Hoogste punt op de GR11

Volgens Johnson bereik ik vandaag het hoogste punt van de GR11. De hoogtemeter op mijn horloge klokt 2.809 m, maar dat kan altijd + of – 50 m zijn (goedkoop horloge..). Het boekje meet zelf 2.765 m, maar ook dat is natuurlijk relatief met het smelten van de ijskappen. Hoe dan ook, als ik niet besluit een topje aan de tocht toe te voegen (waarvoor Brain in zijn beschrijving regelmatig suggesties doet, die ik tot nu toe bij gebrek aan conditie/zin/ervaring met klimmen heb overgeslagen) zal ik dus de komende 31 trajecten niet hoger komen. Ik word geen sherpa (met dubbel zoveel rode bloedlichaampjes) op deze tocht..

Wat Brain ook schrijft is dat de tocht van vandaag de moeilijkste is van de hele GR11. En zoals bij zoveel dingen zit het venijn in slechts een klein stukje, nl. het overschrijden van de Cuello de Tebarrai (2.765 m). Over een afstand van niet meer dan 100 m (50 omhoog en 50 omlaag) is het angstig stijl, met los latende stenen en veel gruis. In Alpiene termen noemen ze dat eufemistisch een ‘luchtig’ traject: meer lucht dan ondergrond, als het ware.. Over een kort stuk zijn kabels gespannen waar je je aan vast kan houden, maar voor het overige moet je op je eigen evenwicht vertrouwen.

Sinds mijn vertrek uit de Refugio de Respomuso loop ik een stukje door een drassige hoogvlakte met slechte signalering. Er blijkt een wederom een ‘wegverlegging’ te zijn die niet op mijn online-kaart staat, waarschijnlijk omdat deze oude route niet begaanbaar is in nat weer. Ik moet diverse riviertjes oversteken, maar die leveren me nu geen probleem op.

Anders is het bij een ‘crossing’ over een woeste stroom, waar ik echt even moet zoeken waar ik het water veilig kan oversteken. Van steen naar steen ‘hoppend’, terwijl het water tegen en over mijn schoen klotst, bereik ik gelukkig de overkant droog. Één misstap en je ligt lekker zelf te klotsen in het ijskoude water. Brrr…

Bij één van de stroompjes ligt een hoop verwrongen staal, wat eens een bruggetje geweest moet zijn. Het toont de kracht van het woeste wassende water in de regentijd.

Ik kom zowaar de groep jonge Duitsers weer tegen, die een slechte nacht hebben gehad tijdens het onweer gisteren. Maar hun spullen zijn wel redelijk droog gebleven. Eigenlijk ben ik wel blij dat ik de Cuello niet in m’n eentje hoef over te steken. Een gevoel van: mijn vrees wordt gedeeld, of zoiets.

Bij de overschrijding van de Cuello is het vnl. een kwestie van het uitzetten van je ‘verziendheid’ en je te concentreren op de zaken dichtbij. Stapje voor stapje, steen voor steen en niet te veel nadenken. Wat ik helaas wel doe, want ik realiseer me dat de twee Britse dames dit traject gisteren in omgekeerde richting hebben afgelegd. Groot respect voor deze kranige dames!

Het geeft me helaas geen verlichting van mijn ‘unheimische’ gevoel. Op de top van de pas is het guur, want de wind heeft er vrij spel. Er is gelukkig een klein vlak stuk, waar ik rustig mijn rugzak kan afdoen om mijn trui aan te trekken. Ik wacht op de Duitsers, maar die komen nog niet door.

Uiteindelijk besluit ik de afdaling te beginnen, die op zich minder geprononceerd is, maar afdalen is altijd lastiger dan stijgen. Het gruis op de route draagt helaas niet bij aan het gevoel van stevigheid onder je voeten. Als ik na die ‘niet neutrale’ 50 m het normale pad bereik, slaak ik een zucht van opluchting. De Duitsers zie ik ook zeer geconcentreerd de pas oversteken. We hebben het overleefd!

Tijd voor wat slokken water en een mueslireep! Ik trek een poosje op met het groepje en wissel wat informatie uit, schuilend achter een uit ruwe stenen opgetrokken muurtje dat duidelijk bestemd is voor de écht gure, winderige dagen, maar alweer besluit ik wat eerder verder te gaan, omdat er nog een lange afdaling te wachten staat.

Deze route is slechts 13 km lang, maar ik blijk er uiteindelijk bijna acht uur over te doen. Nog geen twee kilometer per uur! Pfff, met recht een pittige etappe, die bovendien veel mentale energie kost.

Het vervolg traject levert geen problemen op, anders dan dat het voor mijn gevoel vreselijk lang is en bovendien over een zeer onregelmatig pad met stenen schots en scheef. Niet even gedachteloos naar beneden wandelen.

Ik moet 1.300 m afdalen naar de refugio in Baños de Panticosa, een oud kuuroord, waar naast vergane glorie hotels (enkele in vervallen staat), ook een paar zeer luxe nieuwe spa’s zijn gebouwd. Even overweeg ik… nee, veel te duur! Ik kom in Refugio de Casas Piedras een Belgisch koppel uit Antwerpen tegen, dat ik in de vorige refugio ook zag. We eten met elkaar en wisselen ervaringen uit over de afgelopen etappes. Lekker weer even Vlaams ‘klappen’. 🙂

Gelukkig een redelijk rustige nacht; ik lig in een vier-stapelbed, in m’n eentje. Het kraakt en het piept als ik er in klim. Oei, wat moet dat zijn als er vier personen in liggen.. En het trapje van de bovenbedden zit helemaal aan de zijkant, dus dat wordt over de ander heen kruipen, voor de ‘middernacht stop’.

Dat blijft me vannacht bespaard!

Over Biking Banker

Biker & Hiker and in between a Banker
Dit bericht werd geplaatst in Reisverslagen. Bookmark de permalink .

8 reacties op Hoogste punt op de GR11

  1. Pieter H zegt:

    Gaaf Frank, wat een tocht!!
    Je gaat jezelf toch wel ergens trakteren met zo’n luxe spa resort!? Meer dan verdient zo te lezen 🙂

  2. Jan zegt:

    Mooie beelden! Ook sneeuw zo te zien? De borden onderweg zien er minder vriendelijk uit dan tijdens de eerste week (avalanches)

  3. EJ zegt:

    Ziet er allemaal heel mooi uit!
    Woensdag ff t weer in de gaten houden, ziet er beetje nat uit.

  4. roeland zegt:

    Prachtig Frank!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s