Vroeg op, om op tijd de bus te halen; M brengt me naar de halte. Op dit tijdstip komen bij het restaurant tegenover de bushalte veel auto’s en werkbusjes -allemaal met mannen- om daar te ontbijten; meestal met een chupito erbij… om zeven uur in de ochtend!
M wil me uitzwaaien, maar -aparteling dat ik ben- zeg ik dat ik wel alleen wacht op de bus. Als het ‘lobo-virus’ eenmaal is geactiveerd, vertoon ik helaas dat soort onaangepaste gedrag…

In een uur rijdt de Alsa bus me linea recta naar het station in Alicante (en evt. door naar het vliegveld; om te onthouden!), prima verbinding. Daar heb ik uitgebreid de tijd voor een kop koffie in de simpele (= golfplaat overkapping) stationshal. Hier valt me iets anders op: van en naar de trein lopen vnl. vrouwen (en af een toe een gezinnetje). Zitten de meeste mannen nog aan de chupito, voordat zij naar het werk gaan?

De trein vertrekt keurig op tijd. Alvorens te ‘boarden’ gaat alle baggage door een scanner. Oei, zou ik mijn rugzak helemaal moeten omkeren, vanwege het kleine gastankje dat ik vervoer? Dat zou me wel eens veel instaptijd kunnen gaan kosten, hoewel ik gelukkig -risicomijdend- ruim op tijd naar het platform loop.
De man achter het scan-apparaat schijnt er niet veel zin in, of een zware nacht achter de rug, te hebben; hij kijkt in ieder geval niet naar het beeldscherm als de rugzak met zwaar explosief materiaal zijn neus passeert. Dat is voor mij een voordeel, maar voor al die mensen die erop vertrouwen veilig in de trein te kunnen stappen toch een beetje een deceptie, kan ik mij voorstellen. Gelukkig ben ik niet van plan mijzelf in het fraaie Atocha, het centrale station van Madrid, te detoneren. Van al het mooie van dit station zie ik overigens niets: ik kom er onder grond aan en vertrek er op dezelfde wijze; ik doe het dus met een plaatje van internet – en jullie dus ook).

Tot Madrid is het een redelijke AVE, met ca. 210km/h is het niet de snelste Alta Velocidad Española, maar het schiet lekker op. Het uitzicht is overigens een ‘tikkie’ saai: een lichtglooiende hoogvlakte met vnl. gemaaide en gerooide velden; er wordt op dit moment ogenschijnlijk weinig verbouwd, wat mij verbaast; wanneer staan de velden dan wel vol met licht wuivende graanpluimen en je toelachende zonnebloemen? Zeker niet in de zomer, want dan is het hier 40, zoniet tegen de 50° C.

Na Madrid verwordt de AVE een regionaal boemeltje, want op de meeste stukken rijdt de trein niet harder dan 80-90km/h, volgens het scherm aan het eind van de coupé, waar ik overigens heel comfortabel zit, in m’n eentje aan een ‘viertje’, met een tafel in het midden. Vanaf Alicante zaten eerst nog twee Renfe-personeelsleden -buiten dienst- tegenover mij druk te praten, maar al snel werden deze door een dienstdoende collega gesommeerd naar een ‘tweetje-zonder-tafel’ te verkassen, wat voor mij beslist niet had gehoeven overigens, maar kennelijk is dat een Renfe-regel: geen interactie met de Renfe-klanten.

Maar ondanks de boemelsnelheid komt de trein exact op tijd aan in Santander. Het laatste stuk was ronduit prachtig: groene kloven, afgewisseld met sappige weiden en kleine dorpjes, met on-Spaanse huizen (voor zover ík die ken, natuurlijk). Helaas is het moeilijk foto’s maken vanuit de rijdende trein en bovendien zit ik niet altijd aan de goede kant.

Na 7,5 uur, zonder overstappen, met afgewisseld de bromstem van Maarten van Rossem in mijn oor, en het aanstekelijke boek van Gail Honeyman (Eleanor Oliphant, zowel grappig als intriest) in het oog, was de eerste etappe oprecht lekker lang zitten.

Santander is geen stad om in één oogopslag verliefd op te worden. De binnenstad is vrij modern en weinig oogstrelend, een resultante van de grote brand die hier in 1941 heeft gewoed, volgens Google, en die in twee dagen het hele historische deel van de stad wegvaagde. Daarvoor, in 1893, was al eerder een deel verwoest door de Santanderese versie van het Leidse kruitschip, waarbij het Biskajer schip de ‘Cabo Machichaco‘ in het dok van Santander, geladen met 51 ton dynamiet in het ruim en vaten met zwavelzuur op het dek, eerst in de hens vloog en daarna, toen er inmiddels ruim voldoende mensen op de kade naar de brand stonden te kijken, explodeerde.. Al deze gezellige historische anekdotes hebben echter een stad gecreëerd met gebouwen die niet oud, noch modern zijn, kortom, niet direct om verliefd op te worden.

Anders is het schiereiland La Magdalena (tip van Spaansesteden.nl), waar ik na een korte rit met de stadsbus op zondagochtend aankom. Met uitgestrekte stranden in de aanrit rijkt het schiereiland fier in de Cantabrische zee, met bovenop de rots een nog fierder stadspaleis, gebouwd in opdracht van de stad als cadeautje voor Koning Alfonso de dertiende en Koningin Victoria, dat volgens de beschrijving op een plaquette ook dienst deed als decor voor de Spaanse Netflix-serie Gran Hotel (M!).


Als ik na een uurtje rondlopen op het schiereiland (met nog een klein zeeleeuwenpark en een buiten expositie over avonturier Vital Alsar, een jongere Spaanse evenknie van Thor Heyerdahl; interessant om over te lezen!) weer terugloop, komen inmiddels drommen mensen op deze zondagmiddag naar het openlucht museum, mogelijk na eerst de mis gevolgd te hebben in de Cathedraal van Santander, die ik om die reden vanochtend niet van binnen kon bezoeken.

Ik sluit mijn bericht uit Santander af met nog wat plaatjes. Het was leuk om bezocht te hebben, maar ik verlang eerlijkgezegd meer naar de groene omgeving van de stad, op weg naar de Picos. Morgen neem ik de bus naar Llanes en daar stap ik over op de bus naar Arenas de Cabrales. Om vandaaruit nog een uurtje (in) te lopen naar Poncebos en vanuit Hostal Poncebos (43°15’43″N 4°49’52″W) de volgende dag het ruige Parque Nacional de los Picos de Europa te betreden. ‘Lekker lang zitten’ is er dan niet meer bij! 😄







Geweldig weer Frank!
😇
Heel veel plezier met je nieuwe avonturen, El Cid kom je niet meer tegen maar wie weet wie je ontmoet op deze tocht. HW.
Hopelijk me goedgezinde weergoden; de voorspellingen zijn echter niet best..
Frank zoals altijd ben ik trots op je en benijd jouw drang en tijd maken voor avonturen. Reis, reis, leef en geniet.
sjoerd
But he grew old –
This knight so bold –
And o’er his heart a shadow
Fell, as he found
No spot of ground
That looked like Eldorado.
And, as his strength
Failed him at length,
He met a pilgrim shadow –
‘Shadow,’ said he,
‘Where can it be –
This land of Eldorado?’
‘Over the Mountains
Of the Moon,
Down the Valley of the Shadow,
Ride, boldly ride,’
The shade replied,
‘If you seek for Eldorado
En zoals altijd ben ik trots op jouw poëtische gave en je creatieve uitspattingen, indachtig de ‘verliefde’ zwijnen! 😉