4 Mei, 5e dag (N 50.5041 E 5.6687) De boekjes van Benjaminse beslaan diverse delen van de route. Ik heb een boekje bij me van Leiden naar Maastricht, waar ik op het laatste stuk van afwijk om bij Roy aan te komen in Meerssen. En ik heb de boekjes Amsterdam naar Barcelona (twee delen), die echter in Eindhoven begint en via Namen loopt. Het stuk in de Ardennen heb ik dus zelf samengesteld, net als het stuk boven Maastricht dat ik dacht door te steken naar Meerssen. Bij deze doorsteek ging het al mis! Dat leuke weggetje richting vliegveld Maastricht-Aken bleek over twee forse pukkels te gaan, die ik wat teveel vond voor een ‘snelle’ doorsteek. Dan maar een drukkere route langs een provinciale weg, waar gelukkig een fietspad langs loopt.
Zo heb ik de ook route van Meerssen naar Sprimont, in de waalse Ardennen, op een kaart van de provincie Luik (1:100.000) ingetekend, waar geen hoogtelijnen op staan. De wegen zien er behoorlijk recht uit, dus dat zal toch geen problemen opleveren..?
Na mijn eerste colletje begin ik me toch af te vragen hoe het verder gaat. De kilo’s op mijn fiets trekken mij behoorlijk naar beneden; de snelheid daalt tot 7-8 km/u. Maar alles wat naar boven gaat, komt ook weer naar beneden, dus even later suis ik met 40 km/u over een rechte weg het volgende dal in. Tijd om de fietshelm op te zetten, denk ik en ik zie de bezorgde blik van het thuisfront al voor me dat ik die nog niet op heb. Maar die racepan op mijn hoofd is wel warm, ondanks de tochtgaten; ik zweet inmiddels watervallen onder de oksels.. Dat leuke dal dat ik bereik is natuurlijk niet het eindpunt en, hup, daar gaat ie weer: omhoog, dit keer over een slingerende weg, waar ik bij iedere bocht hoop dat om de hoek de top ligt. Nee hoor, het gaat fijn nog even verder omhoog.
Op de luikse kaart turend begin ik me toch af te vragen of ik er niet beter aan doe om weer naar de Maas te fietsen en weliswaar een forse omweg te maken, maar aangezien water niet heuveltje-op-heuveltje-af stroomt (althans, ik heb nog nooit gehoord van de watervallen van Luik of de waalse ‘rapids’ in de Maas) vermoed ik dat ik mezelf een behoorlijke dienst doe als ik van mijn oorspronkelijke route afstap. En mijn rechterknie ook, want die begint lichtjes de trekken te vertonen, die ik ongeveer bij het 17 km-punt ondervind tijdens de halve marathon. En dat belooft niet veel goeds..
Onder Luik aan de Maas aangekomen moet ik toch nog een hele berg op naar mijn einddoel bij Hanneke en Michel. Ik sms haar dat ik aardig kapot ben, maar dat de laatste 19 km nog wel gaan. Laten dat nu 19 kms zijn die vrijwel alleen maar stijgen. Nooit zal ik meer vertrouwen op een kaart zonder hoogte lijnen! Lessons learned.
Het laatste stuk ‘hel’ van Wallonië doe ik op een liter grapefruitsap die ik nog snel even bij een Delhaize koop (+ een mars, die je volgens de reclame weer boordevol energie geeft; ik zou een pallet van die repen moeten opeten vrees ik). Ik kan geen pap meer zeggen als ik bij Hanneke aankom, maar gelukkig heb ik haar plastic groene toeter op mijn stuur gemonteerd (gekregen bij de borrel voor m’n 50e), die mijn komst luidruchtig aankondigt.
Het weerzien is warm en als Hanneke mij het bed toont waar ik mag slapen, concludeer ik dat ik via de hel in het paradijs ben beland: ik mag ik het hemelbed van Naomi slapen in haar roze slaapkamer. Compleet met witte gordijntjes en ladingen kussens en een heel zacht rood dekbed (zij slaapt overigens ergens anders). Dank je Naomi! Michel geeft nog gitaarles tot het avondeten en Hanneke en ik praten bij in de tuin bij de paarse/blauwe regen (purple rain? vraagt zij zich af). Zij heeft ook een kiwiboom/struik waarin na vele jaren voor het eerst echte kiwi’s groeien. Een lekker glas rode wijn en ‘het leven is verrukkeluk’, zoals Campert schrijft over Liesje. ‘ s Avonds na de ove(r)(n)heerlijke pizza, door Hanneke zelf gebakken (dank je voor het recept!), heb ik eindelijk weer wat tijd om het blog bij te houden. Eén nadeel: haar laptop is een waalse AppleMacintosh: niet alleen zijn de functies van een Mac heel anders dan op een pc van Microsoft, maar het waalse toetsenbord is compleet anders dan het nederlandse (geen ‘qwerty’). Rare Belgen, zou Obelix uitoepen (ondertussen een Romein uit zijn sandalen slaand). Ik zit dan ook regelmatig helemaal fout met mijn twee vingers op het toetsenbord. Zelfs met twee vingers kan je al snel redelijk blind typen, maar nu merk ik dat je met twee vingers ook behoorlijk veel verkeerde toetsen kan aanslaan. Ik probeer de fouten zoveel mogelijk te corrigeren, maar er zullen er ongetwijfeld nog inzitten. Om die reden is het pas na middernacht als ik de laptop uit doe. Michel heeft als goed gastheer op mij gewacht, wat natuurlijk niet nodig was. Ik slaap als een (roze) roos in mijn paradijs voor één nacht. De hel van Wallonië? Oh, die ben ik alweer vergeten…
