De ‘hel’ van Wallonië

4 Mei, 5e dag (N 50.5041 E 5.6687) De boekjes van Benjaminse beslaan diverse delen van de route. Ik heb een boekje bij me van Leiden naar Maastricht, waar ik op het laatste stuk van afwijk om bij Roy aan te komen in Meerssen. En ik heb de boekjes Amsterdam naar Barcelona (twee delen), die echter in Eindhoven begint en via Namen loopt. Het stuk in de Ardennen heb ik dus zelf samengesteld, net als het stuk boven Maastricht dat ik dacht door te steken naar Meerssen. Bij deze doorsteek ging het al mis! Dat leuke weggetje richting vliegveld Maastricht-Aken bleek over twee forse pukkels te gaan, die ik wat teveel vond voor een ‘snelle’ doorsteek. Dan maar een drukkere route langs een provinciale weg, waar gelukkig een fietspad langs loopt.

Zo heb ik de ook route van Meerssen naar Sprimont, in de waalse Ardennen, op een kaart van de provincie Luik (1:100.000) ingetekend, waar geen hoogtelijnen op staan. De wegen zien er behoorlijk recht uit, dus dat zal toch geen problemen opleveren..?

Na mijn eerste colletje begin ik me toch af te vragen hoe het verder gaat. De kilo’s op mijn fiets trekken mij behoorlijk naar beneden; de snelheid daalt tot 7-8 km/u. Maar alles wat naar boven gaat, komt ook weer naar beneden, dus even later suis ik met 40 km/u over een rechte weg het volgende dal in. Tijd om de fietshelm op te zetten, denk ik en ik zie de bezorgde blik van het thuisfront al voor me dat ik die nog niet op heb. Maar die racepan op mijn hoofd is wel warm, ondanks de tochtgaten; ik zweet inmiddels watervallen onder de oksels.. Dat leuke dal dat ik bereik is natuurlijk niet het eindpunt en, hup, daar gaat ie weer: omhoog, dit keer over een slingerende weg, waar ik bij iedere bocht hoop dat om de hoek de top ligt. Nee hoor, het gaat fijn nog even verder omhoog.

Op de luikse kaart turend begin ik me toch af te vragen of ik er niet beter aan doe om weer naar de Maas te fietsen en weliswaar een forse omweg te maken, maar aangezien water niet heuveltje-op-heuveltje-af stroomt (althans, ik heb nog nooit gehoord van de watervallen van Luik of de waalse ‘rapids’ in de Maas) vermoed ik dat ik mezelf een behoorlijke dienst doe als ik van mijn oorspronkelijke route afstap. En mijn rechterknie ook, want die begint lichtjes de trekken te vertonen, die ik ongeveer bij het 17 km-punt ondervind tijdens de halve marathon. En dat belooft niet veel goeds..

Onder Luik aan de Maas aangekomen moet ik toch nog een hele berg op naar mijn einddoel bij Hanneke en Michel. Ik sms haar dat ik aardig kapot ben, maar dat de laatste 19 km nog wel gaan. Laten dat nu 19 kms zijn die vrijwel alleen maar stijgen. Nooit zal ik meer vertrouwen op een kaart zonder hoogte lijnen! Lessons learned.

Het laatste stuk ‘hel’ van Wallonië doe ik op een liter grapefruitsap die ik nog snel even bij een Delhaize koop (+ een mars, die je volgens de reclame weer boordevol energie geeft; ik zou een pallet van die repen moeten opeten vrees ik). Ik kan geen pap meer zeggen als ik bij Hanneke aankom, maar gelukkig heb ik haar plastic groene toeter op mijn stuur gemonteerd (gekregen bij de borrel voor m’n 50e), die mijn komst luidruchtig aankondigt.

Het weerzien is warm en als Hanneke mij het bed toont waar ik mag slapen, concludeer ik dat ik via de hel in het paradijs ben beland: ik mag ik het hemelbed van Naomi slapen in haar roze slaapkamer. Compleet met witte gordijntjes en ladingen kussens en een heel zacht rood dekbed (zij slaapt overigens ergens anders). Dank je Naomi! Michel geeft nog gitaarles tot het avondeten en Hanneke en ik praten bij in de tuin bij de paarse/blauwe regen (purple rain? vraagt zij zich af). Zij heeft ook een kiwiboom/struik waarin na vele jaren voor het eerst echte kiwi’s groeien. Een lekker glas rode wijn en ‘het leven is verrukkeluk’, zoals Campert schrijft over Liesje. ‘ s Avonds na de ove(r)(n)heerlijke pizza, door Hanneke zelf gebakken (dank je voor het recept!), heb ik eindelijk weer wat tijd om het blog bij te houden. Eén nadeel: haar laptop is een waalse AppleMacintosh: niet alleen zijn de functies van een Mac heel anders dan op een pc van Microsoft, maar het waalse toetsenbord is compleet anders dan het nederlandse (geen ‘qwerty’). Rare Belgen, zou Obelix uitoepen (ondertussen een Romein uit zijn sandalen slaand). Ik zit dan ook regelmatig helemaal fout met mijn twee vingers op het toetsenbord. Zelfs met twee vingers kan je al snel redelijk blind typen, maar nu merk ik dat je met twee vingers ook behoorlijk veel verkeerde toetsen kan aanslaan. Ik probeer de fouten zoveel mogelijk te corrigeren, maar er zullen er ongetwijfeld nog inzitten. Om die reden is het pas na middernacht als ik de laptop uit doe. Michel heeft als goed gastheer op mij gewacht, wat natuurlijk niet nodig was. Ik slaap als een (roze) roos in mijn paradijs voor één nacht. De hel van Wallonië? Oh, die ben ik alweer vergeten…

Geplaatst in Reisverslagen | 2 reacties

Hèhè, daar is ie dan eindelijk..!

Ja, dat valt niet mee: fietsen, tent opzetten, koken, wassen, slapen, tent afbreken, fietsen en dan ook nog een weblog bijhouden. Ik heb jullie schromelijk verwaarloosd.
Maar jullie hebben helemaal gelijk. Je zou haast denken dat ik verdwaald ben. Of er na de eerste ‘col’ de brui aan heb gegeven. Er wordt zelfs gesuggereerd (via sms) dat ik voor een bebaarde Al Qaeda-strijder zou zijn aangezien en zijn opgepakt en in de cel beland (nee, dat laatste overkomt alleen de jeugd van tegenwoordig, ondanks goede adviezen van hun vader, hè Jan?).
Maar de werkelijkheid is iets prozaïscher. Ik ben gewoon lekker onderweg en lig goed op schema. Het weer is fantastisch, de wind is straf, maar vnl. in de zij en zo nu en dan pittig tegen. Maar ik klaag niet; alles beter dan regen. Dit zonnetje maakt de start zeer aangenaam en de temperatuur is prima om te fietsen.

Een résumé van de eerste dagen:

30 April, dag 1: een dag van verjaardagen en festiviteiten: verjaardag moeder Jeannette, verjaardag van zwager Roeland, mijn vertrek en de verjaardag van de koningin (in volgorde van importantie). Voldoende reden om de vlag uit te hangen. Het afscheidscomité heeft mij gesterkt met gelukwensen, harten onder de riem, kleine (lichtgewicht!) attenties, die ik allemaal heb mee  genomen: van verlichte tentharingen, tot een luciferdoosje met kleine kaarsjes (en lucifers), een sleutelhanger met zaklampje en idem met een afbeelding van de heilige Sint Christoffel, de patroonheilige van de reiziger (Sjoerd ben je bekeerd?). En een heel klein zakje van gaatjesstof, niet leeg zoals het lijkt, maar gevuld met gedachten aan de fietser, die gelijkmatig worden vrijgegeven, maar in verhoogde concentratie naar buiten treden als het even tegenzit (fantastisch Hellas, je bent uniek).

Als de Prosecco rond het middaguur op tafel komt is het toch echt tijd om te vertrekken (anders zou ik nooit meer gaan…). Uitgezoend en gezwaaid, onder een slinger met de letters START (dank je Daan!) ga ik op pad. Passanten in de straat zingen en zwaaien enthousiast mee. Onderweg in de dorpen volop Koninginnefeesten, waar ik me stil aan weet te onttrekken, niet zonder verbaasde blikken van feestvierders, met oranje HOLLAND!-hoeden en in dito voetbaluitdossing gestoken, blikje bier in de hand: wat is dat voor rare snuiter op de fiets met zo veel bepakking. Je zou haast denken dat het Nederlands elftal vandaag zal optreden; afijn, de Koningin zal het worst zijn: als het oranje maar flink aanwezig is!

Het eerste traject is bescheiden, 40 km naar de Reeuwijkse plas (N52.2.126 O 4.44.870 *), waar ik gezellig BBQ met HK&Hes (na een frisse duik in het water). Heerlijk dat huisje met uitzicht op de verwilderde weilanden van Staatsbosbeheer, met honderden ganzen, eenden, tureluurs, kievieten etc. Een kabaal van jewelste (waar ik door de oropax ’s nachts gelukkig niets van hoor). Het geheim van HK voor de BBQ wil ik jullie wel verklappen: neem geschaafde jonge wilgentakken, draai hier vlees (lange lappen) omheen en lardeer met spek en leg dit op het rooster. Een heerlijke ervaring! Goed glas rosé erbij en het is zomer!

* Om privacy redenen zijn de coördinaten van overnachtingen bij bekenden bij benadering weergegeven.

1 Mei, 2e dag, Dag van de (fiets)arbeid: bepakt met een heerlijke lunch van HK&Hes vertrek ik, alweer met stralende zon (en alweer met pittige zijwind..) op weg naar het Zuiden. En tweetal ponten genomen, een bij Schoonhoven en een bij Gorkum, waar ik mijn geboortehuis bezoek. Bij benadering weliswaar, want ik weet het nummer in de Arkelstraat niet precies en niemand kan mij vertellen waar vroeger de Twentsche Bank was gevestigd. Maar ja dat is dus ook al meer dan 50 jaar geleden… Ik schiet een plaatje bij een juwelier en kantoorboekhandel; in een van deze panden heb ik mijn eerste levensjaar doorgebracht. Het staat me eerlijk gezegd niet meer zo helder voor de geest…

De pont over de Waal/Bovenmerwede brengt me naar slot Loevestein, waarover Jacob PvA in de 18e eeuw een mooie redevoering heeft gegeven. Hij verfoeide het slot en had op deze plek een imposant tempelcomplex in gedachten ter ere van Hugo de Groot (er is een mooie bibliofiele uitgave van de hand van HK, met prachtige tekeningen en vignetten van Joost Veerkamp). Het slot is inderdaad niet bepaald verfijnd, maar strategisch gelegen is het wel. Zou de boekenkist van Hugo nog bestaan..?

Na een uurtje of zes (80 km) kom ik aan op de camping Weideblik van boer van Hal, tussen Helvoirt en Udenhout (ik ben vergeten de coördinaten te noteren). Ik teer wat betreft de maaltijd nog op het ruime lunchpakket van HK, maar ga na het opzetten van de tent en een vrij noodzakelijk opfrissing nog even een maaltijdsalade eten in Helvoirt. Oei, wat fietst dat lekker zonder bagage! Als het donker wordt gaat bij mij ook het licht uit…

2 Mei, 3e dag: het tentje staat in een mum van tijd en is ook binnen 5 minuten afgebroken. Het pakken van de tassen neemt wat meer tijd in beslag. Waar zit alles ook alweer. De komende dagen zal ik mij de indeling van mijn bagage nog eigen moeten maken. Nu is het zakken openen en weer dicht doen om uit te vinden waar ik de pollepel (of ieder willekeurig ander attribuut) gestopt heb. De zon begint al snel in kracht te winnen en, hoe raad je het, de wind ook. Maar nog steeds komt hij uit het NO en ik ga vnl. richting ZO. Toch is een trui wel nodig bij 14 gr. (gevoelstemperatuur 10gr.). Kortom: uitstekend fiets weer!

Het boekje van Paul Benjaminse is goed te volgen. Een enkele keer zit ik verkeerd en dat is dan ook direkt in een bos op een zandweg. Ik kan me al niet goed voorstellen dat hij de fietser over dit rulle pad leidt en nadat ik zwetend het traject heb afgelegd en de kaart nog eens goed bestudeer zie ik dat ik een afslag heb gemist. Nu ja, mijn eerste slinger-zweet-vloek-doop. Er zullen er ongetwijfeld meerdere volgen. Ik ga maar niet rechtsomkeert, maar maak een rondje om terug te komen het punt waar ik zijn moet. Na wederom ca. 80km bereik ik camping het Zwaluwnest van boer Louwers. Als ik mijn eerste potje kook (macaroni bolognese), komt de boerin vragen ‘of ik een kom soep lust’. Nou, ondanks de pasta wil ik die niet versmaden (zie ik er overigens al zo vermagerd uit?).

De camping wordt vnl. bezocht door ouderen die een caravan voor het seizoen hebben neergezet. Met de ouderdom komen de gebreken, zo blijkt als aan het eind van de middag een ambulance het camping terrein op rijdt en voor een van de seizoenskampeerders blijft staan. Een vrouw is onwel geworden, wat natuurlijk heel vervelend is, maar wel een uniek plaatje oplevert: zo vaak zie je geen ziekenwagen bij de caravan. Het bleek uiteindelijk erg mee te vallen gelukkig.

3 Mei, 4e dag: Als ik op een bepaald moment me al rijdend afvraag waarom de huizen hier zo lelijk zijn, kijk ik op de kaart en zie dat ik inmiddels België ben binnengefietst. Geen slecht woord over onze zuiderburen, want die runnen al tijden op zeer efficiënte wijze het land zonder een regering (dat lost een begrotingstekort in een keer op!), maar van huizen bouwen hebben ze m.i. geen verstand: die rare daken zonder overhangende dakrand; de dakgoot ligt direkt op de muur van het huis, hetgeen het geheel een koektrommel aanzicht geeft (zo een waar je ook je spaargeld in bewaarde). Maar wonderwel zijn de fietsbordjes die ik hier kan volgen zeer secuur geplaatst en vrijwel om de honderd meter; je zou er eens een missen! Af en toe kom ik een bordje ‘omlegging’ tegen; waarschijnlijk hebben de bewoners daar een hekel aan fietsers, die vervolgens zonder pardon worden omgelegd… Gelukkig zijn ze net aan het ‘schaften’ als ik langs kom.

Ook zo’n verkeersbord om je over te verbazen: langs een kanaal ligt een jaagpad, waarlangs alleen vergunninghouders en rijwielen en bromfietsen klasse A mogen rijden. Nu rijd ik op een 2e hands fiets, die in belgische termen ongetwijfeld behoort tot de o zo verfoeide B-klasse. Als  nu een gendarme mijn pad kruist, word ik ongetwijfeld op de bon geslingerd, maar gelukkig is ook hij aan het genieten van zijn welverdiende lunchpauze (met een heerlijke een triple erbij).

Zonder problemen rijd ik vervolgens Nederland weer in en volg een groot deel de Maas op weg naar clubgenoot Roy (en Monique) in Meerssen. Een heerlijk gespreid bed staat voor mij klaar en de cocquilles St. Jacques (voorgerecht) en biefstuk met overheerlijke knoflook pasta doen me weer helemaal op krachten komen (de rode wijn doet de rest…). Wat kan je een zacht bed toch waarderen na een paar nachten op 3/4 slaapmatje met een tas als hoofdkussen!

Mijn 5e dag is mijn 1e ‘bergetappe’ geworden. Maar over de hel van Wallonië vertel  ik jullie volgende keer!

 

Geplaatst in Reisverslagen | 6 reacties

Dag 0, een regeldag en ‘what’s in the name’

Wat doe je de laatste dag voor vertrek? Nou geloof me, een hele hoop! Boodschappen doen voor het thuisfront, de tuin vertrekklaar maken, de laatste administratie doen (komende weken worden de rekeningen wellicht wat later betaald…). Nog een paar spullen in de tassen, fiets opladen, proefrondje rijden. De fiets houdt zich uitstekend!

En mensen bellen, afscheid nemen.. Laatste fysio: het is goed dat Carolien me nog even ‘kraakt’, alle wervels los en de nek weer recht. Ik kan er weer tegenaan! O ja, gisteren nog een bezoek aan de tandarts gebracht; gelukkig zonder de uitkomst: ‘nou meneer Stoop, komt u volgende week maar terug voor een hoogst noodzakelijke wortelkanaal behandeling’. Dát had ik dan aan een franse tandarts / automonteur / boer / burgemeester overgelaten. Want dat kunnen ze in het zuiden: beroepen combineren. Wel zo efficiënt: terwijl je je gebit laat verzorgen, wordt in de tussentijd je fiets gerepareerd, nadat je je tent op zijn boerenerf hebt opgezet, met gemeentelijke vergunning!
Maar toch ben ik meer verguld met de diagnose: ‘déze keer.. géén gaatjes’.

Mijn fiets. Laat ik het daar nog even over hebben. Een boot draagt een naam. Zelfs de nederlandse treinen hebben een naam. En voor de nationale luchtvloot worden prijsuitreikingen uitgeschreven om een passende belettering op de romp te schilderen. Maar mijn fiets? Oké, ik heb mijzelf met lichte ironie ‘Bikingbanker’ gedoopt, maar hoe zou ik mijn fiets moeten noemen.. Zal ik daar eens een passende prijsuitreiking voor uitschrijven…? Met een officiële trekking van de winnaar door een beëdigd notaris (hé Leonard, werk aan de winkel!). Wat dachten jullie daarvan??

Nu ja, ik merk het wel of dit idee wordt gedragen. Ben benieuwd tot welke originele, grappige, pikante, of wellicht uiterst flauwe, maar oh zo welkome (zie onder) suggesties jullie komen. Ik zet er in ieder geval een mooie fles wijn op, zo’n grote magnum (oké Lange, moet ik ónze weddenschap winnen). Uitreiking na terugkomst, met eervolle vermelding op dit blog, met foto.

Tot slot: ik heb toch een ander tentje gekocht. Het gewicht moest echt gereduceerd worden en dit was een van de ‘pijn’punten op mijn bagagelijst: 3,5 kg. Met de nieuwe tent (Nordisk 1p, in de aanbieding bij Bever) is dit ca. 2 kg minder geworden. In de tent nét voldoende ruimte voor mij en de fietstassen, maar de kans bestaat dat ik buiten moet blijven liggen…

En thuis een en al geheimzinnigheid: zou er dan toch een afscheidscommittee klaar staan? Komt de Koningin dan echt langs? Ik moet de vlag en wimpel nog strijken; nu maar hopen dat er niet te veel mottengaten in het vaandel zitten.. Maar eerst nog even Koninginnenach’. Geen Haagse deze keer, want die bestaat niet meer, nee, gewoon een Lèidse: één afzakkertje voor het slapen gaan.
Morgen is D-day (Daargaanwedandag, met Leids accent*)

*doet me denken aan: ‘Cocosmacroon’ en ‘Watdanjuh’, twee prachtige namen van de boten van Peter Labrujere in de Leidse grachten. Als dat geen inspiratie biedt….?

Geplaatst in Reisverslagen | 12 reacties

Dag -8, wat een voorjaar!

Ik heb het voorjaar sinds tijden niet zó intens meegemaakt: wat een temperatuur en wat een bloesem. De magnolia’s, prunussen en andere bloeiende bomen en struiken zijn als een uitbundig kleurenpalet van Clemens Briels: het rood, geel en roze spuit er uit! Dankzij windstil weer blijft het lekker lang hangen. Die wind verzamelt zich vast om na een bepaalde datum eens lekker los te barsten, schat ik zo in… Maar geen nood, wat zong Boudewijn de Groot ook weer: “Hoe sterk is de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een weg baant”. Hoewel dat “bord voor z’n kop van de zakenman” niet echt passend is op dit blog, het liedje is er niet minder om.

Vorige week nam ik, met pijn in het hart, afscheid van het werk. Dat is niet ironisch bedoeld als zou je dat in eerste instantie misschien denken- want vlak voor mijn vertrek werd een kredietvoorstel voorbesproken, waar ik mijn spreekwoordelijke tanden graag in had willen zetten. Een mooie kluif, in de risicotechnische zin van het woord. En een kans om samen met de collega’s tot een mooie en verantwoorde propositie te komen: team-werk daar gaat het om! Net als op het Plein, waar we met enkele glazen afscheid van elkaar namen. Maar uiteindelijk is het met dit weer wat mij betreft: ‘partir, c’est sourire un peu’. Sorry collega’s!

En zo kon ik gisteren oneindig genieten van de zomerse sfeer, op weg naar de fietsenmaker waar ik het eerste deel van mijn stage heb gevolgd. Eigen fiets mee, want op een oude fiets… (nee, laat maar). Toch wel vreemd om mijn perfect rijdende bolide gedeeltelijk uit elkaar te halen om te zien of ik alle boutjes en moertjes weer op dezelfde plaats terug kan krijgen…
Maar ik weet nu wel hoe ik een remkabel vervang en waartoe die twee schroefjes op de derailleur dienen. Wat ik niet begrijp: waarom staan die lettertjes ‘H’ en ‘L’ er bijna onleesbaar klein op; die waren mij nog nooit opgevallen! Vandáár dat mijn eerdere pogingen om de versnelling af te stellen hopeloos faalden.
En nu weet ik ook wat een cassette-afnemer is (nee, niet de overvaller van een geldloper) of een kettingzweep (zowaar geen SM-attribuut) en een uitvalnaaf (als die onderweg er maar niet uitvalt, want zo veel reserve naven heb ik straks niet bij me..). Met eeuwige dank, en roem aan de immer vrolijke Ed en met name ook de rustige en bedachtzame Jeroen, die mij in de geheimen van de tweewieler heeft ingewijd.

Vandaag heb ik een spaak vervangen en zelfs een noodspaak gemaakt. Nu gaat dat allemaal vrij soepel in een goed geoutilleerde werkplaats met een fietsenlift en ruime keuze aan fris gereedschap. Hoe ik dat straks in de middle of nowhere ga doen, daar sta ik maar even niet bij stil. Het is in ieder geval handig om te weten wat waar zit en waar het toe dient! En als het toch te gortig wordt, zijn Frankrijk en Spanje niet geweldige wielrennerslanden? Daar zitten vast wel fietsenmakers.
Maar ja, een kettingzweep in het Frans….? (ik houd het maar op ‘en panne’).

Geplaatst in Reisverslagen | 4 reacties

Dag -20, nooit te oud om te leren

Het begint nu toch te kriebelen. De vertrekdatum 30 april, mijn koninginnerit, nadert met rasse schreden. En ik moet nog best veel dingen regelen. Mijn stage is in ieder geval gepland. Mijn wat..? Een stage..?
Ja, mijn stage, bij de fietsenmaker! Nooit te oud om te leren, nietwaar? Ik weet weinig van de techniek van een fiets. Een basic training kan dus geen kwaad.

Een band plakken, oké, of een vastgelopen ketting terugzetten (met zwarte handen en kleren tot gevolg). Maar een spaak vervangen of de versnelling goed afstellen.. Dat laatste resulteert bij mij in draaien aan schroefjes van de derailleur, waardoor de fiets nog slechter schakelt dan ervoor. Kortom, in de leer bij een vakman is heel nuttig.

Ed is zo’n vakman. Deze kundige hulpverlener / fietsenmaker, verbonden aan de instelling waar Mieke werkt, is bereid mij enkele kneepjes van het vak te leren. Een mooi beroep volgens mij, en een dankbaar vak: ratelende en piepende barrels omtoveren tot zoevende vehikels waarmee je fluitend de file op de A44 voorbij raast (als je wind mee hebt).

Hoewel in de boekjes van Benjaminse ook fietsenmakers zijn weergeven langs de route, zal toch maar net op die lange weg buiten de bewoonde wereld, in de Pyreneeën bijv., de versnellingskabel breken of de derailleur vastlopen. Niet dat ik een grote reserve voorraad onderdelen meeneem, maar een paar losse items zijn onmisbaar: een reserveband, een aantal spaken (vervoeren in de zadelpen) en een set remblokjes, bijv. Dan is het wel handig als ik die zelf kan vervangen.
Dus Ed, je krijgt bij voorbaat alle credits voor de reparaties die ik onderweg onverhoopt moet uitvoeren. Hopelijk heb ik je kennis niet nodig!

Dit weekend reclame gemaakt voor mijn weblog: ik wilde de naam van mijn weblog met verf op de fietstassen spuiten, maar dat ging niet helemaal goed. De verf bleef aan de mal plakken, zodat ik halve letters overhield (ook dat is dus een vak, reclame en belettering). Met dank aan Joris van 2PPlus in Leiden, die mij belangeloos 2 extra mallen verschafte, probeer ik het nu gewoon met zwarte stift. Wie weet resulteert het onderweg in leuke reakties op mijn blog… We zullen zien; nooit te oud om te proberen!

Geplaatst in Reisverslagen | 1 reactie

Dag -47

Pffoeew, het is niet eenvoudig, zo’n weblog bouwen.. Ben je lekker aan het trainen (fietsen, hardlopen), krijg je spierpijn van het achter de computer zitten!

Dit weekend ook de uitrusting maar eens op een rijtje gezet. Nog iets te veel kilo’s, dus er moet geschrapt worden. Het past allemaal wel op de fiets en tijdens een testrondje blijkt dat met vlak landschap er niet veel aan de hand is. Maar, owee, als de (kilo)meters omhoog gaan.. Dat ga je het voelen.

De fiets houdt zich overigens kranig. Trappen gaat lekker, sturen even wennen met 2 wieltassen voor en een stuurtas. De wieltassen zo licht mogelijk geladen. De stuurtas wordt electronicatas: telefoon, telefoontoestel, Ereader, Ipod… Gelukkig in Spanje een multilader op de kop getikt (bij een van de vele Chinese winkels die Spanje rijk is; zoiets als een ‘winkel van sinkel’: heel veel, voor weinig), want als je voor ieder apparaat een lader moet meenemen, heb je snel een aanhangwagen nodig. Nu met een simpel apparaatje stroom voor alles (tsja, je fietst wel in de 21e eeuw, nietwaar?).
De bagagedrager achter kraakt wat, maar dat zal ‘nieuwigheid’ zijn, hoop ik.. Afijn, als het niet zo is, horen jullie er snel van.

Gelukkig heeft Eef me met het weblog geholpen. Twee weten meer dan een en een student Industrieel Ontwerpen, weet net even wat meer van computers dan ik! Vandaag de laatste ‘problemen’ opgelost. Het begint er op te lijken. Lastig een website vullen, terwijl je nog geen meter hebt gefietst! Dus maar wat plaatjes toegevoegd van vakanties e.d. Nu maar hopen dat het weblog ook op andere computers werkt, zoals het bij mij werkt. Ik merk het wel: aan (het uitblijven van) de reakties..

Zo, de kop is eraf. Het aftellen is begonnen. Op naar dag 1!

Geplaatst in Reisverslagen | 4 reacties