder het dekken heeft José keiharde rockmuziek op staan. We moeten nog 10 minuten wachten voor ‘la comida’ wordt geserveerd. José is een enthousiaste vent, uiterst vriendelijk, mooie zware stem, tanig gezicht (roker?) en de nodige tatoeages op de armen; een ouwe rocker afgaande op zijn muziekkeuze. Als we mogen aanschuiven blijkt dat wij niet de enigen zijn die dit ongekroonde sterrenrestaurant in de middle of nowhere hebben ontdekt. Allemaal lokale produkten. Twee kleine voorgerechten, twee kleine hoofdgerechten en de lekkerste toetjes doen onze middag beginnen met een dutje in een weiland aan de rand van dit goddelijke culinaire gehucht. En de bediening van José maakte het plaatje compleet. Zo kan gastvrijheid dus ook zijn.. 🙂

Traditiegetrouw spelen we bij de borrel gin-rummy (what’s in the name..). Jan is oppermachtig en verslaat Rianne en mij met overweldigende score. Morgen weer een poging: het vraagt om revanche!

Jammer dat Jan en Rianne straks weer naar huis gaan.. Van Ochagavía (Ezcároz) nemen zij de bus naar Pamplona en daarna de trein naar Bilbao en de vlucht naar NL.

Wat zal ik ze missen!

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

Raadsels op de route

Maandag 26-8. Zon, ruim 30°.

“Juan, Rianna, Paco en een vierde persoon -laten we die Mika noemen- moeten tijdens de GR11 midden in de nacht een brug over de rivier de Bidasoa oversteken. Anders kunnen ze hun tocht niet vervolgen. Ze mogen met maximaal twee personen oversteken, maar hebben altijd een zaklantaarn nodig (zónder is de passage niet mogelijk). Ze hebben er echter maar één (en geen mobiele telefoon of andere lichtbron), dus er moet altijd iemand terug om de zaklantaarn over te geven voor de volgende personen. De zaklantaarn overgooien kan helaas niet…

Juan heeft 1 minuut nodig om de brug over te steken, Rianna doet er 2 min. over; Paco heeft wat meer tijd nodig, nl. 5 minuten. En Mika zelfs 10! Maar pas op, de duur van twee passerende personen is altijd gelijk aan de tijd van de langzaamste. En, nu komt het, ze hebben maximaal 17 minuten de tijd om de brug te passeren, want direct daarna stort ie in en verdwijnen ze in het kolkende zwarte water … (huh… nou vooruit, iets minder desastreus: na 17 min. gaat de brug open en nooit meer dicht. Oh ja, da’s weer die spraakverwarring over de vraag wanneer een brug onbegaanbaar is.. als ‘ie open is of dicht.. Afijn, zie maar!). Vraag: hoe komen ze alle vier binnen 17 minuten aan de overkant…?”

Het is nog donker als we ’s ochtends op pad gaan voor de monstertocht die ons vandaag te wachten staat. De wekker gaat om half zes, want om zes uur spreken we af bij het benzinestation tegenover het hostal, dat 24/7 open is, voor broodjes en koffie.

We gaan zo vroeg op pad omdat het warm wordt vandaag, héél warm. De gevoelstemparatuur ligt nog wat hoger dan de officiële opgegeven waarde.

Eerst door het dorpje Bera, dat nog in diepe rust is, maar al vrij snel klimt het pad uit het dorp de Baskische heuvels in. De eerste drie uur is het nog bewolkt, bijna mistig, en dat loopt heerlijk. Op een kruising van paden, precies op de grens van Spanje en Frankrijk, bij een heerlijke bar/restaurant (N 43°15.644′ , W 001°37.168′), waar het terras net wordt klaargemaakt (picknicktafels en parasols, net wintersport), breekt de zon door. Wow, een heerlijke plek voor xixtorra met friet en een bocadillo con queso y huevos..

Het blijkt een bekende plek te zijn om trekvogels te spotten op hun weg naar Afrika (bekend bij de Platvinken, EvE?). Ook schijnen er duiven gevangen te worden met netten; helaas niet om ze te ringen, maar meestal om in de pan te belanden… Het is een komen en gaan van bikers, hikers en vogelspotters.

Verzadigd vervolgen we de tocht, maar inmiddels nu in verzengende hitte. Gelukkig lopen we grotendeels door een Tolkien-achtig bos, dus ontvangen we schaduw van geheimzinnige bomen, die ons gade slaan en onze verstoring nog net tolereren.

Ergens worden we ingehaald door een jong stel; een lange vent -die ons met grote passen passeert- en zijn half zo lange vriendin die huppelend achter hem aan rent om hem bij te houden. Híj kan straks zeggen dat hij de GR11 heeft gelopen.., zij mag zich waarachtig een ‘trail-runner’ noemen.

Na enkele kilometers lopen we het bos uit en vervolgen de route over een groene kam, met overal paarden (met bellen), koeien (met bellen) en schapen (inderdaad).

In Canada schijnen ze bellen te verkopen aan hikers om de beren op afstand te houden, maar ze worden gekscherend ook wel ‘diner-bells’ genoemd: beren zouden inmiddels weten dat die vreemde wezens met hun rinkelgeluid vaak lekkere dingen bij zich dragen. Nou, hier zou het een waar vreet-festijn worden met al dat lokkende belvee..

Eerst lopen we nog voorzichtig langs stieren en hengsten, maar ze keuren ons nauwelijks een blik waardig of lopen onverstoord door. Toch zijn we voorzichtig bij de dieren met jongen; je weet maar nooit…

Jan heeft opeens een leuke suggestie: laten we elkaar raadsels vertellen, die de anderen moeten oplossen. Nu weet ik van mijn fietstochten dat lichamelijke arbeid en geestelijke hersenkrakers niet erg goed samengaan, maar het is wel een welkome afwisseling en het leidt af van de warmte, de vermoeidheid en -bovenal- de spierpijn. En zo ontstaan de ‘raadsels op de route’, die er prompt voor zorgen dat we ergens een GR-teken missen en bijna een halve kilometer verkeerd lopen. Tsja, dat is natuurlijk teveel gevraagd: lopen, denken én ook nog opletten…?!

We houden elkaar op dat gebied scherp door elkaar om de zoveel tijd te vragen of we nog goed zitten en wanneer iemand de laatste GR-balkjes gezien heeft. Jan doet dat bij voorkeur als hij vlak bij een boom met de wit-rode strepen staat, om zo Rietje de kans te geven om ‘knalhard in open goal te schieten’. Fijn toch, zo’n hoffelijke zoon? Het vervolg: “en dan zingen we nu een liedje voor Rietje” wordt minder gewaardeerd. 🙂

Inmiddels is de temperatuur de 30° ruim gepasseerd, al is het maar op gevoel. De klim naar top 1 en daarna top 2 is ‘killing’. De watervoorraad slinkt snel. De uitzichten over de Baskische heuvels zijn echter fenomenaal; een extra reden om regelmatig even te stoppen (maar ook omdat de rugzak in de schouders snijdt; toch nog iets te zwaar..!?).

Na 14 uur en 32 km komt ons eindpunt in zicht, het dorpje Elizondo. Het is maandag, eind van de middag, maar er zijn flink wat lokalen op de been om bloemen te plukken, of paddestoelen (hoewel hier en daar bordjes staan dat dit verboden is..). We passeren een ander wandelstel dat bij een idyllisch plekje even een hangmat tussen twee bomen heeft gespannen om uit te rusten. Weer een andere wandelaar heeft op het veldje zijn eenpersoonstent al opgezet. Een vriendelijk tafereeltje, bijna aanlokkelijk, maar wij moeten nog een kilometer door, de laatste loodjes. Oef, wat zijn die zwaar; we zitten er aardig doorheen.

Plotseling voel ik iets vreemds aan mijn schoen en zie tot mijn schrik dat de zool van de rechterschoen aan de voorkant loslaat en begint te flappen bij elke stap. Zó goed voorbereid, maar geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat die 20 jaar oude trouwe stappers toch het leven kunnen laten. Wel op een àndere manier voorbereid haal ik tieraps uit mijn tas om die om de voorvoet te binden. Maar daar ga ik de GR11 niet mee voltooien.. Ik krijg visioenen van: om de dag lijm en tieraps, of lopen op de sandalen, die ik ook bij me heb, maar realiseer me dat ik nu snel moet handelen. Ik hoor een auto aankomen op het laatste stuk weg naar het dorp en steek direct mijn duim op. De vriendelijke vrouw stopt onmiddelijk. Na heel kort overleg met Jan en Rianne besluiten zij het laatste stuk lopend af te maken, hoe zwaar ook (kijk, dat is pas GR11-power!) en ik rijd de laatste kilometer linea recta naar de schoenwinkel die gelukkig nog open is (lang leve de winkeltijden in Spanje!).

De schoenmaker heeft dit meer meegemaakt, want er staat een hele batterij bergschoenen in de winkel. Hij beoordeelt mijn schoenen en denkt dat ze nog gerepareerd kunnen worden (Vibram zool), maar mijn besluit staat al vast. Ik ga niet op gerepareerde, twintig jaar oude schoenen de volgende 750 km afleggen; dat is de G*den verzoeken en ze waren mij al enigszins gunstig gezind om hun signaal zo vlak voor het uiterst gezellig dorpje te geven…
Met kraakschone bergschoenen kan ik op een terras al aan de cerveza, terwijl J&R nog afdalen naar het dorp. Mijn ge-appte foto met de nieuwe schoenen en de selfie met glas bier wordt ‘grommend’ beantwoord.

J&R zijn helemaal ‘stuk’. Hoewel ik dat ook was, hebben de rit, de schoenen en het bier bij mij al wonderen verricht. Met nieuwe energie lopen we naar de herberg op…. het industrieterreintje, net buiten de bebouwde kom (N 43°08.315′ , W 001°31.562). Minder gezellig, maar we zijn te moe om voor het eten terug te lopen. De herberg is eigenlijk best OK, en de Colombiaanse bediening is ‘soepel’. Het eten en de drank doen goed, maar we duiken vroeg onder de wol.

En dat raadsel…? Heb je dat nóg niet opgelost? Ik moet bekennen dat mijn bloed op dat moment de voorkeur had om mijn voeten netjes voor elkaar te zetten, zonder te struikelen. Ik had wel wat hints nodig en die zal ik jullie ook geven: het is zoiets als het raadsel van de kool en de geit… (maar dan net ‘effe’ anders).

Maar uiteindelijk viel bij mij het kwartje. Ik ga jullie níet vertellen hoe lang ik erover gedaan heb…

Op naar het volgende ‘Raadsel op de route’!

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

De kop is eraf…

Zaterdag 25-8. De beer geveld? Nee, etappe 1 zit er op. Weliswaar in twee dagen, maar ongetraind direct met 30 km starten leek ons wat veel van het goede. Thuis had ik al gepland om dit eerste traject in tweeën te splitsen, wat er wel voor zorgt dat etappe 1a en 1b samen ca. 40 km worden, omdat onze eerste overnachting wat uit de route ligt. Maar dat is te doen.

Vrijdag na aankomst met de TGV in Hendaye, moet ik nog een boemeltje nemen naar Irun, aan de andere kant van de grensrivier, de Bidasoa.

Ook hier openbaart zich de Franse stijl: geen Franse trein die over de grens gaat, maar een Spaanse maatschappij die een treintje exploiteert dat over de grens boemelt. Een tocht van welgeteld vier minuten, wat mij een half uur lopen uitspaart. En misschien gedoe.. want als clochard met een rugzak de grens over lopen; wie weet wat voor argwaan dat uitlokt bij de Franse douaniers…

Ruim voor de komst van Jan en Rianne arriveer ik in pension Gema en installeer mij in de kleine, maar prijs/kwaliteit-gewijs redelijke kamer. Zij hebben wat vertraging met de bus vanuit Bilbao, maar komen op tijd aan voor een laatste borrel met wat kaas in een baskisch restaurant. Geen ‘Bar Gran Sol’, waar de ‘pinchos’ zijn uitgevonden, maar wel lekker lokaal.

De volgende dag gaan we eerst naar een strandje in Hondarribía. Niet het officiële startpunt bij Cabo de Higer, maar het water van de zee is er niet minder Atlantisch en daar gaat het natuurlijk om. Even het zout proeven, om straks te kunnen vergelijken met het zoutniveau van het water van de Middellandse Zee!

Na de geijkte ‘net-geen-natte-voeten’ foto lopen we terug naar Irun, voor, jawel, de tweede kop koffie in de panaderìa, waar we net ontbeten hebben. Met een lekkere verpakte lunch op zak kan de tocht écht beginnen. De app Locus (‘jodokus’) maps op de telefoon maakt het vinden van de route een makkie voor iedere beginnende spoorzoeker, want met de uitgezette trail en je positie op de kaart, weergegeven met een pijltje, is verkeerd lopen bijna onmogelijk. Dus dat doen we toch maar gelijk… (hebben we dat alvast gehad)

😉

Pas buiten Irun verschijnen de eerste GR-tekens: witrode balkjes en af en toe een GR11 bordje. Het weer is uitstekend, halfbewolkt, zo’n 24°, dus uitstekend wandelweer. Na 19 km bereiken we het stuwmeer San Anton, waar we de GR11 afbreken voor onze D-tour naar Albergue Arritxulo Aterpetxea (N43°16.866 W001°41.227).

M

Enorme slaapzalen met stapelbedden in het gelid. In een van de zalen slaapt een aantal families met kleine kinderen. Maar wij hebben geluk: in zaal Xurimuri (of iets wat daar op lijkt; het Baskisch is niet te spellen, laat staan uit te spreken) met wel 50 bedden, slapen wij… met ons drieën! Bedje voor het uitzoeken dus.. Na een heerlijke maaltijd met tonijnsalade vooraf, en tonijn in een pimiento-salsa als hoofdgerecht en daarna nog een potje gin rummie, kunnen we voldaan onder de (paarden-)dekens kruipen.

De kop is eraf, we zijn moe, we voelen de spieren, maar het smaakt naar meer!

Geplaatst in Reisverslagen | 12 reacties

Zit m’n jasje goed, zit m’n dasje goed….

Vader gaat op stap! Oeps, dan is het oppassen geblazen… Als vaders op stap gaan, nou dan wordt het ruig..!

Maar voorlopig zit ik braaf achter een grote sloot koffie bij St* rb* cks (niet te z**p*n!) op het station van Rotterdam, te wachten op de Thalys naar Parijs.

Parijs…, nog steeds het centrum van de wereld. Want dóór Parijs reizen, dat gaat zo maar niet! En er lángs reizen doe je al helemáál niet. Nee, je komt er aan en je stapt er uit. Want dat doe je in het episch centrum.

Le nombril du monde, le noeud du civilisation. 😉

Om vervolgens in de krochten van de lichtstad te verdwijnen en in de muffe, warme metro je reis te vervolgen naar de andere kant van de metropool. Maar, eerlijk is eerlijk, dat gaat uiterst soepel. Kaartje uit de automaat, even het nummer van de lijn opzoeken en, belangrijker, het goede eindstation onthouden (want ‘heen en weer’ is alleen leuk als ijzersterk lied van drs. P) en je loopt zo met de halve wereld naar het goede perron. Trap-op, trap-af, trap-af, trap-op, dat wel. Ach, goede oefening voor de ops-en-afs die nog gaan komen!

En zo zit je aan de grand café crème in Brasserie Le petit sommelier de Paris in Montparnasse, wachtend op de TGV naar Hendaye, zusterstad van Irun aan de andere kant van de grens in Spanje. Tripje van vijf uur, fluitje van een cent. Boekje (op telefoon), muziekje (idem), beetje blog bijwerken (id) of kaart bestuderen (ook; wordt saai..). Wat moet ik zonder dat ding. Dan ga ik me vervelen en hopeloos verdwalen, dus die moet ik maar niet verliezen..

En dus.. vader is op stap, uitgezwaaid door lieve M. in Leiden. Korte ontmoeting met J. in Rotjeknor (dank voor leuke weerzien!) en, hop, laten we eens ‘ruig’ doen… naast de koffie, het is per slot lunchtijd in Parijs, doen zoals Fransen:

Geplaatst in Reisverslagen | 8 reacties

Ik ga op reis en neem mee…

Ken je het nog, dat spelletje waarbij je zoveel mogelijk dingen moet onthouden die je voorgangers (inclusief jijzelf) hebben opgesomd. En die je in de juiste volgorde moet herhalen, steeds weer een nieuw rondje met een extra attribuut erbij?

Eén van de spelletjes voor in de auto op weg naar Zuid Frankrijk (destijds zonder airconditioning, “maar de raampjes niet te ver open… anders vat je kou…”). Of tijdens kinderpartijtjes, of met zomerkamp.. of bij een studentenfeestje, waarbij je -als je een fout maakt en dat doe je op den duur heel soepel- je glas bier / jenever moest leegdrinken? (nee, dát kan ik me niet herinneren…).

Nu ga ik dus binnenkort op reis en neem veel dingen mee. De clou is om deze keer het aantal items zó beperkt te houden, dat je met dat ‘scouting’ spelletje alles kan herhalen. Oké we gaan het proberen…

20180801_172830 met cijfers

  1. Rugzak (met mok aan trekkoordje voor de snelle dorst)
  2. Tent (de nieuwe, van Ali-express)
  3. Slaapzak (idem)
  4. ¾ Slaapmat (oef, net weer uitgeprobeerd en het is wel weer even wennen…)
  5. Drinkzak
  6. Sandalen (voor ‘rivier-oversteek’ of gewoon lekker loungen bij de tent)
  7. Wandel/tentstokken
  8. Lakenzak (verplicht in Refugios)
  9. Selfiestick (aahgr..doe ik dit wel?)
  10. Zitlap (ook niet echt nodig, maar het weegt niks)
  11. Wakawaka zonnecel (lamp/oplader)
  12. Toilettasje met inhoud
  13. Reserve accu telefoon (telefoon staat niet op de foto, want.. juist: die maakt de foto)
  14. Pannetje met brander, gastankje en wat klein spul
  15. Koppelstukje (wandelstok als statief; àls ik ook mijn fototoestel meeneem)
  16. Statiefje (idem)
  17. 1e hulpkit (paar pleisters en paracetamol)
  18. Spot (noodbaken; daar vertel ik nog wel over..)
  19. Bankscanner (beroepsdeformatie, maar ik moet nog wel mijn terugreis boeken!)
  20. Vlaggetje (‘Hola, soy Holandès’)
  21. Noodrantsoen (2 droogmaaltijden; 1 nog van de FR-Classic!)
  22. Notitieblokje + pen
  23. Alu-nooddeken (al 25 jaar ongebruikt.. gelukkig maar)
  24. HK-Buckknife
  25. Koptelefoon (Dvorák of Creedence, afhankelijk van het uitzicht)
  26. Tasje met kabeltjes en cardreader
  27. Halve WC-rol
  28. Zonnebril en reserve bril
  29. 2-USB stekker
  30. Klein hoofdlampje
  31. Waterfilter

Wedden dat het niet lukt? De lijst is nog te lang, dus ja.. die zitlap, de selfiestick en de keuken‘uitzet’… Die gaan het waarschijnlijk niet redden. En er komen onderweg natuurlijk ook nog wat zaken bij: een paar repen, de lunch onderweg, wat knabbelspul…

Totale ‘gear zit nu op 9,1 kg.

En dan de kleding, ook daar valt wellicht nog op te besparen. Dit heb ik in ieder geval in de aanslag en afhankelijk van het totale gewicht zal ik (moeten) besluiten nog wat meer thuis te laten.. Wat zei de ‘thru-hiker’ ook al weer?

“Stinken doe je toch wel..”.

Ach, het houdt wellicht de beren op afstand…

20180801_174938 met cijfers

  1. Fjällräven G1000 broek
  2. Softshell (waterkolom 10.000)
  3. Synthetische sportshirts (voorlopig 3)
  4. Sloop (een kussen vind ik onmisbaar; alle kleding in de sloop!)
  5. Buff
  6. Dunne dash fleece
  7. Thermo shirt en lange thermo onderbroek
  8. Short
  9. Fjällräven pet
  10. Ondergoed
  11. Dunne handschoenen
  12. Regenbroek (maar wellicht volstaat het waxen van de G1000)
  13. Shirt
  14. Oude versleten handdoek (van grootmoe: met opdruk!)
  15. Sokken (2 paar)
  16. Zwem/slaapshort
  17. Muts

Totale kleding weegt 3,4 kg

Samen met de ‘gear’ dus 12,5. En met water en wat etenswaren zal ik nu waarschijnlijk op 14 kg eindigen. Eigenlijk dus nog 2 kg te zwaar.

Pfff… ik ga voor de zoveelste keer nog maar eens kritsch door mijn lijstje.

Als jullie ideeën hebben voor artikelen die ik beslist níet nodig zal hebben, houd ik mij natuurlijk aanbevolen! (maar het kan natuurlijk ook zijn dat je vindt dat ik iets vergeten ben…).

En het kan natuurlijk ook zo..: Ouderwetse rugzak

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Over een ontmoeting met een ‘thru-hiker’ en hoe zij mijn gewicht verminderde

Zo. 24 juni. Ik had een bijzondere ontmoeting met een outdoor-specialist, een jonge vrouw die bepaald haar mannetje staat. Ik volg haar blog sinds ik -googelend naar de GR11- op haar site stuitte, toevallig net in de periode dat zij zelf de Spaanse Pyreneeën-tocht (HRP/GR11) liep en online haar reiservaringen met de buitenwereld deelde. Dat ze daarna nog eens een paar duizend kilometer wandelde in Patagonië, Zuid-Amerika (in haar eentje!), deed me vermoeden dat zij mij wel eens een paar waardevolle tips kon geven voor míjn eerste solo-tocht; de “do’s and don’t’s” voor de solo-hiker. Ook de PCT, de Pacific Crest Trail, heeft zij inmiddels op haar naam staan. Niet slecht voor een dame van amper vier turven hoog, met een blonde paardenstaart en stralende blossen op de wangen…

En goedlachs! We ontmoetten elkaar op het terras van een uitspanning in haar stad. Roze-blauw geblokt overhemd -een vrouwelijk houthakkers shirt zeg maar- en een roze rugzak. Kan niet missen; dit moest haar zijn, want op haar tochten in de wildernis viel haar vrolijke uitrusting met bijpassende schoenen ook al op. Zo in de bewoonde wereld, in deze outfit, zou je niet vermoeden dat hier een echte ‘thru-hiker’ achter schuil gaat, die weer en wind, regen en sneeuw trotseert en dat ook nog eens op trailrunners en slapend in een tarptent. Voor de stedelingen onder jullie: dat is een met wandelstokken gespannen tentzeil, waar de wind onderdoor giert, je een geultje omheen moet graven om niet weg te drijven bij een wolkbreuk, maar die minder dan een kilo weegt en dat is toch een belangrijk voordeel als je je huis bergop-bergaf op je rug meesjouwt! Besparen is een kunst; weglaten een gave en laat ik als risicomijdend bankier daar nu niet zo goed in zijn…

“Simplify, then add lightness” – Colin Chapman (founder of Lotus Cars)

Vóór de ontmoeting met mijn outdoor-voorbeeld bedroeg mijn paklijst 15 kilo, inclusief een liter water. Alles netjes gewogen met de oude brievenweegschaal van mijn dierbare vader (die nog brieven schreef!). Ik ben nog niet zo ver dat ik gaatjes in mijn tandenborstel boor om gewicht te besparen, maar ik ben wel van het adagium ‘meten = weten’. Dus houd ik al mijn ‘outdoor-gear’ bij in een bestand dat mij op het onwrikbare feit drukt dat -opgeteld- mijn rug bijna één vijfde van mijzelf moet dragen… Dat mijn gesprekspartner met dezelfde rekensom op minder één achtste uitkomt, betekent het dat ik zo’n slordige zes kilo moet zien te schrappen van mijn excelletje (of ruim 45kg moet aankomen, maar om de een of andere reden lijkt me dat niet zo’n bijster goed idee voor zo’n lange, zware bergwandeltocht).

Afijn, met haar adviezen ben ik nog eens kritisch door de paklijst gegaan. Zal ik meer risico lopen als ik zonder naaisetje en complete eerste hulpkit op pad ga? Het simpele advies van de ‘thru-hiker’: “een halve strip paracetamol en twee pleisters is voldoende; de rest ‘leen’ je bij andere hikers die doorgaans met te veel bagage lopen…” Licht, lichter, ultralight luidde het devies. “Waarom meer dan twee shirts? Stinken doe je toch wel tijdens de tocht. En jij niet alleen!”

Although no technical standards exist, the terms light and ultralight (…) are commonly given as lightweight being under 15 kg, and ultralight under 10 kg. (Bron: en.m.wikipedia.org)

Langzaam werd mijn laagje beschaving afgepeld tot de basis van het meest essentiële. Niet zowél een multitool én een buckknife; het mes van HK 😉 volstaat. Geen mok én een (plastic) glas… jammer voor die wijn op 2500m hoogte. “Gewoon met de fles aan de mond, toasten op het wijdse uitzicht en de besneeuwde toppen.” Wel overgeschonken in een plastic, want lichte waterfles natuurlijk.

Inmiddels ben ik met een maximale kritische blik, maar nog wel beantwoordend aan mijn minimale risico-bewustzijn, door de paklijst gegaan en is de rugzak geslonken tot ca. 12 kg, niet in de laatste plaats omdat ik sinds kort China heb ontdekt als leverancier van ultralichte outdoorspullen, tegen een ook nog eens ultralage prijs. Zo heb ik mijn twee kilo wegende één-persoonstent -gekocht voor mijn fietstochten- ingeruild voor een (dubbellaags-)tentje van iets meer dan een kilo, dat ik opzet met behulp van mijn uitschuifbare wandelstokken (net als die tarptent overigens); heel ingenieus! Ook mijn slaapzak heb ik bij Aliexpress ingeruild lichter exemplaar, dat nog wel voldoet aan de gewenste comfort-temperatuur. Lang leve de webwinkels!

Met alle tips van de thru-hiker (“met de beren in de Pyreneeën valt het reuze mee”), krijg ik er steeds meer zin in. Ik kan niet wachten om die rugzak om te doen. Hoewel mijn rug zal smachten naar die 1/8e; hij zal het moeten doen met 1/6e

En om in de stemming te komen heb ik mijn nieuwe Axemen-tentje maar eens in de tuin opgezet, compleet met slaapmatje en de lichtgewicht slaapzak, en flink besproeid met water. Alles blijft gelukkig kurkdroog!

De opengeslagen tentopening ziet er aanlokkelijk uit…drie keer raden waar ik vannacht slaap?! Het aftellen tot 24 augustus is begonnen…

Geplaatst in Reisverslagen | Een reactie plaatsen

Over een natte nacht, over een Turkse zitlap en over een warm welkom in Abisko

12-13 Augustus, zwaarbewolkt, geen wind.
Nog even over gisteren: voldaan over de hele etappe en het laatste stuk naar Alesjaure drinken we daar aangekomen in de avondzon een paar heerlijke blikjes ‘Noors goud’, gekocht in het kleine winkeltje van het fjällstation. Het gaat er gemoedelijk aan toe: “hoeveel blikjes? Oké, buiten zelf uit de grote emmer vissen”, die gevuld is met ijskoud water uit de rivier om de cola en het bier te koelen. Er is niet genoeg electriciteit om een koelkast te laten functioneren en wat zou je, als de koeling ook gratis kan. Toen we gisteren de laatste keer de rivier overstaken zagen we in de rivier een soort boei liggen, met een propellor aan de achterkant en een lange dunne slang naar de stuga. Een ingenieus systeem om niet met water te hoeven sjouwen; het stroomt zo koud naar de hut!

Ook de politiegroep is gearriveerd. Het is eerst nog ‘hij en zij’, maar wat later zit de instructeur zowaar op een bankje tussen de groep. Ook René en Gerrit zitten er bij, een duo dat we regelmatig onderweg tegenkomen en met wie we meestal even een praatje maken. We vermoeden op dat moment dat zij ook min of meer onderdeel van de politiegroep vormen, maar dat blijkt achteraf niet te kloppen. Even later moet er ‘gebriefd’ worden en is het zenuwen alom. “Weet jij waar we naar toe moeten”, hoor ik iemand van de groep zeggen, maar de ander heeft geen idee. Gewoon ‘opkrullen’ in het bos lijkt ons de meest waarschijnlijke optie.
Wij hangen nog een beetje op het veldje, genietend van de laagstaande zon met onze blikjes en de nootjes die Nico nog in zijn tas heeft zitten. Iets verderop is het een komen en gaan in de bastu-stuga, het saunahuisje dat ook hier populair is bij met name de scandinavische deelnemers. Dik en dun loopt naar de rivier voor een ijskoude duik. Ons niet gezien… brrrrr.

Maar plotseling begint het te spetteren. De regen die ons op de hielen zat heeft ons toch nog ingehaald. Na een snelle maaltijd, zittend op onze zitmatjes (Bas en Nico op hun ‘Turken-lappen’, wat niet vervelend bedoeld is, maar wat is afgeleid van de officiële benaming van de tas die ik als ‘Turkentas’ via internet heb gekocht en waarin mijn rugzak is vervoerd in het vliegtuig, maar die bij aankomst toch niet zo stevig is gebleken en was gescheurd en waarvan Bas en Nico bij gebrek aan een zitmatje -stond niet op de paklijst, mijn fout- twee mooie lichtgewicht zitlappen hebben geknipt), duiken we rond negen uur de tent in, op ons mooie plekje in het bos. Op dat moment is een groepje Zweden naast ons nog bezig hun kamp op te zetten. Onder luid kabaal worden takken verwijderd, stammetjes gekortwiekt en de grond geëgaliseerd. Een stuk of wat tenten en een tipi verrijst in korte tijd tussen de bomen en terwijl wij rustig in de tent liggen te lezen wordt er druk gepraat en gelachen en dat alles in de regen. Stoere kerels dus!

image

image

De volgende morgen, vandaag dus, blijkt dat we allemaal onrustig hebben geslapen. Niet vanwege onze buren, maar vanwege de regen die continu en gestaag op het doek kletterde. Mijn oude tent blijkt niet helemaal waterdicht, maar vooral omdat door de wat krappe behuizing af en toe binnen- en buitentent met elkaar in contact zijn gekomen, een garantie voor water in de tent. Ook bij ons is het klam, maar vooral door condenswater op de slaapzak. Zowel Bas als Nico moesten er tot overmaat van ramp ’s nachts gelijktijdig uit om het bos van nóg meer vocht te voorzien, dus een lekkere nacht was het niet. In ieder geval zonder muizen!

De Zweden naast ons zijn alweer vertrokken, maar daar hebben we gek genoeg niets van gemerkt.. De regen is in de ochtend gestopt, maar alles is natuurlijk zeiknat. Tsjonge, dat we dit nog mogen meemaken: een natte tent opbergen! Het is dat het de laatste nacht is, want anders waren we niet zo vrolijk. Nico en ik slobberen de laatste mueslizak naar binnen en dan zijn we klaar voor de laatste etappe van 15 km!
Omdat de lucht nog dreigend is starten we in regenkleding en trekken we de regenhoes over de rugzak. Hebben we die dingen in ieder geval niet voor niets meegenomen! Maar na minder dan een kilometer klaart het al weer op en lopen we te zweten in onze jassen. Uit die boel! De laatste dag heeft zon voor ons in petto en de stemming is opperbest. Bas belooft een duik te nemen in het meer onderweg en meent dat Nico een zelfde belofte heeft gedaan. Die houdt zijn loopstokken nog iets stijver vast en zijn vertwijfelde lach spreekt boekdelen..

Het zou er niet meer van komen.. Onderweg lopen we alleen nog langs de rivier die inmiddels diverse stroomversnellingen kent; geen plek om even rustig te baden. Verderop perst het water zich door een kloof, waar de woeste witte golven haasje-over lijken te spelen. Ook de politiegroep staat er net als ik foto’s van te nemen. Ik word aangesproken door Maartje, een vrolijke blonde Hollandse meid (dame, sorry), die me boven het geluid van de rivier iets probeert duidelijk te maken met een professionele camera in haar hand. Ik begrijp eruit dat ik een foto van haar en haar collega’s moet maken, maar tot mijn verbazing wil zij mij op de plaat. Nu, dat is natuurlijk een compliment, “als ‘ie maar niet op faceboek komt”, maar het blijkt vnl. de metgezel op mijn rugzak die vertedert. Dat ik iets met zwijnen heb is inmiddels gevoeglijk bekend en een trofee van het Oktoberfest een paar jaar terug heb ik (speciaal voor de finish, moet ik bekennen) op m’n rugzak bevestigd. Als ‘echte’ woudloper over de meet gaan, dat is toch wel mijn ultieme doel..

image

image

De laatste kilometer is onwerkelijk. We zien weer een brug waar zowaar een auto overheen rijdt. Nog een paar honderd meter langs de asfaltweg (tsjonge, wat loopt dat makkelijk!) en vervolgens duiken we onder de weg door, een bordje ‘550m till mål” volgend.
Plotseling staat daar een groot, niet bepaald mooi gebouw en als we de hoek om lopen wordt er enthousiast geklapt voor alweer een plukje deelnemers dat het gehaald heeft. Vlaggetjes en een tent met uitnodigend ‘Trekkers Inn’ geven de lopers, ons in het bijzonder, een warm welkom. Blonde vrijwilligsters bij de finishlijn staan ons op te wachten met bekers bosbessensap.. Kan het Zweedser?
Boekje ingeleverd, stempel gezet, ‘gouden’ medaille in ontvangst genomen en na 95 uur en 46 minuten (“Waarom hebben jij en Nico 46 in je boekje staan en zijn Bas en ik pas na 47 minuten gearriveerd?” vraagt HK quasi verontwaardigd, “we zouden toch gelijk finishen”?). Nu is deze tijdvermelding natuurlijk volkomen nutteloos, maar enige competitie is natuurlijk gezond, al kan je dat betwijfelen bij de snelste deelnemer van dit jaar: 110km in 16:05 uur… Dat is gewoon nìet voor te stellen, met het enkelbrekende parcours dat we hebben afgelegd in gedachten…

image

Overal staan rugzakken in het gras en wij hoeven niet lang na te denken over wat wij nú gaan doen. We gaan aan de klaargezette picknick tafels zitten en laten de NG-tjes rijkelijk stromen. We zien allerlei bekende gezichten, Gerrit en René, de sirene en haar partner (“bedankt nog voor de tips…grrr”), de senf-gruppe en niet te vergeten de politiesportbond.
Iedereen, ook wij, klappen bij alle nieuwe binnenkomers. Een mooie afsluiting.
Later, in de tent, komt Emma bij ons aan de tafel zitten. Zij heeft de tocht alleen gelopen.. in drie dagen.. 35 tot 40 km per dag.. en met een rugzak van 19 kg!! Pfff, dat is nog eens doorzetten! Ze blijkt een jachtvergunning te hebben (waarschijnlijk getriggerd door mijn muts..), hoewel ze de rendieren onderweg ongemoeid heeft gelaten..
We eten heerlijke rendierburgers, die inmiddels vaste kost zijn geworden, maar Bas vergist zich in een bestelling en komt met falafel aan. Geen vlèès!? Dan nóg maar een keer een extra bestelling, mèt vlees. Als Nico een glas wijn over mij heen kiepert, zit de stemming er helemaal goed in! (geeft niet Nico, de trui is toch rood). 😉

image

Het gebouw waar we zijn aangekomen blijkt het Abiskoturiststation te zijn, waar we vooraf een cabin hebben gereserveerd. Onze cabin is een ruim huis en we genieten om de beurt van een lange warme douche tot de vingers gerimpeld zijn. Met medelijden kijken we uit het raam waar buiten, in het gras rond de huisjes, talrijke tenten staan van deelnemers die nìet op tijd een kamer gereserveerd hebben (of gewoon nog steeds aan hun tent verknocht zijn). Wij zijn in ieder geval dolblij met een echt bed! Het feest met muziek in de Trekkers Inn maken we niet meer mee. Kèn je nagaan!

De volgende morgen ontbijten we aan lange tafels met de heerlijkste dingen, die we de afgelopen vier dagen hebben moeten ‘ontberen’. Ook Emma schuift aan; zij heeft de nacht in de gang van het hotel doorgebracht, op de grond… Tsja, zo’ n doordouwer laat zich nergens van terugschrikken. Ik hoor ‘iemand’ zeggen dat er bij ons in het huis nog voldoende plaats was geweest… op de bank.
In de lobby is het een gekrioel van jewelste. Allemaal mensen die op tijd de bus of de trein willen halen; de meesten naar het vliegveld in Kiruna. Ik zie zelfs een fietser, bepakt en bezakt. Die gaat er nóg een tocht aan vastplakken! De politiegroep heeft een eigen bus gechartered; om zéker op tijd te komen… dachten ze…

image

image

Wij gaan ruim voor het aangekondigde tijdstip naar de plek waar de FC-bus ons zal oppikken en moeten daar dus wel even wachten. Een laatste blik op de bergen rond Abisko, op de ijzerertsmijnen waar het gebied trouwens ook bekend om staat, en het kraakheldere meer waar al dat woeste water waar we langs liepen naartoe stroomt. Het is alweer droog, met een aangenaam zonnetje.
In Kiruna lijkt er wat consternatie te zijn bij sommige reizigers, maar pas in Stockholm horen we de ware toedracht. Ook in Stockholm een paar mensen die van de gate waar we aankomen naar het internationale gedeelte van het vliegveld rennen. Hé, dat lijkt wel een aantal politiedeelnemers..
We hebben in Stockholm zelf vier uur overstaptijd (waarbij we nog wat souvenirs scoren voor het thuisfront) en drinken, net als op de heenreis op het zonnige terras een heerlijk ‘klientje’ (ook die blijft erin).

Gerrit en René zitten er ook. Van hen vernemen we wat er zo ongeveer gebeurd is in de politiegroep (de conversatie is mijn eigen interpretatie; de essentie is wat we van het duo vernamen):
“Baas, hoe laat gaat onze bus?”
“Niet mee bemoeien. Is allemaal geregeld. Geen zorgen. Ga maar slapen.” “Ja maar…”
“Wat zei ik? Opkrullen nu. Morgen brief ik jullie verder.”
De  volgende morgen:
“Chef, klopt die tijd nu wel op onze ‘briefinglist’?”
“Ga je aan me twijfelen? Ik zeg toch dat alles picobello in orde is!”
“Maar onze vlucht…”
“Euhh, wat zei ik? Niet duidelijk geweest?”
“Ja maar…”
“Opkrulluh!!’

Het komt er op neer dat de groep te laat uit Abisko is vertrokken en dat daardoor een deel van de groep hun vlucht heeft gemist. Anderen hebben rennend geprobeerd nog een aansluiting te halen. Dat kan een aardige strop zijn als er omgeboekt moet worden. Maartje, die mij een bericht stuurt naar het prikbord, mailt mij overigens daarna monter dat ze er een leuk dagje Stockholm aan vastgeplakt heeft. Goed dat zij er het positieve van in ziet (en je hangt natuurlijk de vuile was niet buiten..).
Zou de leider geen tegenspraak hebben geduld? Was de kloof met de groep te groot? We weten het niet, maar er is voldoende reden om te speculeren over de manier waarop zo’n proces zich ontwikkelt, met onze simpele observaties van een afstandje.

Wíj hebben voldoende tijd voor onze vervolgvlucht. Tijd voor nog een heerlijke dikke hamburger bij Max, de lokale hamburgertent in Terminal 4. Na gisteren en vandaag is de illusie dat ik wellicht een kilo-tje ben kwijtgeraakt wel verdwenen.. We maken ons licht zorgen over het weerbericht: code geel in NL, met zware onweersbuien, die van Zeeland naar het noorden schuiven volgens de buienradar. De vlucht naar Amsterdam verloopt echter voorspoedig en we landen vlak bij de gates en hoeven dus niet nog een half uur te taxiën. Uitstappen bij C4 betekent bovendien ook snel bij de bagageband. De reserve Turkentas die ik bij me heb blijkt ook gescheurd; goed voor nòg een zitlap! Volgende keer toch maar een echte rugzakhoes kopen..

We worden alweer door H. en M. van het vliegveld opgehaald; als we naar buiten lopen begint het te regenen, om die nacht niet meer op te houden met donderen en bliksemen. Thor roert zijn -kennelijk toch aanwezige- staart om ons niet heel subtiel te laten weten dat we hem niet moeten vergeten.. mochten we nog eens terug willen komen.
De volgende morgen zit ik om 8:30 weer aan mijn bureau in Den Haag.
AAAHHHH, wat doe ik hier…!!

image

NB: mijn schrijfselen zijn niet bedoeld om mensen te kwetsen; iedere kwalificatie van personen in de afgelopen dagen is louter gebaseerd op visuele waarneming en, al dan niet aangevuld met wat creatieve gedachten, vertaald door een simpele geest, die toch niet beter weet. Ik hoop dat je er desondanks plezier aan hebt beleefd met lezen. 🙂

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties