Over woelmuizen met dieetwensen, over sirenen en dondergoden en over ‘worstelend boven komen’

(vervolg 8-11 Augustus) Met het kampvuur nog nasmeulend bereiden wij ons voor op een heerlijke en welverdiende nachtrust. Van onze wandelstokken maken we naast de tent een driepoot, waaraan we alle zakken met eten hangen, in de hoop dat de woelmuizen niet zo goed kunnen klimmen.. Het doet me denken aan mijn tocht in Canada met zoon Jan, maar daar hingen we alles (incl. toiletspullen) hoog in een boom, minstens 100 meter van de tent verwijderd, in verband met harige beesten van een iets ander kaliber…
Voor de zekerheid spuit ik de onderkant van de loopstokken rijkelijk in met Deet, het goedje dat onmisbaar is tegen de muggen (daar zal ik straks ook eens wat over vertellen trouwens). Het zal de muizen niet direkt schaden, maar hopelijk vinden zij het gif vies heel ruiken..

Ik begin net in te dommelen als HK plotseling rechtop in zijn slaapzak zit en gealarmeerd door het raampje van de tentopening kijkt. Omdat ik oordoppen in heb versta ik eerst niet wat hij zegt, noch hoor ik wat hem deed opschrikken. Na een paar seconden gaat hij weer liggen, maar even later herhaalt het ritueel zich: rechtop zitten, luisteren, turen.. Dit begint interessant te worden, dus vis ik de wasbolletjes uit mijn gehoorgang. “Wat is er HK?” “Ik hoor gerommel in de buitentent!” antwoordt hij, zonder zijn blik van het raampje af te wenden. Er lopen geen mensen rond, maar het geluid is wel erg dichtbij en blijkt uit zijn rugzak te komen.
Aanval van de muizen!!!

“Je hebt toch ook alle etenswaren aan de driepoot gehangen”, vraag ik loom, omdat ik geen zin heb om echt wakker te worden. Het blijkt dat HK de zak met de net bij Alesjaurestuga verkregen maaltijden nog bij zijn rugzak heeft zitten. In de begrijpelijke veronderstelling dat die reukloos gesealed zijn en dus niet door het onderkruipsel opgemerkt zullen worden. Maar daar heeft hij zich toch schromelijk vergist in de Noordse woelmuis. Aangezien dit wandelevent al zeker 10 jaar plaats vindt, met in de meeste jaren ongetwijfeld een aantal onachtzame wandelaars die hun opengemaakte, half opgegeten maaltijden ’s nachts bij de tent hebben laten rondslingeren en aangezien de fabrikant van het droogvoer vanwege de populariteit van het produkt de oranje kleur van de zakjes nooit heeft aangepast (‘never change a winning team’), weet de doorgewinterde kleurenziende knaagdierpopulatie natuurlijk feilloos waar ‘abraham’ de ‘chocolate muesli’ haalt!
Wij hebben beiden geen zin om in aktie te komen en in de wetenschap dat buiten de driepoot met overheerlijke energyrepen, zakjes champignonsoep, koffie, thee en suiker (ik heb het nooit kunnen afleren..) en laatste verkruimelde zweedse broodjes nu zeker met rust wordt gelaten, draaien we ons om in onze slaapzak (niet nadat ik alle geluiden weer heb buitengesloten met mijn ‘herriestoppers’).

De volgende morgen blijkt dat de muizen àlle zakken, drie in totaal, hebben uitgeprobeerd. Aan de kleine opgegeten hoeveelheid zou je voorzichtig kunnen concluderen dat ze 2015 maar een matig ‘adventure-food’- jaar vonden. Ik denk dat HK dat sowieso al kan beamen…
De zakken gaan verder ongegeten in de door Fjällräven geleverde trash-bag.

image

De morgen begint mooi en na de korte  dagelijkse video update van Bas, eindigend met “de grrroetjes” en “laterrr” (mooi voor zoon Bob om laterrr te zien wat zijn vader allemaal uitspookte boven de poolcirkel ..), gaan we op pad richting het grote meer voorbij het fjällstation. Niks smal pad, maar een ruime vlakte met lage bosjes en veel verschillende bloemen, waarvan ik er al een paar met een plaatje liet zien. De lucht achter ons begint echter behoorlijk donker te worden en de wolken groeien aan tot een enorme dreigende muur. Het lijkt alsof we moeten opschieten. Maar gaandeweg blijkt dat de opkomende zon het front nèt steeds een stapje voor blijft. Halverwege de dag neemt de wind echter wel toe en die waait met steeds grotere kracht in onze rug; juist ja, uit de richting van waaruit het slechte weer dreigt!

image

We passeren een eenzame tipi langs de kant van het meer, dat zowaar enkele aantrekkelijke strandjes heeft (als het 20¤ zou zijn), en ondanks de aanwezigheid van een motorbootje blijkt het verlaten, op een paar fjällers na, die er een kop koffie voor zichzelf klaarmaken. Geen ‘koek-en-zopie’-tent dus, helaas.

image

image

Als we het meer rechts laten liggen, onder steeds dreigender luchten, draaien we een vlakte op waar de wind vrij spel heeft. Het lijkt nu toch wat guur te worden en het is tijd om wat aan te trekken. Onderweg komen we het jonge Nederlandse stel weer tegen, waarvan de liefogende vrouwelijke helft ons eerder op het verkeerde been zette over de ‘makkelijke’ derde dag. En alweer heeft zij een satanische boodschap voor ons. We beginnen toch wel redelijk moe en koud te worden, maar zijn dolblij als zij ons vertelt dat het eindpunt van de dag, Kieron, niet ver meer is.. Of het is haar zoete glimlach, danwel is het onze conditie die toch wel wat begint te haperen, met een pijnlijke knie, een enkele blaar of een paar drukplekken op de schouders (maar het zal zeker beide zijn!), maar we klampen ons vast aan haar zalvende woorden (’t kan ook nog aan de vatbare leeftijd liggen van de meerderheid van ons team..).
Maar na enkele uren lopen, zonder een glimp van Kieron op te vangen, realiseren wij ons dat sirenen van alle tijden zijn.. Pfff, wat is het zwoegen en dan ook nog eens met de god Thor op onze hielen, of Donar, of hoe de dondergod in de verschillende mythologieën ook moge heten (Thor=Thursday; Donar=Donderdag; leuk hè?).

image

image

Net als we beginnen te wensen dat ook zij, net als haar mythologische evenbeeld, zal veranderen in een rotsblok (het blok waar zij op zit met haar vriendje), zien we een brug en een bordje dat Kieron nu echt niet ver meer is. Dat we daarvoor sterk moeten dalen is een bijkomstigheid die HK niet in dank af neemt, getuige zijn pijnlijke knie (maar bij mij beginnen de kniebanden ook danig te protesteren), maar het gelukzalige gevoel overwint de fatale verlokking.

image

We passeren weer een hangbrug over de inmiddels woest stromende Abiskojåkka en vullen, in de veronderstelling dat we snel ons kamp zullen opzetten, de waterdichte opbergzak (die dus ook prima dienst doet als watervaste waterzak) met heerlijk vers koud water. Na nog een paar honderd meter sjouwen met de zeker drie kilo wegende zak staat in het lage bos een aantal blauwe tenten van de FC-organisatie. Hèhè, gehaald! We worden bij aankomst enthousiast welkom geheten door een vrijwilliger die ons uitlegt hoe het hier werkt: stempelen en smullen. We worden getracteerd op pannekoeken met rode bessen en dikke slagroom. Ook koffie of thee. Omdat we, behalve Bas, naast een drinkbeker verder geen kom of bord bij ons hebben, haalt Nico uit zijn rugzak onze gezamenlijke waterkookpan, waarmee we ons in de rij bij de pannenkoekentent vervoegen. Alleen Bas is op alles voorbereid; je zal onderweg maar eens een forse maaltijd aangeboden krijgen.. 😉 Hij haalt een diep plastic bord, formaat voor een liter soep, uit zijn rugzak (dus dat verklaart de 500gr. extra gewicht..!).

image

image

Hoeveel pannenkoeken we willen hebben? Nou, gewoon één of misschien straks nog een halve.. Nee, DRIE pannenkoeken de man krijgen we, met een flinke schep rode saus en een even, zo niet grotere kwak slagroom. Dat het heerlijk is, dat ervaren we, maar na een aardig aantal happen -de pan gaat rond, dus ieder op zijn beurt een lepel- houden HK en ik het voor gezien. Niet onze Westlander; Nico eet als een uitgehongerde kweker met grote glimlach de hele pan leeg! Dat moeten minstens vijf pannenkoeken geweest zijn! Hij kan het (inmiddels) hebben. 🙂

In principe moeten we hier onze tent opzetten, omdat we verderop het nationale park van Abisko binnen zullen gaan. In dit beschermde gebied geldt het ‘Allemansrätten’ niet, het allemansrecht, ofwel het gewoonterecht om overal waar je komt je tent op te mogen zetten. En omdat morgen onze laatste wandeldag is en we van een ruime middag rust willen genieten, willen we eigenlijk nog tot de rand van het park doorlopen, zodat de loopafstand morgen wat korter is. We zijn per slot van rekening behoorlijk opgeknapt van die zoete suiker- en koolhydratenbom. En ook het slechte weer dat achter ons dreigde, lijkt met staart tussen de poten te zijn afgedropen (had Thor een staart..?). De zon schijnt met lage, zachtgele stralen over de beboste valei van het nationale park, met een geweldig en langgerekt meer in het midden. De spirit is weer helemaal terug!
We vragen aan de vrijwilliger hoe ver het nog is naar het park, maar tot onze teleurstelling antwoordt hij dat het hek zich drie-, vierhonderd meter verderop bevindt. Dat zet geen zoden aan de wandeldijk! Dus we mogen niet in het park overnachten? “Ja hoor” zegt hij tot onze stomme verbazing (het werd vooraf uitdrukkelijk verboden, op de site van Fjällräven), “dat kan bij het fjällstation Abiskojaure, aan het begin van het meer in het park, zo’n drie kilometer verderop”! Kijk, dat is mooi; dat betekent dat we morgen geen 18, maar 15 km hoeven af te leggen in het laatste traject. Morgen dus voldoende tijd voor een ‘klientje’ aan de finish..

image

Veel deelnemers zetten hun tent op bij stempelpost Kieron, maar wij snellen voort over een lang plankier richting het park. Een krakkemikkig hek, dat niets tegen, maar ook niets binnen houdt, markeert het begin van het park, dat nauwelijks verschilt van het gebied waarin we de afgelopen vier dagen hebben gelopen, maar dat door de  bossen en het meer en niet te vergeten de zonnestralen van de late namiddag een lieflijke uitstraling heeft.

image

Nog één keer treffen we een sirene, dit keer in de vorm van een jong Duits stel, dat, zittend op een kruising van paden na de laatste brug over de rivier, ons de weg wijst richting een pittig klimmetje. Nog één keer de moeie spieren spannen, om vervolgens óver de heuvel te constateren dat er ook een pad óm de heuvel was, maar daar zat het jonge stel op te rusten… Wat is dat toch met ons..? Zou het de naam zijn, waarmee wij ons voor de Classic hebben ingeschreven: ‘Luctor et Emergo’, ik worstel en kom boven? (we zijn per slot drie Zeeuwen… èn een Westlander). We zúllen worstelen, maar komen àltijd boven (om vervolgens weer naar beneden te moeten..). Afijn, het mag de pret niet meer drukken: we zien de huisjes van het station en gaan op zoek naar een mooi plekje voor de tenten in het bos.
De politiebond is ook gearriveerd! Indiana Jones overziet met de handen in de zakken zijn groep, waarmee hij niet echt contact lijkt te hebben. Het is duidelijk ‘hij’ en ‘zij’. Er is een aantal adjudanten, ook met ‘walkietalkie’, maar er is onmiskenbaar afstand…
Een diepe afgrond, naar later zal blijken…

Over Biking Banker

Biker & Hiker and in between a Banker
Dit bericht werd geplaatst in Reisverslagen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Over woelmuizen met dieetwensen, over sirenen en dondergoden en over ‘worstelend boven komen’

  1. Marion zegt:

    Wat een fantastische ervaring. En wat schrijf je op een geweldige manier. Ik ben nu al benieuwd naar het vervolg. Nico heeft me niet alles verteld ….😜

  2. Ben zegt:

    Heel leuk om allemaal te lezen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s